WikiWoordenboek:Leidraad-2005

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Deze pagina is bedoeld als wiki-versie van een officieel document.
Tekst daarom alleen aanpassen om meer aan dat doel te voldoen.
Toelichting op de overlegpagina.

Bijlage behorende bij artikel 1, onder a, van het Besluit bekendmaking spellingvoorschriften 2005

Leidraad[bewerken]

Inhoudsopgave[bewerken]

Inleiding

1. Beginselen van de Nederlandse spelling

2. Klinkers

3. Medeklinkers

4. Accenttekens

5. Klemtoonteken en uitspraaktekens

6. Los, aaneen of met een koppelteken?

7. Klinkerbotsing

8. Samenstelling met tussenletters -e- of -en-

9. Afleiding met tussenletters -e- of -en-

10. Samenstelling of afleiding met of zonder tussenletter -s-

11. Werkwoorden

12. Engelse woorden in het Nederlands

13. Speciale meervouden van zelfstandige naamwoorden

14. Bezitsvorm van zelfstandige naamwoorden

15. Verkleinwoorden

16. Hoofdletters of kleine letters?

17. Afkortingen, symbolen, initiaalwoorden, letterwoorden, verkortingen

18. Woorden afbreken

Lijst van vaktermen

Inleiding[bewerken]

Spelling berust op afspraken die we volgen als we gesproken taal vastleggen op papier of met de tekstverwerker. Die afspraken zijn bedoeld om het schrijven en lezen zo vlot en efficiënt mogelijk te maken. Daarbij proberen we een woord altijd op dezelfde manier te schrijven. In de loop van de voorbije eeuwen zijn daar regels voor geformuleerd.

Sinds 1804 wordt onze spelling vastgelegd door de overheid. Het gaat daarbij om basisbeginselen en om specifieke regels, zoals die voor het spellen van klinkers en medeklinkers, het gebruik van hoofdletters en tekens (accenten, koppelteken, trema en apostrof), voor de schrijfwijze van samenstellingen met een tussenklank (pannenkoek, aktetas) en voor de verdeling van woorden in lettergrepen. Daarbij publiceert de overheid een lijst van woorden die volgens de regels zijn gespeld en andere die moeilijk af te leiden zijn uit regels, bijvoorbeeld woorden die we overnemen uit andere talen.

Zowel in Vlaanderen als in Nederland schrijft de overheid het gebruik van de officiële spelling voor aan zichzelf en aan het onderwijs. De regels voor deze spelling worden vastgelegd door de Nederlandse Taalunie, een instelling waarin Nederland, Vlaanderen en Suriname samen zorg dragen voor de Nederlandse taal.

De meeste taalgebruikers volgen deze officiële spelling, ook al zijn ze daartoe niet verplicht en al worden overtredingen niet bestraft. Ze doen dat omdat spelfouten de aandacht van de lezer afleiden en omdat een correcte spelling in onze maatschappij door velen gezien wordt als een teken van zorgvuldigheid en kwaliteit. En ook omdat ze er zelf baat bij hebben dat in alle Nederlandse teksten dezelfde spelling wordt gevolgd. Alleen in die omstandigheden kunnen taalgebruikers het systeem optimaal leren en gebruiken.

Toch is spellen, zelfs met een stel duidelijke regels, niet eenvoudig. Het zal ook nooit eenvoudig worden, want het gaat erom een klanksysteem om te zetten in een schriftsysteem. Die twee zijn zo verschillend van aard dat het onmogelijk is om deze omzetting zonder inconsistenties tot stand te brengen. Dat probleem doet zich met name voor bij uitheemse woorden. Hun schrijfwijze roept het oorspronkelijke klanksysteem op en dat leidt vaak tot resultaten waar taalgebruikers moeite mee hebben. Squashen en skiën zijn redelijk bekende sporten, maar de schrijfwijze van ik squashte en ik skiede zal niet voor iedereen direct volgen uit de regels voor het Nederlands, net zomin als de schrijfwijze van een Bordeauxs café, een karbonadetje of karbonaadje.

Omdat onze taal voortdurend in beweging is, publiceert de Nederlandse Taalunie sinds 1995 om de tien jaar een geactualiseerde Woordenlijst Nederlandse taal. Die is aangevuld met woorden die na de vorige editie in onze taal zijn verschenen, terwijl woorden waarvan de opname niet nuttig is gebleken, zijn verwijderd.

De spellingregels zijn voor de uitgave van 2005 niet veranderd. Maar waar uit de praktijk is gebleken dat er onduidelijkheden bestonden, en zeker waar er schijnbare of echte tegenspraak bestond tussen de regels en de toepassing ervan in de Woordenlijst, werden ze anders verwoord. Daarbij worden enkele kwesties die in vorige edities niet uitputtend waren behandeld, nu duidelijker beschreven. Het gaat bijvoorbeeld om het al dan niet aaneenschrijven van diverse soorten woordgroepen en samenstellingen (50 eurobiljet, Middellandse Zeegebied, pseudoklassiek, re-integratie, accountmanager), om het gebruik van hoofdletters en puntjes in afkortingen (ADSL, aids) en om de schrijfwijze van namen van talen en dialecten (het Standaardnederlands, het New Yorks). Eén uitzonderingsregel voor het schrijven van de tussen-n in samenstellingen, die betrekking had op plantnamen met als linkerdeel de naam van een dier (paarde(n)bloem), is afgeschaft, omdat hij in de praktijk nodeloos veel problemen opleverde.

De Woordenlijst is voor deze uitgave grondig herzien. Er is gepoogd om in minder pagina's meer woorden op te nemen waar de gebruiker een probleem mee kan hebben. Daarom werden veel samenstellingen geschrapt waarvan de spelling blijkt uit gelijksoortige gevallen. Er konden daardoor ongeveer zesduizend nieuwe trefwoorden worden opgenomen. Tegelijk is de presentatie van de woorden verbeterd. Bij sommige woorden met meer dan één mogelijke spelling (bijvoorbeeld met een hoofdletter of een kleine letter) wordt verduidelijkt wanneer we welke vorm kiezen. Bij werkwoorden die spelproblemen veroorzaken in de vervoeging, worden meer vormen opgenomen (bijvoorbeeld skiën, skiede, geskied; ik ski, jij skiet).

De Woordenlijst spreekt zich alleen uit over de vorm van de woorden en, als het om zelfstandige naamwoorden gaat, over het woordgeslacht. De opname van een woord mag derhalve niet beschouwd worden als een officiële goedkeuring van het woord, en het ontbreken van een woord betekent geen afkeuring.

Redactionele opmerkingen[bewerken]

Voor een goed begrip van de spelling is het noodzakelijk een onderscheid te maken tussen klanken en letters. In deze Leidraad wordt een klank genoteerd tussen twee schuine strepen. Als er over letters wordt gesproken, dan worden die letters schuin gedrukt. Ook voorbeeldwoorden zijn schuin gedrukt.

Dus in brood en cadeau wordt de /oo/ respectievelijk als oo en eau geschreven.

De regels die hier worden beschreven, behoren tot de officiële spelling die is vastgelegd door de Nederlandse Taalunie. De Woordenlijst, die volgt op de Leidraad, is samengesteld op basis van die regels. Wanneer er twijfel bestaat over de toepassing van een regel, biedt de Woordenlijst uitsluitsel.

* achter een woord betekent dat het woord in de verklarende lijst van vaktermen staat.

Het gewone teken om een woord af te breken op het eind van een tekstregel is het liggend streepje (-). Om verwarring te vermijden met het koppelteken in samengestelde woorden (auto-onderdelen) gebruiken we voor afbreking in deze Leidraad en in de Woordenlijst een bolletje, behalve op de plaats waar ook in de niet-afgebroken vorm een koppelteken staat: au·to-on·der·de·len.

Verwijzingen naar andere plaatsen in de tekst worden aangegeven met een pijltje: →

In de tekst worden voorbeelden gegeven bij elke regel of bij elke categorie van woorden. Deze lijsten zijn alleen volledig als dat uitdrukkelijk wordt vermeld.

1. Beginselen van de Nederlandse spelling[bewerken]

De spelling van het Nederlands is gebaseerd op het basisbeginsel van de standaarduitspraak. Dat wordt ingeperkt door twee nevenbeginselen: dat van de gelijkvormigheid en dat van de etymologie.

1.1 beginsel van de standaarduitspraak[bewerken]

  • We spellen een woord met de klanken die we horen in de standaarduitspraak van dat woord.

Met standaarduitspraak wordt bedoeld: een uitspraak die niet gekleurd is door de woonplaats, leeftijd of andere kenmerken van een bepaalde spreker. We spellen dus niet srijfer of schraaiver, maar schrijver. In gevallen waarin de standaarduitspraak varieert, bijvoorbeeld in Vlaanderen en Nederland, kiest de officiële spelling meestal een vorm die beide varianten dekt. We schrijven daarom niet oto, maar auto.

1.2 beginsel van de gelijkvormigheid[bewerken]

  • We spellen een woord of woorddeel zo veel mogelijk op dezelfde wijze.

We proberen een woord of een deel van een woord altijd op dezelfde manier te schrijven, ook al spreken we het soms anders uit. Zo schrijven we bloed altijd met d, ook al horen we alleen een /d/ in vormen als bloeden en koelbloedig, en horen we een /t/ in bloed en bloedverwant.

Dit beginsel wordt beperkt door specifieke regels. De belangrijkste zijn:

(a) We schrijven geen v of z aan het eind van een lettergreep*.

We vervangen ze door f of s. We schrijven dus niet raav (gelijkvormig met raven), maar raaf en niet prijz (gelijkvormig met prijzen), maar prijs. Uitzonderingen vinden we in uitheemse woorden als pilav en fez.

(b) We schrijven geen dubbele medeklinker* aan het eind van een woord.

Als we dus een -t toevoegen aan de stam van een werkwoord voor de derde persoon enkelvoud (werkenwerkhet werkt), geldt dat niet als de stam eindigt op t (zittenzit – niet: het zitt, maar het zit). Uitzonderingen vinden we in uitheemse woorden als baseball en jazz.

(c) Als een woord eindigt op een sisklank, vervalt de s van het volgende achtervoegsel*.

Als het grondwoord eindigt op -s, -sch of een andere sisklank, vervalt de s van het achtervoegsel -s of -st. We schrijven dus ik was het nerveust en niet ik was het nerveusst, wel het friste water en niet het frisste water, wel iets Belgisch en niet iets Belgischs.

De vrouwelijke vorm van fietser schrijven we als fietsster, want voor het achtervoegsel -ster geldt deze regel niet.

De regel van de gelijkvormigheid kan een hulp zijn voor de taalgebruiker die zoekt hoe een woord moet worden geschreven. Wie bijvoorbeeld het woord geboortefeest zou willen schrijven en twijfelt over de tussen-n, kan zich laten leiden door andere woorden die tot dezelfde categorie behoren, zoals geboortedag, geboortekaartje, geboortepremie.

1.3 beginsel van de etymologie[bewerken]

  • De spelling van een woord wordt soms bepaald door zijn herkomst.

De spelling van een woord kan sporen bevatten van zijn geschiedenis of etymologie. De verschillende herkomst van de woorden is een verklaring voor de twee schrijfwijzen van de tweeklanken /ei/ en /au/. We schrijven zij anders dan zei, omdat die woorden in ouder Nederlands verschillend uitgesproken werden. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld gauw en gouw.

Woorden die we uit andere talen overnemen, schrijven we aanvankelijk in de uitheemse spelling, maar naarmate een woord zich aanpast aan het Nederlandse taalsysteem, wordt ook de schrijfwijze vernederlandst. Het Franse woord sérieux bijvoorbeeld is het Nederlandse serieus geworden, behalve in de nog als Frans aangevoelde uitdrukking iets au sérieux nemen. De spelling van woorden uit het Engels wordt zelden aangepast aan het Nederlands, hoewel het vaak om courante woorden gaat, zoals baby en computer.

2. Klinkers[bewerken]

lange klinker staar, staren 2.A
dubbele medeklinker net, netten 2.B
ee op het eind zee 2.C
op het eind van een Frans woord café 2.D
oo voor ch goochelaar 2.E
u voor w schaduw 2.F
voor -aard, -aardig, -achtig wreedaard 2.G
ei of ij meid, mijt  
au of ou gauw, gouw  

2.1 verenkeling van lange klinkers in een open lettergreep[bewerken]

regel 2.A[bewerken]
Een lange klinker wordt in een gesloten lettergreep* geschreven met twee tekens, in een open lettergreep met een enkel teken.

Het gaat om de lange klinkers* /aa/, /ee/, /oo/ en /uu/. We schrijven dus oo in de gesloten lettergreep boom, maar o in de open lettergreep bo·men. Op dezelfde manier:

staarstaren
heelhelend
koorkoren
zuurverzuren

Deze regel geldt niet voor de /ie/, waarvoor we een ander stel regels hebben. Ook zijn er talloze uitzonderingen, onder meer voor uitheemse woorden*.

De klinkers eu en oe worden in inheemse woorden altijd op dezelfde manier geschreven.

2.2 verdubbeling van medeklinkers op het eind van een gesloten lettergreep[bewerken]

regel 2.B[bewerken]
Een medeklinker schrijven we dubbel na een korte klinker als er op die medeklinker nog een onbeklemtoonde lettergreep* volgt.

Het gaat om de medeklinkers b, d, f, g, k, l, m, n, p, r, s, t, z en c (uitgesproken als /k/) en om de korte klinkers* /a/, /e/, /i/, /o/, /u/.

netten
biggen
remmen
aerobiccen

Uitzonderingen op deze regel:

(a) enkele medeklinker in verbogen en vervoegde vormen van woorden die eindigen op onbeklemtoond -el, -es, -et, -ig, -ik, -il, -it, -em

schakelen
dreumesen
lemmeten
bezigen
leeuweriken
stencilen
kieviten
ademen

(b) enkele m in afleidingen* van plaatsnamen met twee lettergrepen die eindigen op -um

Bussumer
Dokkumer

Maar: Blaricummer, Hilversummer

2.3 /ee/ op het eind van een inheems woord[bewerken]

regel 2.C[bewerken]
De lange /ee/ wordt aan het einde van een inheems woord* met twee tekens geschreven. In een samenstelling of een afleiding behouden we deze dubbele klinker. Maar voor -isch schrijven we de e enkel.
zeezeevisoverzeese
tweetweelingtweetjestweeën
GoereeGoereese

De regel geldt ook voor sommige uitheemse woorden.

trocheetrocheïsch

Aandacht verdienen uitheemse* woorden die geen grondwoord hebben dat eindigt op /ee/, maar wel afgeleide vormen die eindigen op -eeën, -eeër, -eïsch, -ese, -eïsme, -eïstisch.

farizeeënfarizeeërfarizeesfarizesefarizeïschfarizeïsme
PyreneeënPyreneesPyrenese
EuropeeërEuropeesEuropese

2.4 /ee/ op het eind van een Frans woord[bewerken]

In het Frans kan een woord eindigen op (café) of op -ée (matinée). In het Nederlands vervalt het accent aigu op de ee.

café
comité
matinee
puree
assemblee
accenttekens, 4.1, 4.2
regel 2.D[bewerken]
Als de aanduiding van een persoon eindigt op /ee/, schrijven we -é voor de mannelijke of sekseneutrale vorm, -ee voor de vrouwelijke vorm.
een attaché meen attachee v
een employé meen employee v
een invité meen invitee v

Voor woorden die als zuiver uitheems worden aangevoeld, en die hun accenten niet verliezen, geldt deze regel niet. De vrouwelijke vorm behoudt de -ée.

een dégénéré meen dégénérée v
een délégué meen déléguée v

In verkleinwoorden wordt de slotklinker omgezet in ee.

cafécafeetje
prostitué of prostitueeprostitueetje
→ afbreking: 18

2.5 ie of i ?[bewerken]

We schrijven de lange /ie/ meestal als ie:

(a) in een gesloten lettergreep*: fiets, niet, advies, plezier, lief, actief;
(b) aan het einde van een woord: olie, hatsjie, kwestie, positie, die, neurie, industrie, bacterie;
(c) in een beklemtoonde open lettergreep die niet aan het eind van een woord komt: gierig, gieten, spiegel.

We schrijven de lange /ie/ meestal als i:

(a) in een onbeklemtoonde open lettergreep die niet aan het eind van een woord komt: figuur, gitaar, libel, miauw, riool;
(b) in het achtervoegsel -isch: Russisch, romantisch;
(c) in veel uitheemse woorden*: taxi, piramide, broccoli, ski, souvenir, bikini, alibi.

Er zijn veel uitzonderingen op deze vuistregels. Zo schrijven we gieter, maar ook liter, en jullie maar ook juli. De Woordenlijst geeft uitsluitsel.

→ trema bij oliën of knieën: 7.4

2.6 oo voor ch[bewerken]

regel 2.E[bewerken]
We schrijven de klank /oo/ met twee tekens voor de medeklinker ch , ook in een open lettergreep*.
goochelaar
loochenen

2.7 u voor w[bewerken]

regel 2.F[bewerken]
We schrijven de klank /uu/ met een enkel teken voor de medeklinker w, ook in een gesloten lettergreep*.
schaduwschaduwen
afschuwafschuwelijk

2.8 gesloten lettergreep voor -aard, -aardig, -achtig[bewerken]

regel 2.G[bewerken]
In de laatste lettergreep voor de achtervoegsels* -aard, -aardig, -achtig schrijven we de lange klinkers /aa/, /oo/, /ee/, /uu/ met twee tekens.

Als we woorden met deze achtervoegsels afbreken, is de lettergreep gesloten.

wreedaard – wreed·aard
boosaardig – boos·aardig
geelachtig – geel·achtig

Maar: hovaardig (gevormd met -vaardig).

2.9 ei of ij ?[bewerken]

De spelling van woorden met ei ('korte ei') of ij ('lange ij') hangt af van de etymologie van het woord. Wat wij vandaag op verschillende wijze schrijven maar op dezelfde manier uitspreken (bijvoorbeeld leiden en lijden), werd vroeger ook op verschillende wijze uitgesproken (bijvoorbeeld in de middeleeuwen le(i)den en liden). In veel dialecten zijn deze uitspraakverschillen vandaag nog te horen. Bij twijfel over de juiste spelling biedt de Woordenlijst uitsluitsel.

2.10 au of ou ?[bewerken]

Woorden die we vandaag met ou schrijven hebben een andere geschiedenis dan vergelijkbare woorden die een au hebben. Er zijn geen vuistregels te geven die de taalgebruiker enig houvast bieden. De Woordenlijst geeft uitsluitsel.

3. Medeklinkers[bewerken]

Er zijn geen sluitende regels om te bepalen wanneer een woord uit een andere taal met de uitheemse medeklinkers c en x, of de combinaties qu, th of rh wordt geschreven. Doorgaans geldt wel de gelijkvormigheidsregel: als we een woorddeel met c schrijven, is dat in (bijna) alle combinaties met andere woorddelen het geval.

k of c ? 3.1
elementen achteraan bibliothecaresse
vooraan co-, col-, com- coalitie
vooraan cata-, cate-, crypt- catastrofe
elek- elektriciteit
k of qu ? 3.2
t of th ? 3.3
s of z ? 3.4
bijvoeglijke naamwoorden religieusreligieuze
werkwoorden organiseren
x of ks ? 3.5

3.1 k of c ?[bewerken]

De klank /k/ schrijven we met k in inheemse woorden* zoals kan, bakken, kruipen. Naarmate een uitheems woord* zich aanpast aan het Nederlandse taalsysteem, wordt ook de schrijfwijze vernederlandst. Dat is gebeurd met van oorsprong Latijnse en Franse woorden als komedie, karakter, akte, strikt, maar niet met contact, locomotief, product, college, actrice. De Woordenlijst biedt hier uitsluitsel. Soms schrijven we verwante woorden in de ene vorm met k, in een andere met c.

kritiek, kritischcriticus, criticaster
praktijk, praktischpracticus, practicum
klassiekclassicisme
klasserendeclasseren
vakantievacant
akkoordaccorderen

Enkele vuistregels geven de taalgebruiker een indicatie over de spelling met k of c.

(a) We schrijven c in de uitheemse elementen -act, -actie, -actief, -ca, -caresse, -caris, -caster, -cateur, -catie, -cator, -catrice, -cus, -ect, -ectie, -ectief, -ica, -icus, -scoop, -uct of -uctie.
bibliothecaresse
bioscoop
fysica
insect
locatie
product
productie
reactie
(b) We schrijven c in de uitheemse elementen co-, col-, com-, con-, contra-, cor- aan het begin van een woord.
coalitie
co-educatie
college
colonne
combattief
conclusie
contact
contrarevolutie
correctie
Niet elke klank /ko/ of /koo/ aan het begin van een woord valt onder deze regel.
koket
kolonie
komiek
konvooi
kosmos
(c) We schrijven doorgaans c in de uitheemse elementen cata-, cate-, crypt- of crypto-, loco-, macro- en micro-, necro-, oct- aan het begin van een woord.
catastrofe
categorisch
cryptisch
locomotief
microfoon
necrologie
octopus
Andere woorden worden gespeld met k, onder andere katalysator, katafalk, katapult, oktober.
(d) Het woorddeel elek- in woorden die verwant zijn met elektriciteit , schrijven we met k.
elektriciteit
elektrisch
elektrocutie
elektronica

3.2 k of qu ?[bewerken]

De combinatie qu wordt soms uitgesproken als /k/, soms als /kw/. Naarmate een uitheems woord* zich aanpast aan het Nederlandse taalsysteem, wordt ook de schrijfwijze vernederlandst. We schrijven daarom soms qu, soms k of kw. De Woordenlijst biedt hier uitsluitsel.

met qu

aquarium
quasi
cheque
enquête
etiquette
croquet (spel)

met kw of k

kwadraat
kwaliteit
kwartier
etiket
kroket (voedsel)

3.3 t of th ?[bewerken]

In sommige uitheemse woorden* schrijven we /t/ als th, maar

  • niet aan het eind van een woord;
  • niet voor een medeklinker;
  • niet na f of ch.

met th

ether
katholiek
methode
-pathie (zoals in apathie, sympathie)
-theek (zoals in bibliotheek, apotheek)
-thecaris, -thecaresse (zoals in bibliothecaris)
-theker (zoals in apotheker)
theorie

met t

allochtoon
astma
atleet
difterie
etnisch
labyrint

In Engelse woorden en sommige woorden uit het Hebreeuws komt toch een th aan het eind: sudden death; Goliath. In inheemse woorden komt th voor in versteende samenstellingen* zoals thuis (uit te en huis) en thans (uit te en hand) (maar: nochtans) en in namen zoals Drenthe (maar: Drents).

3.4 s of z ?[bewerken]

(a) Een uitheems woord* dat eindigt op een lange klinker plus /s/ krijgt doorgaans een /z/, geschreven als z , als we er een uitgang aan toevoegen die begint met een toonloze /ə/.
religieusreligieuze
serieusserieuze
Uitzondering: diffuusdiffuse.
Vrouwelijke beroepsaanduidingen die eindigen op -euse en die varianten zijn van mannelijke vormen op -eur, spreken we uit met /z/, maar we schrijven s.
coiffeuse
masseuse
(b) We schrijven een s in de elementen -(i)seren, -(i)sering, -(i)satie en -siteit.
organiseren, organisatie
acclimatiseren, acclimatisering, acclimatisatie
nervositeit
virtuositeit

3.5 x of ks?[bewerken]

Naarmate een uitheems woord* zich aanpast aan het Nederlandse taalsysteem, wordt ook de schrijfwijze vernederlandst. We schrijven daarom soms x, soms ks. De Woordenlijst biedt hier uitsluitsel.

met x

boxer (hond, kledingstuk)
index
maximum
sextet
taxi
taxeren
textiel

met ks

bokser (sportman)
seks, sekse (en alle samenstellingen* en afleidingen*, zoals seksclub en seksualiteit, behalve in de Engelse woorden sexappeal en sexy)
taks
tekst

4. Accenttekens[bewerken]

In sommige Franse woorden schrijven we een accent* op een klinker. Het gaat om het accent aigu (´' zoals op de é in logé), het accent grave (` zoals op de è in scène) en het accent circonflexe of dakje (ˆ zoals op de ê in crêpe). Op een hoofdletter schrijven we nooit een accent, behalve bij uitheemse woorden die met accent op een hoofdletter ontleend zijn, zoals Dáil Éireann.

vernederlandst controle, café 4.A
niet aangepast tête-à-tête 4.B

4.1 vernederlandste Franse woorden[bewerken]

regel 4.A[bewerken]
(1) Een Frans woord dat gangbaar is geworden in het Nederlands, verliest zijn accenttekens.
(2) Alleen de accenten op de e blijven behouden als dat nodig is om de uitspraak aan te geven.

(1) zonder accent

cheque
condoleance
controle
diner
ragout

Een uitzondering op de regel is het woord à in bijvoorbeeld tien à twaalf dagen.

(2) nodig voor uitspraak

ampère
café
enquête
première
scène

Als het accent niet nodig is voor de uitspraak, schrijven we het niet. Zo is er geen teken nodig op de eerste e van procedé, maar wel op de tweede.

dedain
depot
epoque
reverence
→ /ee/ op het eind van Franse woorden: 2.4

4.2 niet-aangepaste Franse woorden[bewerken]

regel 4.B[bewerken]
In een woord dat nog als echt Frans wordt aangevoeld, blijven alle accenttekens staan. Dat geldt vooral voor woordgroepen*.
tête-à-tête
déjà vu
maîtresse
maître d'hôtel
belle époque
coûte que coûte

Het is moeilijk te beslissen of een Frans woord onder regel 4.A of regel 4.B valt. De Woordenlijst geeft uitsluitsel. Als een woord daar niet in voorkomt, dan is het waarschijnlijk een gelegenheidsontlening. We behouden dan de accenten.

5. Klemtoonteken en uitspraaktekens[bewerken]

Een klemtoonteken kunnen we gebruiken om een sterke nadruk op een woord weer te geven. Een uitspraakteken gebruiken we als een klinker in de gegeven context meer dan één uitspraak kan krijgen, met een verschillende betekenis. In de vorige zin heeft één uitspraaktekens gekregen omdat het mogelijk is het telwoord één in deze zin foutief te lezen als een onbepaald lidwoord een (met toonloze /ə/). Waar geen verwarring mogelijk is, bijvoorbeeld in een van de woorden, of in eenmalig, gebruiken we geen uitspraaktekens. Op een hoofdletter schrijven we geen klemtoon- of uitspraaktekens.

klemtoonteken oplossing 5.A
uitspraakteken één oplossing 5.B

5.1 klemtoonteken[bewerken]

regel 5.A[bewerken]
Het klemtoonteken is . Als een klinker of tweeklank met twee of meer letters geschreven wordt, krijgen de eerste twee een klemtoonteken.
dat is oplossing
het kán
vóórkomen
voorkómen
je moet het vóór je verjaardag doen
dóén
níéuwe

Door technische beperkingen vervalt meestal het nadrukteken op de j van een lange ij. Bijvoorbeeld: blíjven kijken!

5.2 uitspraaktekens[bewerken]

regel 5.B[bewerken]
Op een e kunnen we de uitspraaktekens ´ en ` gebruiken. Het teken é geeft /ee/, è geeft /è/.
één dag
blèren

6. Los, aaneen of met een koppelteken?[bewerken]

vuistregel   6.A
woordgroep academisch ziekenhuis 6.B
samenstelling en afleiding tuinstoel, onaf 6.C
bijzondere samenstellingen
gelijkwaardige elementen pianiste-componiste 6.D
aardrijkskundige namen Aarle-Rixtel 6.E
woorddeel met hoofdletter zwart-Amerikaans 6.F
met cijfer, letter, symbool 80-jarige 6.G
met initiaalwoord tv-kijker, kleuren-tv 6.H
met bijzondere voor- of nabepaling niet-rookster 6.I
afleiding van letter, cijfer, initiaalwoord sms'en 6.J
samenkoppeling kruidje-roer-mij-niet 6.K
samenkoppeling in samenstelling doe-het-zelfzaak 6.L
woordgroep in samenstelling langeafstandsloper,
a-capellakoor,
Middellandse Zeegebied,
Karel I-sigaar
6.M
woordgroep of samenstelling?    
aaneenschrijven van telwoorden honderdenzes miljoen 6.N
vuistregel 6.A[bewerken]
Een woordgroep schrijven we los.

Een samenstelling of afleiding schrijven we aaneen.

In enkele bijzondere gevallen schrijven we een samenstelling of woordgroep met een koppelteken.

Voor het aaneenschrijven van een samenstelling of afleiding moeten we bijzondere regels in acht nemen in het geval van klinkerbotsing. We gebruiken dan een koppelteken of een trema.

→ klinkerbotsing: 7.1 tot 7.5

6.1 woordgroep los[bewerken]

regel 6.B[bewerken]
Een woordgroep schrijven we met spaties tussen de woorden.

Een woordgroep is een serie woorden die bij elkaar worden gehouden door een grammaticaal verband, zoals in een zin. Dat verband hoeven we niet te tonen in de spelling. Daarom schrijven we de woorden in een woordgroep los van elkaar.

Ik zoek de weg naar het academisch ziekenhuis.
Je zoekt het veel te ver.
Er wordt huis aan huis gebeld.
Elizabeth I
Ze is geboren op 9 januari 1950.
We zullen dit ad hoc oplossen.
Het wordt in der minne geschikt.
→ woordgroep of samenstelling: 6.8
→ woordgroep vast in samenstelling: 6.7

6.2 samenstelling en afleiding aaneen[bewerken]

regel 6.C[bewerken]
De delen van een samenstelling of een afleiding schrijven we aan elkaar vast.

Als we twee woorden bij elkaar brengen om er een nieuwe betekenis mee uit te drukken, dan tonen we het verband tussen de delen door ze aan elkaar vast te schrijven. Dat doen we met samenstellingen die uit twee of meer delen bestaan.

tuinstoel
overnemen
bedrijfsklaar
paardenbloem
langetermijnplanning
linkerdijbeenbreuk

Als we om een nieuwe betekenis uit te drukken een woord combineren met een voor- of achtervoegsel, dat niet als een apart woord bestaat, dan noemen we het geheel een afleiding. Ook de delen van een afleiding schrijven we aan elkaar vast.

onaf
oerstom
antistoffen
pseudoklassiek
onnoemelijk
schuldig

Als een samenstelling moeilijk te lezen of te begrijpen is, kunnen we de structuur verduidelijken met een koppelteken. Zo schrijven we tweedekansonderwijs volgens de regel aaneen, maar we kunnen ook schrijven tweedekans-onderwijs als we verwachten dat de lezer de samenstelling niet meteen doorziet. Dat kunnen we ook doen als een woord op twee manieren gelezen kan worden en als uit de context niet duidelijk is welke betekenis we bedoelen. Als we met valkuil niet een gecamoufleerde put of een hinderlaag bedoelen, maar een soort vogel, kunnen we valk-uil schrijven. In de Woordenlijst wordt dit optionele koppelteken niet aangegeven. Op dezelfde manier:

parallelelementen, maar ook parallel-elementen
massagebed, maar ook massa-gebed of massage-bed
identiteitschip, maar ook identiteits-chip
→ facultatief koppelteken in afleiding: 7.2
→ facultatief koppelteken in Engelse samenstelling: 12.1
→ koppelteken bij klinkerbotsing: 7.2
→ koppelteken bij twee-en-een-half: 7.5
→ koppelteken in Engelse samenstellingen: 12.1
→ koppelteken in samenkoppelingen uit andere talen: 6.5
→ koppelteken in aardrijkskundige namen en namen van talen: 16.3

6.3 samenstelling – bijzondere gevallen met koppelteken[bewerken]

We gebruiken een koppelteken om de structuur te verduidelijken of om een ongewoon woordbeeld te vermijden in een samenstelling. Dat moeten we doen als de elementen gelijkwaardig zijn, bij samengestelde aardrijkskundige namen, als het tweede element een hoofdletter heeft, als een van de elementen een cijfer, letter, symbool of initiaalwoord is, of in een samenstelling met een bijzondere voor- of nabepaling.

(a) gelijkwaardige elementen[bewerken]

regel 6.D[bewerken]
Tussen gelijkwaardige elementen die naast elkaar worden geplaatst in een samenstelling, gebruiken we een koppelteken.

Het gaat om combinaties van twee of meer elementen die in de samenstelling in principe met elkaar verwisseld kunnen worden. Zo zouden we een dichter-botanicus ook een botanicus-dichter kunnen noemen.

een pianiste-componiste
een hotel-restaurant
zwart-wit
cultureel-maatschappelijk
politiek-ideologisch

Als een samenstelling van twee adjectieven in principe niet omwisselbaar is, schrijven we de twee delen aan elkaar vast. Zo betekent sociaalpsychologisch niet: sociaal én psychologisch, maar: volgens de sociale psychologie. Andere voorbeelden:

privaatrechtelijk
sociaalkritisch
sociaalgeografisch
populairwetenschappelijk

Als een beroepsnaam vergezeld wordt van een bijvoeglijk naamwoord, schrijven we die twee elementen los: sociaal psycholoog, sociaal geograaf, klinisch bioloog, civiel ingenieur, algemeen secretaris. Een samengesteld bijvoeglijk naamwoord gebruiken we ook om een religieuze, levensbeschouwelijke of maatschappelijke strekking aan te duiden die uit twee of meer componenten bestaat. Als de delen in principe verwisselbaar zijn, dan gebruiken we een koppelteken.

extremistisch-links (of: links-extremistisch)
democratisch-liberaal-conservatief (of: democratisch-conservatief-liberaal)

Als de delen van een dergelijke samenstelling niet verwisselbaar zijn, schrijven we ze aaneen.

christendemocratisch (democratischchristen kan niet)
ultranationalistisch (nationalistischultra kan niet)

We gebruiken ook een koppelteken als het eerste deel verwijst naar een plaats of een bevolkingsgroep.

Nederlands-hervormd
rooms-katholiek
Baskisch-nationalistisch

Als we een zelfstandig naamwoord vormen op basis van dit soort samenstellingen, behouden we de schrijfwijze (aaneen of met koppelteken).

een liberaal-conservatief
een links-extremist
een christendemocraat
een Vlaams-nationalist
→ facultatief koppelteken in samenstelling: 6.2
→ Engelse samenstellingen en woordgroepen aaneen of los: 12.1

(b) samengestelde aardrijkskundige namen[bewerken]

regel 6.E[bewerken]
Een tweedelig samengestelde aardrijkskundige naam en zijn afleidingen schrijven we met een koppelteken.
Aarle-Rixtel
Knokke-Heist

Deze regel geldt ook voor aardrijkskundige namen met als linkerdeel een woord als Noord, Zuid, West, Oost, Centraal, Hoog, Laag, Boven, Beneden, Midden, Nieuw, Nederlands, Belgisch, Vlaams, Frans, Latijns, Afro, Indo.

Zuid-Holland
Midden-Amerika
Nieuw-Zeeland
Vlaams-Brabant
Frans-Polynesië

We behouden het koppelteken in de afleiding van de samengestelde vorm.

Zuid-Hollands
Nieuw-Zeelander
Vlaams-Brabantse

Uitheemse samengestelde aardrijkskundige namen die met een spatie geschreven worden, krijgen geen koppelteken, ook niet in de afgeleide vormen en in samenstellingen.

New YorkNew YorkerNew Yorkseeen New Yorkreis
Sri LankaSri LankaanSri Lankaanseen Sri Lankareis
→ hoofdletter voor plaatsnamen, namen van volkeren, namen van talen: 16.3

(c) tweede woorddeel met een hoofdletter[bewerken]

regel 6.F[bewerken]
We gebruiken een koppelteken in een samenstelling voor een woorddeel met een hoofdletter.
zwart-Amerikaans
pro-Deoadvocaat

Deze regel geldt ook voor afleidingen met een voorvoegsel dat voor een hoofdletter komt.

anti-Frans
on-Engels
→ namen van talen en dialecten: 16.3

(d) samenstelling met cijfer, letter of symbool[bewerken]

regel 6.G[bewerken]
We gebruiken een koppelteken in een tweedelige samenstelling voor of achter een cijfer, een aparte letter of een symbool.
80-jarige
65+-kaart
y-as
tussen-s
A4-formaat

Het koppelteken gebruiken we ook na een linkerdeel dat eindigt op een apostrof met een s.

een mama's-kindje
een McDonald's-maaltijd
→ driedelige samenstellingen met een cijfer: 6.7

Als een woord wordt gevolgd door een letter of cijfer om een categorie aan te geven, beschouwen we het geheel als een woordgroep. We schrijven de delen niet aan elkaar vast, maar gebruiken een spatie.

hepatitis B
top 10
vitamine B12

Een samenstelling met een dergelijke woordgroep krijgt slechts één koppelteken.

een hepatitis B-besmetting
een top 10-plaat
→ woordgroep in samenstelling: 6.7
→ afleiding van initiaalwoord met apostrof: 6.4
→ apostrof voor verkleinwoorden: 15.4

(e) samenstelling met initiaalwoord of met letterwoord of verkorting met hoofdletter[bewerken]

regel 6.H[bewerken]
We gebruiken een koppelteken in een samenstelling voor of achter een initiaalwoord.
tv-kijker
kleuren-tv
IQ-test
bedrijfs-pc-netwerk
CD&V-voorzitter

Een letterwoord schrijven we in een samenstelling vast, behalve als het met een of meer hoofdletters wordt geschreven.

pincode
petfles
aidsvirus

We schrijven dus wel een koppelteken in bijvoorbeeld:

Riagg-centrum
VUT-regeling
AWACS-vliegtuig

Ook als er klinkerbotsing is, gebruiken we een koppelteken.

havo-opleiding

Een samenstelling met een verkorting wordt aaneengeschreven, behalve als de verkorting met een of meer hoofdletters wordt geschreven.

infostand
hifiketen

We schrijven dus wel een koppelteken in bijvoorbeeld:

Benelux-land
Vinex-wijk
→ verschil tussen initiaalwoorden en letterwoorden: 17.3
→ afleiding van initiaalwoord met apostrof: 6.4
→ apostrof voor verkleinwoorden: 15.4

(f) grondwoord met bijzondere voor- of nabepaling[bewerken]

regel 6.I[bewerken]
We gebruiken een koppelteken in een samenstelling die bestaat uit een grondwoord met een bijzondere voor- of nabepaling.

(1) met de elementen niet-, non-, bijna-, oud-, ex-, aspirant-, adjunct-, substituut-, chef-, kandidaat-, interim-, stagiair-, leerling-, assistent-, collega- of meester-

niet-rookster
oud-burgemeester
ex-gedetineerde
adjunct-commissaris

Oud- schrijven we vast als het niet de betekenis 'voormalig' heeft: oudkomer, oudpapierprijs.

Meester-opzichter schrijven we met een koppelteken, maar niet meestergast of meesterbrein, waar de betekenis van het eerste deel is verzwakt.

(2) met elementen zoals -generaal, -president, -testamentair, -verbaal of -militair

directeur-generaal
minister-president
proces-verbaal
auditeur-militair

(3) groep of werkstuk, genoemd naar een auteur of inspirator

regering-Kennedy
commissie-Pée-Wesselings
zaak-Profumo
rapport-Van Traa

(4) met Sint- of St.

Sint-Jozef
St.-Anna
sint-bernardshond

(5) zelfnoemfunctie: een woord dat zichzelf representeert

ik-roman
het-woord
jij-vorm

6.4 afleiding – bijzonder geval: afleiding van letter, cijfer, symbool of initiaalwoord[bewerken]

regel 6.J[bewerken]
Als het grondwoord een letter, cijfer, symbool of initiaalwoord is, gebruiken we een apostrof om een meervoud, een bezitsvorm, een verkleinwoord of een andere afleiding te vormen.
NCRV's eerste uitzendingen
sms'jes, sms'en, zij sms't, wij sms'ten, ze hebben ge-sms't
gsm's, gsm'etje
tv'loos

Opmerkingen: (a) De achtervoegsels* -achtig, -dom, -heid en -schap verbinden we met een streepje. Andere achtervoegsels met een apostrof.

VTM-achtig
65+-dom
AOW'er
2'tjes

(b) Een voorvoegsel wordt aan een letter, cijfer, symbool of initiaalwoord verbonden met een koppelteken: al dat ge-sms tegenwoordig, ge-e-maild

→ samenstelling met cijfer, letter of symbool: 6.3
→ aaneenschrijven van telwoorden: 6.9

6.5 samenkoppeling met koppelteken[bewerken]

regel 6.K[bewerken]
Een samenkoppeling schrijven we met koppeltekens.

Als een vaste woordgroep één begrip vormt, kunnen we de eenheid aangeven door koppeltekens tussen de woorden te plaatsen. Een dergelijke woordgroep wordt een samenkoppeling genoemd.

een kruidje-roer-mij-niet
het staakt-het-vuren
het vrouw-zijn
een kant-en-klare maaltijd
laag-bij-de-gronds
een duivel-doet-al
Onze-Lieve-Vrouw

Samenkoppelingen die we uit andere talen overnemen, behouden de koppeltekens of de spaties die ze in de vreemde taal hebben.

a priori, het a priori (maar in een afleiding: a-priorisch)
haute couture
deux-chevaux
face-à-main
rez-de-chaussee
trompe-l'oeil
→ samenkoppeling in samenstelling: 6.6
→ woordgroep of samenstelling: 6.8
→ Engelse samenstellingen en uitdrukkingen aaneen of los: 12.1

6.6 samenkoppeling in samenstelling[bewerken]

regel 6.L[bewerken]
Als we een samenstelling maken waar een samenkoppeling deel van uitmaakt, behouden we de koppeltekens tussen de woorden van de samenkoppeling. De samenkoppeling schrijven we vast aan het andere deel van de samenstelling.
doe-het-zelfdoe-het-zelfzaak
nek-aan-neknek-aan-nekrace
kat-en-muiskat-en-muisspelletje
heen-en-weerheen-en-weerdienst

Het koppelteken gebruiken we ook in samenstellingen waarin het rechterdeel verbonden wordt met twee of meer elementen die met elkaar gelijkwaardig zijn.

zwart-witfoto
woon-werkverkeer

Het koppelteken gebruiken we ook in afleidingen* van samenkoppelingen. Het achtervoegsel schrijven we vast aan het laatste woorddeel van de groep.

doe-het-zelver

6.7 woordgroep in samenstelling[bewerken]

regel 6.M[bewerken]
(1) Als we een samenstelling maken waar een woordgroep deel van uitmaakt, schrijven we alle delen aan elkaar vast.

(2) Tussen de delen van een woordgroep die uit uitheemse woorden* bestaat, schrijven we in dat geval een koppelteken.
(3) Een eigennaam die uit meer dan één woord bestaat, en dus meer dan één hoofdletter heeft, krijgt geen koppelteken in een samenstelling of een afleiding.

(4) Als de woordgroep eindigt met een symbool, cijfer of letter, schrijven we een koppelteken vóór het rechterdeel van de nieuwe samenstelling.

(1) samenstelling met woordgroep

lange afstandlangeafstandsraket
eerste ministereersteministerportefeuille
tweede kanstweedekansonderwijs
open haardnepopenhaard
sociale zekerheidbasissocialezekerheid

We gebruiken een koppelteken in geval van klinkerbotsing.

eerste minister: vice-eersteminister

Als het eerste deel van de woordgroep een telwoord is, dan schrijven we het vast in de driedelige samenstelling. Maar als we het telwoord met een cijfer schrijven, gebruiken we een spatie.

elfjuliviering of 11 juliviering
vijftigeurobiljet of 50 eurobiljet

(2) samenstelling met uitheemse woordgroep

a capellaa-capellakoor
haute couturehaute-couturewinkel
ad hocad-hocbeslissing

Voor samenstellingen met Engelse woordcombinaties gelden speciale regels.

→ Engelse samenstellingen: 12.1

(3) samenstelling of afleiding met meerdelige eigennaam

Middellandse ZeeMiddellandse Zeegebied
Abu DhabiAbu Dhabireis
Rode KruisRode Kruispost
Koningin BeatrixKoningin Beatrixestafette
Tweede KamerTweede Kamerleden
Ave MariaAve Mariaatje

Als de eigennaam het rechterdeel vormt van een samenstelling, gebruiken we een koppelteken voor het eerste woord van de naam.

Rode Kruishet mini-Rode Kruis
New Yorkerex-New Yorker
New Yorkszwart-New Yorks

(4) samenstelling met woordgroep die eindigt met symbool, letter of cijfer

Karel I-sigaar
Lodewijk XV-meubel
vitamine B12-kuur

6.8 woordgroep of samenstelling?[bewerken]

Er is geen scherpe grens te trekken tussen wat een woordgroep is en wat een samenstelling is. Zelfs met elkaar gerelateerde woordcombinaties, zoals aaneenschrijven en kapotslaan versus van elkaar los schrijven en in stukken slaan, behoren soms tot verschillende categorieën. Vaak zal de taalgebruiker moeten opzoeken of een bepaalde combinatie in een of in meer woorden geschreven wordt. Toch zijn er enkele vuistregels die meestal tot een juiste inschatting leiden.

(a) één klemtoon: één woord

Combinaties waarin we elk woord met een klemtoon kunnen uitspreken, schrijven we meestal los. Als er een vaste klemtoon is op één lettergreep, gaat het om een samenstelling. Dat is duidelijk te horen in deze gevallen:

Er ligt een zwart boek tussen de gekleurde boeken.
Er is een zwartboek verschenen over deze affaire.
We moeten een strategie op lange termijn kiezen.
Onze langetermijnstrategie moet herzien worden.
veelgestelde vragen (vragen die veel worden gesteld)
veel gestelde vragen (veel vragen die zijn gesteld)

(b) woordgroep wordt verbogen in het meervoud

Als we een woordgroep in het meervoud zetten, verbuigen we doorgaans de bijvoeglijke naamwoorden. Een bijvoeglijk naamwoord dat deel uitmaakt van een samenstelling, blijft ongewijzigd.

een zwart boekde zwarte boeken
een zwartboekde zwartboeken

(c) woordgroep groeit aaneen door veelvuldig gebruik

Woordcombinaties die vaak voorkomen in ons taalgebruik, krijgen gemakkelijker de status van samenstelling dan zeldzame combinaties.

een portie rodekool
een portie groene kool
Zij leert pianospelen.
Zij leert marimba spelen.

(d) verzwakte betekenis: aaneengeschreven

Als de betekenis van een van de woorddelen is verzwakt of niet meer kan worden herkend in het geheel, dan wordt het woord vaak aaneengeschreven.

een hoog gebouw
een hogeschool
drank halen
ademhalen

(e) de opbouw geeft een aanwijzing

(1) driedelige combinaties waarvan het eerste deel wel bij het tweede hoort maar niet bij het derde, schrijven we aaneen.

een langebaanwedstrijd (een wedstrijd op de lange baan)
een korte baanwedstrijd (een korte wedstrijd op de baan)

(2) als de onbepaalde wijs* van een samengesteld werkwoord in één woord wordt geschreven, schrijven we ook de vervoegde vormen in één woord, tenzij er een ander woord tussen de delen komt, of als de volgorde gewisseld is.

wegblijven
dat zij wegblijft
de weggebleven genodigden
dat ik weg ben gebleven
hij bleef weg

(3) een voorzetselbijwoord kan met een woord als daar, er, waar, hier een voornaamwoordelijk bijwoord* vormen. We schrijven dat aaneen. Ook een tweede voorzetselbijwoord hecht zich daaraan vast.

daarbovenerbovenwaarbovenhierboven
daarbovenoperbovenopwaarbovenophierbovenop

(4) een bijwoord dat is samengesteld uit voorzetselbijwoorden, schrijven we in één woord. Maar een voorzetselbijwoord schrijven we niet vast aan een voorzetsel dat behoort bij een woordgroep rond een zelfstandig naamwoord.

Ze zit achterop.
Ze zit achter op de fiets.
Het staat vanboven.
Zij komt van boven de Moerdijk.

6.9 aaneenschrijven van telwoorden[bewerken]

regel 6.N[bewerken]
We schrijven een getal in één woord, tot en met het woord duizend. Na het woord duizend volgt een spatie. De woorden miljoen, miljard, biljoen, enz. schrijven we los.
twee
twintig
tweeëntwintig
tweehonderd
tweehonderdtweeëntwintig
tweeëntwintighonderd
tweeduizend tweehonderdtwintig
twee miljoen tweehonderdtwintigduizend tweehonderdtweeëntwintig

Rangtelwoorden in woorden worden op dezelfde manier geschreven.

de tweede
de twintigste
de tweeëntwintigste
de tweehonderdste
de tweehonderdtweeëntwintigste
de tweeduizend tweehonderdtwintigste
de twee miljoenste
de twee miljoen tweehonderdduizendste
de twee miljoen tweehonderdduizend tweehonderdtweeëntwintigste

Een rangtelwoord dat we met een cijfer schrijven, gevolgd door e of door ste/de, krijgt geen apostrof.

1e, 1ste
3e, 3de
105e, 105de

De teller en de noemer van een breuk schrijven we los, behalve als die deel uitmaakt van een meerledige samenstelling.

twee derde van de bevolking
twee zesden van deze taart (twee stukken die ieder één zesde zijn)
een tweederdemeerderheid
een driekwartsmaat

6.10 andere betekenis – anders geschreven[bewerken]

Ik vind alles behalve mijn pen.
Het is allesbehalve plezierig.
Jij kunt het even goed als ik.
Je kunt het evengoed laten.
We hebben ten minste een kilometer gelopen.
Kom maar optenminste, als je durft.
Ten slotte viel het doek.
We hadden het tenslotte zelf gekozen.
Ze hebben te veel betaald.
Het teveel wordt terugbetaald.
Twee maal twee is vier.
Ik heb het tweemaal betaald.

7. Klinkerbotsing[bewerken]

hoofdregel gala-avond, onderzeeër 7.A
Griekse of Latijnse voorvoegsels co-ouder 7.B
-achtig lila-achtig 7.C
voorvoegsel niet herkenbaar coördinatie 7.D
drie of meer klinkers reëel, essentieel 7.E
uitzonderingen    

Klinkerbotsing is de verwarring die ontstaat wanneer we twee letters die meestal één klinker of tweeklank voorstellen (bijvoorbeeld aa of ui), in een woord toch afzonderlijk moeten lezen (dus als a-a of u-i) omdat ze tot verschillende lettergrepen behoren. Dat gebeurt in samenstellingen*, in afleidingen* en in sommige ongelede woorden* die we uit andere talen hebben overgenomen.

7.1 welke klinkers botsen?[bewerken]

klinkerbotsing geen klinkerbotsing
aa, ae, ai, au ao
ee, ei, eu ea, eo
ie ia, io, iu
oe, oi, oo, ou oa
ui, uu ua, ue, uo
  aj, ej, oj, uj
  iji (ij+i)
  ay, ya, ey, ye, iy, yi, oy, yo, uy, yu

De combinaties i+j, e+ij, e+ui en i+i leveren een klinkerbotsing op in een samenstelling (gummi-jas, vanille-ijs, college-uitstap, sproei-installatie), maar niet in een ongeleed woord of afleiding (bijectie, beijveren, geuit, kopiist). Een accent op een letter neemt de klinkerbotsing niet weg. We schrijven dus café-eigenaar.

7.2 hoe klinkerbotsing te vermijden?[bewerken]

hoofdregel 7.A[bewerken]
We vermijden klinkerbotsing in een samenstelling door een koppelteken te gebruiken.
We vermijden klinkerbotsing in een ongeleed woord* of in een afleiding door een trema te gebruiken.

samenstelling

gala-avond
garage-eigenares
bureau-inhoud
gummi-jas

ongeleed woord

Kaïn
poëzie
ruïne
patiënt

afleiding

onderzeeër
smeuïg
beïnvloeden
geërfd

Als zich geen klinkerbotsing voordoet, schrijven we de samenstelling of afleiding aaneen.

cameraopstelling
beantwoord
koffieautomaat
carrièreoverweging
geleiachtig
geolied
cadeauabonnement
babyeczeem
polyinterpretabel
juryuitspraak
→ facultatief koppelteken in samenstelling: 6.2
bijzonder geval 7.B[bewerken]
Een afleiding met een voorvoegsel van Griekse of Latijnse oorsprong behandelen we als een samenstelling. We schrijven het voorvoegsel aan het grondwoord vast. Bij klinkerbotsing krijgt de afleiding een koppelteken.

Het gaat om voorvoegsels (of elementen die we als voorvoegsel gebruiken) zoals aero-, anti-, audio-, auto-, bi-, bio-, co-, contra-, de-, di-, duo-, elektro-, extra-, giga-, intra-, loco-, macro-, micro-, mini-, mono-, multi-, neo-, para-, pre-, pro-, proto-, pseudo-, quasi-, re-, retro-, semi-, socio-, supra-, tri-, ultra- en vice-.

co-ouder
de-escaleren
mini-essay
pre-emeritaat
pseudo-islamitisch
quasi-intellectueel

Als zich geen klinkerbotsing voordoet, schrijven we deze voorvoegsels vast aan het grondwoord.

coauteur
deactualiseren
pseudoklassiek
regeneratie

Om de leesbaarheid te bevorderen kunnen we een facultatief koppelteken gebruiken na het voorvoegsel. We schrijven dus volgens de regels quasionschuldig en miniuitrusting, maar we kunnen ook schrijven quasi-onschuldig en mini-uitrusting. In de Woordenlijst is dat facultatieve koppelteken niet opgenomen.

→ facultatief koppelteken in samenstelling: 6.2
→ facultatief koppelteken in Engelse samenstelling: 12.1
→ samenstelling met bijzondere voor- of nabepaling: 6.3
bijzonder geval 7.C[bewerken]
Een afleiding met het achtervoegsel -achtig behandelen we als een samenstelling. Ze krijgt een koppelteken bij klinkerbotsing.
lila-achtig
opera-achtig
maffia-achtig
bijzonder geval 7.D[bewerken]
Een woord waarin we het uitheemse voorvoegsel niet los kunnen zien van het grondwoord behandelen we als ongeleed. Het krijgt bij klinkerbotsing een trema.

Sommige woorden zien er geleed uit, maar zijn niet terug te brengen tot de betekenis van de delen. We behandelen ze als ongelede woorden. Die krijgen een trema bij klinkerbotsing. Zo is co-ouderschap wel te herleiden tot co = 'gezamenlijk' + ouderschap, maar coördinatie is niet co+ordinatie. Op dezelfde manier:

coëfficiënt
coïncidentie
preëminent
biënnale
tetraëder

We schrijven dus:

copiloot: geen twee klinkers
coalitie, coauteur: geen klinkerbotsing
co-ouderschap: klinkerbotsing – het geheel wordt herkend als 'samen ouder zijn' en dus als afleiding met uitheems voorvoegsel
coördinatie: klinkerbotsing – het geheel wordt niet herkend als 'samen ordineren' en wordt daarom beschouwd als een ongeleed woord

Op dezelfde wijze:

re-integreren: geheel wordt herkend als 'opnieuw integreren' – afleiding met uitheems voorvoegsel
reünie: geheel wordt niet herkend als 'opnieuw een unie' – beschouwd als ongeleed woord
→ samenstelling met bijzondere voor- of nabepaling: 6.3

7.3 schema[bewerken]

  zonder Latijns of Grieks voorvoegsel met Latijns of Grieks voorvoegsel
  ongeleed afleiding samenstelling ongeleed geleed
geen klinkerbotsing
ao, ea, eo, ia, oa, ua, ue, iji, ijij, ay, ya, ye, yi, yu
chaos
ideaal
sociaal
actualiteit
continueren
geleiachtig
buiige
essentieel
cameraopstelling
autonomieakkoord
carrièreoverweging
radioantenne
coalitie
realisatie
dieet
triangel
coauteur
regeneratie
miniuitrusting
quasionschuldig
wel klinkerbotsing
aa, ae, ai, au, ee, ei, eu, ie, oe, oi, oo, ou, ui, uu
(en i+j, e+ij, e+ui, i+i in samenstellingen)
creëren
poëzie
druïde
patiënt
onderzeeër
smeuïg
beïnvloeden
essentiële
gala-avond
ski-instructeur
bureau-inhoud
gummi-jas
coördinatie
reünie
biënnale
preëminent
co-existentie
re-integratie
macro-economie
de-escaleren

7.4 drie of meer opeenvolgende klinkerletters in ongelede woorden en afleidingen[bewerken]

bijzonder geval 7.E[bewerken]
Als een van de botsende klinkers wordt weergegeven door twee tekens, kan alleen de eerste klinker van de tweede klank een trema krijgen.
re+eel: reëel
ree+en: reeën
fee+eriek: feeëriek
ge+eigend: geëigend
bedoe+ien: bedoeïen
barbecue+en: barbecueën

Na een i schrijven we geen trema als er in totaal drie of meer klinkertekens staan.

essenti+eel: essentieel
kei+en: keien
uitzaai+en: uitzaaien

De eerste letter van een au, ij, oe, ou of ui krijgt nooit een trema.

ge+automatiseerd: geautomatiseerd
ge+ijkt: geijkt
ge+oefend: geoefend
ge+out: geout
ge+uit: geuit

De eerste letter van een ie en ei kan wel een trema krijgen.

Oekraïens
jezuïet
beëindigd

Gaat het om de combinatie ie-e, dan hangt het van de klemtoon af of er een e wegvalt of niet. Wordt de /ie/ beklemtoond, dan schrijven we ieë; heeft de /ie/ geen klemtoon, dan schrijven we .

knieën
calorieën
oliën
chemicaliën

7.5 uitzonderingen[bewerken]

(a) zoiets wordt aaneengeschreven zonder trema

Zo-even heeft een koppelteken.

(b) getallen in letters krijgen bij klinkerbotsing een trema

tweeënveertig
drieënhalf

Maar we lossen de klinkerbotsing op met een koppelteken als een telwoord gecombineerd wordt met een ander woord: twee-eiig, drie-eenheid.

c) geen trema in de Franse achtervoegsels* -ien en -ienne

opticien
lesbienne

(d) geen trema in zuiver uitheemse woorden* De hoofdregel is niet van toepassing op woorden die nog als volledig uitheems worden beschouwd en hun oorspronkelijke spelling behouden.

paella
perpetuum
maestro
baccalaureus
museum
extranei

(e) geen trema boven een accent* Een letter met een accent behoudt dat accent. Er komt geen trema bovenop.

carrière
première
variété

(f) bij afbreking van een woord vervalt het trema op de eerste letter van de volgende tekstregel

ru·ine
ego·isme
continu·iteit
decafe·iné
→ afbreking: 18

8. Samenstelling met tussenletters -e- of -en-[bewerken]

Een samenstelling maken we doorgaans door twee of meer woorden aan elkaar vast te schrijven. Een deur die naar een kamer leidt waar het bad staat, is een badkamerdeur. Soms spreken we tussen twee delen een tussenklank uit die klinkt als een toonloze /ə/, soms als /ən/.

hoofdregel rodekool, knarsetanden, gerstenat, aspergesoep,
weidevogel, perensap, lerarenopleiding, linzensoep
8.A
3 uitsluitingen    
uitsluiting: linkerdeel op -en havengebied 8.B
uitsluiting: versteende samenstelling apegapen 8.C
uitsluiting: oude naamvalsvorm 's anderendaags 8.D
3 uitzonderingen    
linkerdeel is uniek Onze-Lieve-Vrouwekerk 8.E
linkerdeel versterkt apetrots 8.F
linkerdeel heeft vrouwelijke nevenvorm studentenkamer 8.G

8.1 hoofdregel[bewerken]

Als het linkerdeel van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat niet eindigt op een toonloze /ə/, schrijven we de tussenklank /ə(n)/ doorgaans als -en. Het hok van een hond is een hondenhok. Het sap van een peer is perensap. Wanneer het linkerdeel van een samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat wel eindigt op een toonloze /ə/, schrijven we in sommige gevallen ook -en. Als een zieke zorg krijgt is dat ziekenzorg. Soms schrijven we niet -en maar -e, bijvoorbeeld in ziektekiem, secondewijzer, zonneschijn. Dat hangt af van de kenmerken van het linkerdeel van de samenstelling, in de voorbeelden dus de kenmerken van de woorden ziekte, seconde en zon.

hoofdregel 8.A[bewerken]
We schrijven de tussenklank als -en als het linkerdeel van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat een meervoud heeft op -en, maar geen meervoud op -es.
In andere gevallen schrijven we -e.

Hoe de regel toe te passen?

Is het rode(n)kool, knarse(n)tanden, gerste(n)nat, asperge(n)soep, weide(n)vogel, pere(n)sap, lerare(n)opleiding, of linze(n)soep?

Is het linkerdeel een zelfstandig naamwoord?    
nee linksonder rechtsonder ja     
omlaag omlaag    
Heeft het linkerdeel een meervoud dat eindigt op -en?  
nee linksonder rechtsonder ja   
schrijf -e-
rodekool
knarsetanden
omlaag omlaag  
Heeft het linkerdeel een meervoud dat eindigt op -es?
schrijf -e-
gerstenat
aspergesoep
 ja linksonder rechtsonder nee  
omlaag omlaag
schrijf -e-
weidevogel
schrijf -en-
perensap
lerarenopleiding
linzensoep

Opmerking over de woordsoort van het linkerdeel

Volgens de hoofdregel schrijven we de tussenklank alleen als -en- als het linkerdeel een zelfstandig naamwoord is. Dus niet als het eerste deel de stam van een werkwoord is, ook al lijkt die op een zelfstandig naamwoord.

brekebeen – linkerdeel is de stam van het werkwoord breken
wiegelied – linkerdeel is de stam van het werkwoord wiegen
spinnewiel – linkerdeel is de stam van het werkwoord spinnen

Wel -en in:

wiegendood – linkerdeel is het zelfstandig naamwoord wieg
spinnenweb – linkerdeel is het zelfstandig naamwoord spin

Opmerking over het meervoud op -es

Bedoeld worden woorden die in het enkelvoud eindigen op een toonloze /ə/ en een meervoud hebben op -s.

8.2 drie gevallen waarin we de hoofdregel niet toepassen[bewerken]

uitsluiting 8.B[bewerken]
Als het linkerdeel van de samenstelling al eindigt op -en, is er geen echte tussenklank. We behouden de schrijfwijze van dat deel.
havengebied
keukentafel
molensteen
uitsluiting 8.C[bewerken]
In sommige samenstellingen kunnen we de samenstellende delen nauwelijks of niet herkennen. We noemen ze versteende samenstellingen. Andere woorden zijn slechts in schijn samenstellingen. Op deze woorden passen we de regel niet toe.
Voorbeelden:
apegapen (op – liggen)
apekool
apelazarus (zich het – werken)
apezuur (zich het – werken)
bakkebaard
bolleboos
bruidegom
bullebak
duimelot
deuvekaters
elleboog
hazewind
kakebeen
kattebelletje (haastig geschreven briefje)
kinnebak
klerezooi
koekepeer
kruizemunt
ledemaat
nachtegaal
petekind
pierement
pierewaaien
redekaveling
rederijker
ruggespraak
scharretong
schattebout
sikkepit
stedehouder
takkewijf
wielewaal
zinnebeeld
zottebollen

Bij twijfel geeft de Woordenlijst uitsluitsel.

uitsluiting 8.D[bewerken]
Sommige samenstellingen zijn ontstaan doordat een woordgroep aan elkaar is gegroeid. Vaak hebben de zelfstandige naamwoorden een oude naamvalsvorm. Dat bepaalt de schrijfwijze.
's anderendaags
goedendag
grotendeels
inderminneregeling
ingebrekestelling
meestentijds
merendeel
ondercurateleplaatsing

Bij twijfel geeft de Woordenlijst uitsluitsel.

8.3 drie uitzonderingen op de hoofdregel[bewerken]

uitzonderingsregel 8.E[bewerken]
Als het linkerdeel van een samenstelling verwijst naar een persoon of zaak die in de gegeven context uniek is, schrijven we -e.

Het gaat uitsluitend om de samenstellingen met (Onze-)Lieve-Vrouw of (onze)lievevrouw, met zon, maan en hel.

Onze-Lieve-Vrouwekerk, onzelievevrouwebedstro, lievevrouwebeestje
zonnestraal, zonnebank, zonnegod
maneschijn
hellevuur, helleveeg

Ook de woorden Koninginnedag, koninginnefeest en koninginnenacht schrijven we zonder tussen-n. Maar met tussen-n: koninginnensoep, koninginnenhapje, koninginnenrit.

uitzonderingsregel 8.F[bewerken]
Als het linkerdeel van een samenstelling een versterkende betekenis heeft en het geheel is een bijvoeglijk naamwoord, schrijven we -e.

Het gaat om deze woorden en andere die op dezelfde wijze worden gevormd:

apetrots, apezat
beregoed, beresterk, beretrots
boordevol
pikkedonker
retegoed, reteslim
reuzeleuk, reuzemooi, reuzegroot, reuzeklein
stekeblind

De hoofdregel geldt wel voor woorden als huizenhoog, mijlenver, urenlang. Het gaat hier om combinaties waarbij het linkerdeel een soort eenheid aangeeft: zoveel huizen hoog, zoveel mijlen ver. Bijvoeglijke naamwoorden zoals ravenzwart en flessengroen vallen ook onder de hoofdregel, alsook samengestelde zelfstandige naamwoorden zoals apenstreken, berenhol, leeuwenmoed, reuzenhuis. We denken in deze gevallen aan een vergelijking: glanzend zwart zoals een raaf; streken als van een aap; zoveel moed als een leeuw; een huis zo groot als van een reus. Een samenstelling waarin reus letterlijk genomen moet worden, schrijven we ook volgens de hoofdregel: een reuzenstoet (een stoet waarin reuzen worden meegedragen). Samenstellingen zoals klassespeler, klotefilm en reuzemop schrijven we met -e omdat we het linkerdeel beschouwen als een bijvoeglijk naamwoord. Volgens de hoofdregel krijgt dat geen tussen-n.

uitzonderingsregel 8.G[bewerken]
Als een zelfstandig naamwoord dat een persoon aanduidt een vrouwelijke nevenvorm heeft die alleen verschilt van de mannelijke door een achtervoegsel -e , dan gaan we voor de regels voor de tussenklank /ə(n)/ uit van de mannelijke vorm. We schrijven de tussenletters -en.

Als we een woord als studentenkamer schrijven, gaan we dus niet uit van de meervoudsvorm studentes, die alleen geldt voor het enkelvoud studente. We nemen de mannelijke vorm, die als sekseneutraal wordt beschouwd, en schrijven studentenkamer, zelfs al wonen er alleen studentes, en studentenzwangerschap, ook al kan het alleen gaan om een studente. Hetzelfde geldt voor agentenopleiding, waar we de meervoudsvorm agentes buiten beschouwing laten.

9. Afleiding met tussenletters -e- of -en-[bewerken]

afleiding zonder extra -n aanbiddelijk 9.A
afleiding met -achtig, -dom of -schap lenteachtig, sterrendom 9.B

9.1 afleiding zonder tussen-n[bewerken]

regel 9.A[bewerken]
We schrijven nooit -en als tussenklank in een afleiding, behalve in sommige gevallen voor de achtervoegsels* -achtig, -schap en -dom.
aanbiddelijk
afhankelijk
plaatselijk
redelijk
zedelijk
besluiteloos
grenzeloos
ideeëloos
klakkeloos
liefdeloos
stateloos
zedeloos

Als het grondwoord eindigt op een -n, wordt die behouden in de afleiding.

openlijk
wezenlijk
gewetenloos
meedogenloos
gelegenheid

9.2 afleiding met -achtig, -dom of -schap[bewerken]

regel 9.B[bewerken]
Voor een afleiding met het achtervoegsel -achtig, -schap of -dom passen we de hoofdregel voor de tussenletter -e(n) in samenstellingen* toe.
→ samenstelling met tussenletters -e- of -en: 8.1 tot 8.3

Het grondwoord heeft geen meervoud dat eindigt op -en: schrijf -e.

lenteachtig
zijdeachtig

Het grondwoord heeft een meervoud dat eindigt op -en, maar ook op -es: schrijf -e.

heideachtig
vedettedom

Het grondwoord heeft alleen een meervoud op -en: schrijf -en.

sterrendom
vorstendom
deskundigenschap

Als het grondwoord eindigt op een -n, schrijven we die ook in de afleiding.

eigendom
wetenschap

10. Samenstelling of afleiding met of zonder tussenletter -s-[bewerken]

Een samenstelling maken we doorgaans door twee of meer woorden aan elkaar vast te schrijven. De deur die naar een kamer leidt waar het bad staat, is een badkamerdeur. Soms spreken we tussen twee delen een extra /s/ uit. Dat is een tussenklank. Die horen we soms ook in afleidingen*, bijvoorbeeld met -matig, -waard, -waardig en soms met -achtig, -loos en andere achtervoegsels*.

hoorbare tussenklank dorpskern 10.A
twee sisklanken Stationsstraat 10.B

10.1 hoorbare tussenklank[bewerken]

regel 10.A[bewerken]
Als we een extra /s/ horen tussen twee delen van een samenstelling of voor een achtervoegsel, dan schrijven we die ook.
dorpskern
meningsverschil
lezenswaard
bezienswaardig

Wel een tussen-s in:

jongensachtig, meisjesachtig
inhoudsloos, uitdrukkingsloos

Geen tussen-s, want we horen die niet in:

geelachtig, zenuwachtig
liefdeloos, reukloos

Variatie in het taalgebruik Sommige woorden worden door de ene taalgebruiker met, en door de andere taalgebruiker zonder tussenklank /s/ uitgesproken. De een zegt druggebruik, de ander drugsgebruik. De een zegt gewichtloos, de ander gewichtsloos. In zulke gevallen zijn beide spellingen correct. Andere voorbeelden:

geslacht(s)loos
minister(s)portefeuille
spelling(s)probleem
voorbehoed(s)middel
gladheid(s)bestrijding

Andere betekenis – anders geschreven Soms is er een verschil in betekenis tussen een combinatie met, en een combinatie zonder tussen-s. Voorbeelden:

schilderatelier: ruimte, bijvoorbeeld in een school, waar wordt geschilderd
schildersatelier: werkplaats van een schilder
waternood: gebrek aan water
watersnood: overstroming
zusterschool: verwante school
zustersschool: nonnenschool

10.2 twee sisklanken[bewerken]

regel 10.B[bewerken]
We schrijven een extra s in een samenstelling waarvan het rechterdeel met een sisklank begint, als de aanwezigheid van de tussenklank /s/ blijkt uit een vergelijkbaar geval waarbij het rechterdeel niet met een sisklank begint.

Of er een tussenklank /s/ is, is moeilijk te horen als het rechterdeel van een samenstelling met een sisklank begint.

wandel + straat: wandelstraat
station + straat: Stationsstraat

We schrijven een extra s in Stationsstraat, omdat we die ook vinden in andere samenstellingen met station-: stationshal, stationsklok, Stationsplein. Andere gevallen:

eenmanszaak (want: eenmansactie)
bedrijfszeker (want: bedrijfsonzeker)
handelszaak (want: handelsmissie)
meisjesschool (want: meisjesnaam)
damessjaal (want: dameshoed)

Soms geeft de Woordenlijst bij een bepaald grondwoord zowel samenstellingen met als zonder tussen-s. Zo staat er bijvoorbeeld raadkamer en raadgever zonder tussen-s, maar raadsman en raadskelder met tussen-s. Zowel de vormen raadzaal als raadszaal zijn hiermee te verdedigen. Aanbevolen wordt om in deze gevallen de taalpraktijk te volgen.

11. Werkwoorden[bewerken]

Bij de spelling van een werkwoord houden we niet alleen rekening met de klank, maar ook met de regels van de vervoeging. Die bepalen welke uitgang we schrijven, ook al is die niet hoorbaar. De keuze tussen word en wordt, of tussen vergrote en vergrootte, hangt in de eerste plaats af van grammaticale regels. In dit hoofdstuk behandelen we de inheemse werkwoorden.

zoek de stam 11.A
voeg uitgang bij de stam 11.B
tegenwoordige tijd  
verleden tijd regelmatige werkwoorden  
voltooid deelwoord regelmatige werkwoorden 11.C
verleden tijd onregelmatige werkwoorden  
voltooid deelwoord onregelmatige werkwoorden  
gebiedende wijs 11.D
→ vervoeging van Engelse werkwoorden: 12.2

11.1 zoek de stam[bewerken]

regel 11.A[bewerken]
De basisvorm voor het spellen van werkwoordsvormen is de stam. Dat is de onbepaalde wijs* van het werkwoord zoals we die uitspreken, min de uitgang -en (soms -n ).
wandelen – (stam) wandel
overwegen – (stam) overweeg

De stam van werkwoorden als doen, gaan, staan, slaan, zien (en samengestelde of afgeleide werkwoorden als uitdoen, begaan) vinden we door alleen de n weg te laten.

gaan – (stam) ga
zien – (stam) zie

De stam van het werkwoord komen is kom. De stam van het werkwoord douchen is douch. We schrijven daarom ik douch, ik douchte, ik heb gedoucht. Als we de stam schrijven, passen we de regels toe voor klinkers in open en gesloten lettergrepen. We schrijven de eindmedeklinker altijd enkel, dus voor het werkwoord bidden niet bidd maar bid. Als de stam eindigt op v of z, schrijven we f of s (maar als we deze stam gebruiken in een werkwoordsvorm met -en, dan wordt de f weer een v en de s wordt weer een z). De letters b, d en g komen wel voor op het eind van de stam.

zakken – (stam) zakjij zaktwij zakten
zetten – (stam) zetjij zetwij zetten
leven – (stam) leefjij leeftwij leefden
vrezen – (stam) vreesjij vreestwij vreesden
schrobben – (stam) schrobjij schrobtwij schrobden
doden – (stam) doodjij doodtwij doodden
leggen – (stam) legjij legtwij legden

Sommige werkwoorden ondergaan een klinkerwisseling als we ze in de verleden tijd zetten. Om de verleden tijden van die werkwoorden te spellen gaan we uit van een tweede stam: de vorm die we horen in de meervoudsvormen van de verleden tijd, min de uitgang -en. Die noemen we de verledentijdsstam.

lopenliepen – (verledentijdsstam) liep
brengenbrachten – (verledentijdsstam) bracht
vindenvonden – (verledentijdsstam) vond
hebbenhadden – (verledentijdsstam) had

Bij werkwoorden met /i/ of /ee/ in de stam krijgen we in de verleden tijd een klinkerwisseling met een korte klinker in enkelvoudsvormen, een lange in meervoudsvormen.

biddenik badwij baden
sprekenik sprakwij spraken
regel 11.B[bewerken]
Voor de vervoeging van een werkwoord voegen we bij de stam de uitgang die we horen. Als de stam eindigt op -d of -t , schrijven we de uitgang naar analogie van andere werkwoorden.

11.2 tegenwoordige tijd[bewerken]

werken   worden
ik werk stam ik word
jij werkt, u werkt, werkt u stam+t jij wordt, u wordt, wordt u
werk jij stam word jij
hij, zij, het werkt stam+t hij, zij, het wordt
wij, jullie, zij werken stam+en wij, jullie, zij worden

Als de stam eindigt op een t, vervalt de uitgang -t voor de tweede en derde persoon. We schrijven immers geen dubbele medeklinker op het eind van een woord.

spellen – (stam) speljij spelt
zetten – (stam) zetjij zet (niet: zett)
→ beginsel van de gelijkvormigheid: 1.2

Als de stam eindigt op een d, krijgen we wel een -dt.

worden – (stam) wordhij wordt

De vorm met u of gij heeft altijd een t.

u werktwerkt u
u wordtwordt u
gij werktwerkt gij
gij wordtwordt gij

De vorm vóór het onderwerp jij of je heeft geen t.

jij werkt, je werktwerk jij, werk je
jij wordt, je wordtword jij, word je

11.3 verleden tijd van regelmatige werkwoorden[bewerken]

Sommige werkwoorden krijgen de uitgangen -de en -den, andere de uitgangen -te en -ten. Dat hangt af van de eindklank van de stam. Als dat een van de medeklinkers van 't kofschip of 't fokschaap is (/t/, /k/, /f/, /s/, /ch/, /p/), of de medeklinker /sj/ (bijvoorbeeld in ramsjen), dan krijgen de vervoegde vormen -te(n). Als de stam eindigt op een klinker of een stemhebbende* medeklinker, krijgen de vervoegde vormen -de(n).

delen   werken
deel stam werk
ik, jij, het deelde stam+de/te ik, jij, het werkte
wij, jullie, zij deelden stam+den/ten wij, jullie, zij werkten

Als de stam eindigt op d of t, wordt de verleden tijd met een dubbele medeklinker geschreven.

smeden   vergroten
smeed stam vergroot
ik, jij, het smeedde stam+de/te ik, jij, het vergrootte
wij, jullie, zij smeedden stam+den/ten wij, jullie, zij vergrootten

11.4 voltooid deelwoord van regelmatige werkwoorden[bewerken]

regel 11.C[bewerken]
Een voltooid deelwoord dat eindigt op de klank /t/ spellen we met de eindmedeklinker -d of -t die we horen in de verleden tijd.
delen   missen
ik heb gedeeld (ge)stam(+d/t) ik heb gemist
smeden   vergroten
ik heb gesmeed (ge)stam(+d/t) ik heb vergroot

Een bekend ezelsbruggetje om te achterhalen of een voltooid deelwoord met d dan wel met t wordt geschreven, is luisteren naar de verleden tijd. Eindigt die op -de, dan schrijven we het voltooid deelwoord met -d. Eindigt de verleden tijd op -te, dan schrijven we het voltooid deelwoord met -t.

ik smeeddeik heb gesmeed
ik misteik heb gemist

Als we het voltooid deelwoord gebruiken als bepaling voor een zelfstandig naamwoord, dan moeten we het soms verbuigen. Daarbij passen we de regels voor de verenkeling van klinkers toe.

gedeeldde gedeelde vreugde
gemisthet gemiste doelpunt
gesmeedde gesmede ijzers
vergrootde vergrote foto

In de verbogen vorm van het voltooid deelwoord is dezelfde d of t te horen als in de verleden tijd. Ook aan de hand hiervan kan dus vaak de juiste schrijfwijze van de onverbogen vorm bepaald worden.

→ verenkeling van lange klinkers in een open lettergreep: 2.1

11.5 verleden tijd van onregelmatige werkwoorden[bewerken]

lopen   vinden
ik, jij, het liep verledentijdsstam ik, jij, het vond
wij, jullie, zij liepen verledentijdsstam+en wij, jullie, zij vonden

Een verledentijdsstam met /aa/ heeft in het enkelvoud een /a/: wij kwamenik kwam. De vorm met u is gelijk aan die met jij.

(jij liep) u liepliep u
(jij vond) u vondvond u

De vorm met gij krijgt altijd een uitgang -t.

gij lieptgij vondt
liept gijvondt gij

11.6 voltooid deelwoord van onregelmatige werkwoorden[bewerken]

Het voltooid deelwoord begint, als er geen ander voorvoegsel is, met ge- en eindigt op -en, soms op -d of -t. In sommige gevallen wordt de gewone stam gebruikt, in andere de verledentijdsstam.

lopengelopen
vindengevonden
begrijpenbegrepen
vragengevraagd
kopengekocht

11.7 gebiedende wijs[bewerken]

regel 11.D[bewerken]
De gebiedende wijs wordt uitgedrukt door de stam van het werkwoord.
Kom hier.
Ga weg.
Wees niet bang.
Word niet boos.
Had dan gezwegen.
Wend u tot de conciërge.

De meervoudsvorm stam+t komt nog weinig voor. We vinden deze vorm: – in formele en oudere vormen van het Nederlands: Neemt en eet, dit is Mijn Lichaam; proletariërs aller landen, verenigt u; – in enkele vaste verbindingen: bezint eer gij begint.

Als we het onderwerp van de gebiedende wijs willen uitdrukken, gebruiken we de onvoltooid tegenwoordige tijd.

Word jij maar niet boos.
Houdt u goed afstand.
Wendt u zich tot de conciërge.
Komen jullie maar even mee.
→ vervoeging van Engelse werkwoorden: 12.2

12. Engelse woorden in het Nederlands[bewerken]

Woorden die we overnemen uit het Latijn, het Frans en de meeste andere talen, worden in de loop van de tijd aangepast aan het Nederlandse spellingsysteem. Engelse woorden behouden hun Engelse schrijfwijze. Toch maken we in het Nederlands ook met deze woorden nieuwe vormen, bijvoorbeeld verkleinwoorden (baby'tje) en werkwoorden (computeren). Daar hebben we enkele specifieke regels voor nodig.

Engelse samenstellingen en woordgroepen aaneen of los
samenstelling online 12.A
samenkoppeling gin-tonic, up-to-date, non-profit, lay-out 12.B
woordgroep collector's item, life sentence, chief executive officer 12.C
Engelse werkwoorden
stam fax, barbecue, save 12.D
stam op dubbele medeklinker paintball 12.E
stam met lange /oo/ promoot 12.F

12.1 Engelse samenstellingen en woordgroepen aaneen of los[bewerken]

regel 12.A[bewerken]
Een in het Nederlands gebruikelijke samenstelling van Engelse woorden schrijven we in één woord.
online
accountmanager
businessclass
download
sciencefiction
voicemail
sixpack

Dat geldt ook voor driedelige samenstellingen met twee of drie Engelse woorddelen.

publicrelationsbureau
humanresourcesafdeling
lowbudgetfilm
latenightshow

Bij klinkerbotsing of als een van de delen een initiaalwoord, losse letter, cijfer of symbool is, gebruiken we een koppelteken.

demi-john
e-mail
pay-tv

Om de leesbaarheid te bevorderen kunnen we een facultatief koppelteken gebruiken tussen de samenstellende delen. Dit facultatieve teken wordt niet gebruikt in de Woordenlijst.

musichall, maar ook music-hall
bodyart, maar ook body-art
reallifesoap, maar ook real-lifesoap
knowhowovereenkomst, maar ook
knowhow-overeenkomst
→ facultatief koppelteken in samenstelling: 6.2
→ facultatief koppelteken in afleiding: 7.2
uitzonderingsregel 12.B[bewerken]
Sommige combinaties behandelen we als een samenkoppeling. Ze krijgen een koppelteken.

(a) als gelijkwaardige delen met elkaar worden gekoppeld Het gaat om combinaties van twee of meer elementen die in de samenstelling in principe met elkaar verwisseld zouden kunnen worden. Zo zouden we een singer-songwriter ook een songwriter-singer kunnen noemen. In enkele Engelse woorden worden deze delen verbonden met and of 'n.

gin-tonic
Dow-Jones
cash-and-carry
rock-'n-roll
→ samenstelling – bijzondere gevallen met koppelteken: 6.3

Het koppelteken behouden we als we met dit geheel een samenstelling of afleiding maken.

Dow-Jonesindex
rock-'n-rollen

Maar in het geval van (bijna-)reduplicatie* schrijven we het woord aaneen.

gogogirl
byebye
fiftyfifty
walkietalkie
boogiewoogie

(b) als ze ook in het Engels vaak een koppelteken hebben

up-to-date
catch-as-catch-can

(c) als het linkerdeel no of non is

non-profit
no-nonsensepolitiek
no-iron

(d) als het rechterdeel een Engels voorzetselbijwoord is

lay-out
plug-in
stand-by
back-upbestand
all-inpakket

Uitzonderingen: pullover, countdown, breakdown, feedback, playback.

uitzonderingsregel 12.C[bewerken]
Sommige combinaties behandelen we als een woordgroep. We schrijven de delen los.

(a) de meeste combinaties van een bezitsvorm, rangtelwoord of bijvoeglijk naamwoord met een zelfstandig naamwoord

collector's item
writer's block
first lady
second opinion
compact disc
intensive care
low budget
big bang

(b) gelegenheidsontleningen, meer bepaald woordgroepen die in het Engels los worden geschreven en die men uitdrukkelijk citeert uit het Engels als vreemde taal Vaak wordt een dergelijke gelegenheidsontlening in een tekst cursief gedrukt.

designer baby
five o'clock tea
electronic data processing
stiff upper lip
world wide web

(c) Engelse drie- of meerdelige functiebenamingen

chief executive officer
technical sales assistant
public relations officer

12.2 vervoeging van Engelse werkwoorden[bewerken]

Werkwoorden van Engelse herkomst worden vervoegd zoals Nederlandse werkwoorden. De stam vormt ook hier de basisvorm voor de spelling, zij het dat die stam in sommige gevallen zoals in het Engels gespeld blijft en in andere gevallen aan de Nederlandse spelling wordt aangepast. Aan de stemloze medeklinkers van 't kofschip moeten we voor Engelse werkwoorden de sisklanken /sj/ en /tsj/ toevoegen. Die horen we bijvoorbeeld aan het eind van de woorden push en stretch.

regel 12.D[bewerken]
De stam van een werkwoord van Engelse herkomst schrijven we op dezelfde manier als in het Engels. Die vorm gebruiken we zoals de stam van een inheems werkwoord.
Engelse vorm Nederlandse vorm stam tegenwoordige tijd verleden tijd voltooid deelwoord
to fax faxen fax ik fax
jij faxt
ik faxte
jij faxte
gefaxt
to snooker snookeren snooker ik snooker
jij snookert
ik snookerde
jij snookerde
gesnookerd
to facelift faceliften facelift ik facelift
jij facelift
ik faceliftte
jij faceliftte
gefacelift
to download downloaden download ik download
jij downloadt
ik downloadde
jij downloadde
gedownload
to barbecue barbecueën barbecue ik barbecue
jij barbecuet
ik barbecuede
jij barbecuede
gebarbecued
to rugby rugbyen rugby ik rugby
jij rugbyt
ik rugbyde
jij rugbyde
gerugbyd
to upgrade upgraden upgrade ik upgrade
jij upgradet
ik upgradede
jij upgradede
geüpgraded
to save saven save ik save
jij savet
ik savede
jij savede
gesaved
to skate skaten skate ik skate
jij skatet
ik skatete
jij skatete
geskatet

Het ezelsbruggetje dat ons doet luisteren naar de verleden tijd om de laatste letter van het voltooid deelwoord te bepalen, werkt ook voor Engelse werkwoorden.

ik downloaddeik heb gedownload
ik faxteik heb gefaxt
→ voltooid deelwoord van regelmatige werkwoorden: 11.4

Als de eindmedeklinker van de stam op twee manieren kan worden uitgesproken, bijvoorbeeld /f/ en /v/, /s/ en /z/, /dzj/ en /tsj/, zijn zowel de vormen met t als die met d correct.

to golfgolfen, (stam) golfik golf, ze golft, we golften/golfden, we hebben gegolft/gegolfd
to briefbriefen, (stam) briefik brief, ze brieft, we brieften/briefden, we hebben gebrieft/gebriefd
to leaseleasen, (stam) leaseik lease, ze leaset, we leaseten/leaseden, we hebben geleaset/geleased
to bridgebridgen (stam) bridgeik bridge, ze bridget, we bridgeten/bridgeden, we hebben gebridget/gebridged.
uitzonderingsregel 12.E[bewerken]
Als het woord in het Engels eindigt op een dubbele medeklinker, vernederlandsen we de stam en schrijven we een enkele medeklinker, tenzij dit een andere uitspraak oproept.
Engelse vorm Nederlandse vorm stam tegenwoordige tijd verleden tijd voltooid deelwoord
to cross crossen cros ik cros
jij crost
ik croste
jij croste
gecrost
volleyball volleyballen volleybal ik volleybal
jij volleybalt
ik volleybalde
jij volleybalde
gevolleybald
paintball paintballen paintball ik paintball
jij paintballt
ik paintballde
jij paintballde
gepaintballd
uitzonderingsregel 12.F[bewerken]
Als het woord in het Engels in de laatste uitgesproken lettergreep een lange /oo/ of een daaraan verwante klank heeft, vernederlandsen we de stam en schrijven we oo met dubbel klinkerteken.
Engelse vorm Nederlandse vorm stam tegenwoordige tijd verleden tijd voltooid deelwoord
to promote promoten promoot ik promoot
jij promoot
ik promootte
jij promootte
gepromoot
to score scoren scoor ik scoor
jij scoort
ik scoorde
jij scoorde
gescoord

De regels voor werkwoorden waarvan de Engelse stam eindigt op -e, gelden niet voor Franse werkwoorden. We schrijven douchenik douchzij douchtik douchtehij heeft gedoucht.

13. Speciale meervouden van zelfstandige naamwoorden[bewerken]

regelmatig meervoud handen, bomen, kannen 13.A
woord eindigt op lange klinker oma's 13.B

13.1 regelmatige meervoudsvormen[bewerken]

regel 13.A[bewerken]
We schrijven de regelmatige meervoudsvorm van een zelfstandig naamwoord zoals we hem uitspreken: met de uitgang (doorgaans -en, -n, -s ) aan het woord vast. Daarbij passen we de spellingregels voor open of gesloten lettergrepen toe.
handhanden
boombomen
kankannen
weideweiden, weides
appelappelen, appels
leraarleraren, leraars
kindkinderen
kleedkleden, klederen, kleren

13.2 woorden die eindigen op een lange klinker[bewerken]

regel 13.B[bewerken]
Als het grondwoord eindigt op een lange klinker die we met één letterteken en zonder accent* schrijven, gebruiken we een apostrof voor de meervouds -s.
oma's
alibi's
risico's
haiku's
directory's
alinea's
duo's
la's

De s wordt aan het woord vast geschreven als het eindigt op een toonloze /ə/, op een klinker met een accentteken, of op een klinker die met twee letters of meer wordt geschreven.

lentelentes
cafécafés
bureaubureaus
shampooshampoos
spraysprays

Ook als we aan het eind van het woord een klinker horen, maar een medeklinker schrijven, hechten we de s vast aan het woord.

escargotescargots
sjahsjahs
ayatollahayatollahs

14. Bezitsvorm van zelfstandige naamwoorden[bewerken]

Een bezitsvorm of genitief maken we doorgaans door een s toe te voegen aan een zelfstandig naamwoord. Dat kunnen we doen bij bepaalde soortnamen die naar personen verwijzen (mijn broers fiets) en bij eigennamen (Annie M.G. Schmidts verhalenbundel).

regelmatige vorm moeders kennis 14.A
woord eindigt op lange klinker oma's huis 14.B
woord eindigt op sisklank Agnes' overtuiging 14.C
regel 14.A[bewerken]
We schrijven de bezits-s vast aan het grondwoord, tenzij dat eindigt op een lange klinker of een sisklank.
moeders kennis
Boons cursiefjes
tantes beroep
Miekes speelgoed
Sarahs paarden
regel 14.B[bewerken]
Als het grondwoord eindigt op een lange klinker die we met één letterteken zonder accent schrijven, gebruiken we een apostrof.
oma's huis
Antigone's claim
Rossini's huis
Romeo's verdriet

Dus geen apostrof in:

Aimés trots
Manous verjaardagsfeest
Guinees havensteden
Stafleus catalogus
Disneys film
regel 14.C[bewerken]
Als het grondwoord eindigt op een sisklank, schrijven we alleen een apostrof.
Agnes' overtuiging
Joyce' laatste roman
Marx' theorie
Márquez' autobiografie

Ook als het grondwoord eindigt op een s die niet wordt uitgesproken, passen we de uitzonderingsregel toe. De /s/ is immers wel te horen in de bezitsvorm.

Alexandre Dumas' meesterwerk
Carpentras' bevolking

Maar als het grondwoord eindigt op een z of een x die niet wordt uitgesproken, hechten we de bezits-s vast aan het grondwoord.

Deprezs argumenten
Debrouxs schuldenlast
Bordeauxs omgeving

15. Verkleinwoorden[bewerken]

hoofdregel mensje 15.A
woord eindigt op lange klinker omaatje 15.B
tiramisu'tje 15.C
woord van Franse herkomst, grondwoord eindigt op /ə/ enveloppetje, envelopje 15.D
eindmedeklinker niet uitgesproken colbertje, dinertje 15.E
grondwoord is initiaalwoord, letter, cijfer of symbool cd'tje 15.F

15.1 hoofdregel[bewerken]

regel 15.A[bewerken]
Van veel zelfstandige naamwoorden kunnen we een verkleinwoord maken met een achtervoegsel -je, -tje, -etje of -pje . Dat schrijven we vast aan het grondwoord.
mensmensje
cognaccognacje
touwtouwtje
zeezeetje
aardbeiaardbeitje
souvenirsouvenirtje
kankannetje
koekkoekje
probleemprobleempje

Als het grondwoord eindigt op de klank /ng/, geschreven als -ng, eindigt het verkleinwoord op -kje of -etje.

campingcampinkje
leerlingleerlingetje

In de lettergreep voor -etje passen we de regels voor de verdubbeling van medeklinkers* toe.

balballetje
bonbonnetje
bigbiggetje
→ verdubbeling van medeklinkers: 2.2

Sommige woorden hebben twee verkleinvormen, soms met een betekenisverschil.

bloembloemetje, bloempje
poppoppetje, popje

Soms heeft het grondwoord twee varianten, en daardoor twee verkleinvormen.

heg, heggehegje, heggetje

Het verkleinwoord van jongen is jongetje.

Als het grondwoord eindigt op een lange klinker, of als het van vreemde oorsprong is, kunnen zich spellingproblemen voordoen. Daar zijn bijzondere regels voor.

15.2 grondwoord eindigt op lange klinker[bewerken]

regel 15.B[bewerken]
Als het grondwoord eindigt op een lange klinker die met één klinkerteken geschreven wordt, dan voegen we een klinkerteken toe in het verkleinwoord.

De lange /aa/, /ee/, /oo/ en /uu/ worden geschreven als aa, ee, oo, uu. De lange /ee/, geschreven als é, verliest het accent en wordt ee. De lange /ie/, geschreven als i, wordt ie.

omaomaatje
cafécafeetje
taxitaxietje
autoautootje
parapluparapluutje
regel 15.C[bewerken]
Als het grondwoord eindigt op een u (uitgesproken als /oe/) of een y (na een medeklinker en uitgesproken als /ie/ of /aai/), dan gebruiken we een apostrof in het verkleinwoord.
tiramisutiramisu'tje
babybaby'tje

Maar geen apostrof in jockeyjockeytje.

15.3 grondwoord van Franse herkomst[bewerken]

(a) Frans grondwoord eindigt op een toonloze /ə/[bewerken]

regel 15.D[bewerken]
Als het grondwoord eindigt op -ade, -ave, -ffe, -ine, -ppe, -tte, -ule, -ure, -ute, dan hangt de spelling van het verkleinwoord af van de uitspraak. Als de eind-e van het grondwoord in het verkleinwoord niet te horen is, wordt de spelling van het verkleinwoord vernederlandst.
-ade: karbonadekarbonaadje
-ave: enclaveenclaafje
-ffe: giraffegirafje
-ine: sardinesardientje
-ppe: enveloppeenvelopje
-tte: diskettedisketje
-ule: moleculemolecuultje
-ure: blessureblessuurtje
-ute: parachuteparachuutje

Als de eind-e in het verkleinwoord wordt uitgesproken of als het grondwoord eindigt op een andere uitgang, passen we hoofdregel 15.A toe.

afficheaffichetje
blessureblessuretje
douchedoucheje
enclaveenclavetje
enveloppeenveloppetje
giraffegiraffetje
moleculemoleculetje

Opmerkingen:

(a) Als het grondwoord deel uitmaakt van een uitheemse woordgroep, wordt het verkleinwoord niet vernederlandst. We schrijven dus eau de toiletteje.
(b) Engelse woorden die eindigen op een toonloze /ə/, behouden omwille van de uitspraak ook de eind-e.
cakecakeje
milkshakemilkshakeje

(b) Frans grondwoord eindigt op een medeklinker die niet wordt uitgesproken[bewerken]

regel 15.E[bewerken]
Als het Franse grondwoord eindigt op een medeklinker t of d die we niet uitspreken, voegen we -je toe. Het verkleinwoord wordt wel uitgesproken met /tjə/.
colbertcolbertje
biscuitbiscuitje
boulevardboulevardje

Opmerkingen:

(a) Sommige van deze woorden kunnen ook worden uitgesproken met t aan het eind, bijvoorbeeld restaurant. Dat heeft geen consequenties voor de spelling.
(b) Als we afbreken, gaat alleen -je naar de volgende regel.
colbert·je
restaurant·je

(c) Andere gevallen[bewerken]

In alle andere gevallen voegen we het achtervoegsel dat we horen, doorgaans -tje, toe volgens regels 15.A. en 15.B

souvenirsouvenirtje
dinerdinertje
deux-chevauxdeux-chevauxtje
tournedostournedostje
mistralmistralletje
detaildetailtje
reçureçuutje

15.4 grondwoord is initiaalwoord, letter, cijfer of symbool[bewerken]

regel 15.F[bewerken]
Als het grondwoord een initiaalwoord, een letter, een cijfer of een symbool is, gebruiken we een apostrof in het verkleinwoord.
cd'tje
A4'tje
s'je
m'etje

Letterwoorden* en verkortingen* worden behandeld als gewone grondwoorden. We hechten het achtervoegsel vast aan het woord.

radarradartje
cd-romcd-rommetje
profprofje
demodemootje

Een letterwoord met een hoofdletter krijgt een apostrof voor de uitgang van het verkleinwoord.

de FAQ'jes
een Benelux'je
→ samenstelling met koppelteken: 6.3
→ afleiding van initiaalwoord met apostrof: 6.4

16. Hoofdletters of kleine letters?[bewerken]

eigennamen Wim Smidt 16.A
personen Femke 16.B
  freudiaans 16.C
  Shakespearedrama 16.D
aardrijkskundige namen Amsterdam 16.E
  Leidseplein 16.F
  het noorden, het Noorden 16.G
  een fles bordeaux 16.H
talen, dialecten, culturen het Nederlands 16.I
volkeren de West-Vlamingen 16.J
periodes de middeleeuwen, de lente 16.K
feestdagen Pasen 16.L
stromingen het protestantisme 16.M
instellingen het Hof van Cassatie 16.N
merken Dafalgan 16.O
titels de Ilias 16.P
hoofdletter uit respect Majesteit 16.Q
functiebenaming professor Gobelijn 16.R
heilige namen God 16.S
Duitse woorden übermensch 16.T
eerste woord van een zin Wanneer ga je op reis? 16.U

16.1 hoofdletter voor een eigennaam[bewerken]

Als we een persoon, een plaats of een zaak willen aanduiden, kunnen we daarvoor een eigennaam gebruiken (hij heet Wim Smidt, hij werkt bij een organisatie die het Rode Kruis heet, hij woont in een stad die Amsterdam heet) of een soortnaam (hij is een van de vele veertigers, woont op een van de vele pleinen, naast een van de vele postkantoren). De meeste spellingregels zijn niet van toepassing op eigennamen, die immers worden gekozen en doorgegeven mét een schrijfwijze. We respecteren deze soms afwijkende schrijfwijze van namen op grond van het donorprincipe. Dat geldt ook voor plaats- en straatnamen en voor namen van instellingen en bedrijven. De officiële spelling betreft alleen het gebruik van hoofdletters.

hoofdregel 16.A[bewerken]
Een eigennaam krijgt een hoofdletter; een soortnaam schrijven we klein.

eigennaam persoon of dier

Wim Smidt
Alice Nahon
Snoopy

eigennaam plaats

Amsterdam
de Schelde

eigennaam zaak

het Rode Kruis
Café De Posthoorn

soortnaam persoon of dier

een veertiger
een secretaresse
een beagle

soortnaam plaats

een plein
een provincie

soortnaam zaak

een postkantoor
een arrondissementsrechtbank

16.2 persoonsnamen[bewerken]

regel 16.B[bewerken]
(1) De voornaam en de familienaam van een persoon schrijven we met een hoofdletter.
(2) Voorzetsels* en lidwoorden in sommige familienamen krijgen in Nederland een kleine letter als er een voornaam, initiaal of familienaam aan voorafgaat. Volgens de Belgische wetgeving worden deze elementen altijd geschreven zoals ze in het geboorteregister staan.

(1)

Femke
Nasira
Louis Paul Boon
Renate Rubinstein
J.C.T. Perk

(2) Nederland

De Laat
mevrouw De Laat
mevrouw Van Dijk-de Laat
Marjolien de Laat
M. de Laat
M. van Dijk-de Laat

België

De Jonghe
mevrouw De Jonghe
mevrouw Van den Bossche-De Jonghe
Rita De Jonghe
R. De Jonghe
R. Van den Bossche-De Jonghe

Een aanspreekvorm of de titel die iemand draagt, schrijven we (voluit of afgekort) in lopende tekst met kleine letter.

mevr. Augusta de Wit
mr. Eddy Van Vliet
professor Gobelijn
em. prof. dr. J.J. Aerts
dominee François Haverschmidt
regel 16.C[bewerken]
Een afleiding van een persoonsnaam krijgt een kleine letter.
freudiaans
marxisme
maoïst
victoriaans
montignaccen

Ook als de naam van een persoon ongewijzigd wordt gebruikt om een voorwerp te benoemen, vervalt de hoofdletter. Alleen als het voorwerp het product is van de arbeid of creativiteit van de genoemde persoon, behouden we de hoofdletter. Dat geldt bijvoorbeeld voor schilderijen, boeken, kledingstukken of voorwerpen die een persoonsnaam als merknaam hebben. Ook de persoonsnamen die zijn gegeven aan schepen of andere voertuigen, behouden de hoofdletter.

een colbert
een bintje
een diesel
een Mondriaan
een Armani
de Mercator
een Ford
→ hoofdletter uit respect: 16.7
regel 16.D[bewerken]
Een samenstelling met een persoonsnaam behoudt de hoofdletter. Alleen als de genoemde persoon niet betrokken is bij het nieuwe begrip schrijven we het woord met kleine letter.
een Shakespearedrama
een Dylanplaat
een Picassofan

De hoofdletter wordt ook behouden als een instelling of een merk genoemd wordt naar een persoon.

de Van Goghtentoonstelling
de Erasmushogeschool
een Philipslamp

Als het verband met de persoon is verzwakt, verliest de samenstelling haar hoofdletter.

een Beatlesplaat: een plaat gemaakt door The Beatles
beatlehaar: haar zoals The Beatles, maar gedragen door iemand anders
Hitlerretoriek: de manier waarop Adolf Hitler sprak
een molotovcocktail: benzinebom, genoemd naar de Sovjetminister Molotov

Samenstellingen met de naam van een uitvinder of ontdekker krijgen een kleine letter.

berlitzmethode
coopertest
dieselmotor
montessorionderwijs
fröbelschool

Als we de naam los gebruiken om expliciet naar de uitvinder of ontdekker te verwijzen, behouden we de hoofdletter.

het downsyndroom
het syndroom van Down
zij heeft alzheimer
een alzheimerpatiënt
de ziekte van Alzheimer

16.3 benamingen van plaatsen, windstreken, talen, volkeren[bewerken]

(a) aardrijkskundige namen[bewerken]

regel 16.E[bewerken]
Een aardrijkskundige naam schrijven we met een hoofdletter.

Deze regel geldt voor plaatsen, streken, landen, maar ook bijvoorbeeld voor bergen, rivieren, woestijnen, hemellichamen.

Amsterdam
Antarctica
de Verenigde Staten
het Andesgebergte
de Schelde
de Sahara
de Poolster

In niet-wetenschappelijke teksten schrijven we: de aarde, de maan, de zon.

regel 16.F[bewerken]
Samenstellingen* en afleidingen* op basis van een aardrijkskundige naam behouden de hoofdletter.
Leidseplein
Nederlandkunde
de Scheldeoevers
Nederlands
Belgisch
een Gentenaar
Zuid-Afrikaans
een Zuid-Afrikaan
een New Yorker
→ verzwakte betekenis van aardrijkskundige naam: regel 16.H
regel 16.G[bewerken]
(1) De naam van een windstreek schrijven we met een kleine letter.

(2) Als we er een geografisch, economisch of politiek gebied mee bedoelen, krijgt het woord een hoofdletter, maar dat geldt niet voor de afgeleide vorm.

(3) Ook als de naam van een windstreek deel is van een aardrijkskundige naam, krijgt het woord een hoofdletter.

(1) windstreek

het noorden
het zuiden van Frankrijk

(2) gebied

het Zuiden vraagt meer ontwikkelingshulp van het Westen
de oosterse filosofie

(3) in aardrijkskundige naam

Zuid-Afrika
Zuidwest-Vlaanderen (het zuidwesten van Vlaanderen)
Zuid-West-Vlaanderen (het zuiden van de provincie West-Vlaanderen)
Noordwest-Friesland (het noordwesten van de provincie Friesland)
Noord-West-Friesland (het noorden van de streek West-Friesland)
regel 16.H[bewerken]
Soms denken we bij de soortnaam van een zaak niet meer aan de plaats van herkomst, maar aan de kenmerken van de zaak. Dan vervalt de hoofdletter.
een fles bordeaux
driehonderd gram parmaham

We schrijven dus een plakje edammer, maar een plakje Edammer kaas. Alleen in het tweede geval wordt verwezen naar de plaats. De regel geldt ook voor sommige andere samenstellingen en afleidingen.

een marsmannetje
moezelwijn
nijlkrokodil
neerlandistiek
balkaniseren
een belgicisme
bourgondisch leven

(b) talen en dialecten en daarmee verbonden culturen[bewerken]

regel 16.I[bewerken]
(1) De naam van een taal of dialect wordt met een hoofdletter geschreven. (2) Samenstellingen* en afleidingen* behouden de hoofdletter, maar werkwoorden en daarvan afgeleide zelfstandige naamwoorden schrijven we met een kleine letter.

(1) namen van talen en dialecten

het Nederlands
het Fries
het Noordwijkerhouts
het Standaardnederlands

We gebruiken de koppeltekens of spaties die ook voorkomen in de aardrijkskundige naam waarvan de taalnaam is afgeleid.

het West-Vlaams
het New Yorks

We gebruiken een koppelteken en twee of meer hoofdletters in de naam van een taal die is samengesteld met afgeleide aardrijkskundige namen.

het Belgisch-Nederlands
het Indo-Europees

Na een element als Standaard, Middel-, Oud-, Nieuw-, Hoog- en Plat- vervalt de hoofdletter in de taalnaam. We gebruiken geen koppelteken, behalve als het element dat volgt ook al een koppelteken of een spatie heeft.

het Standaardnederlands
het Middelnederlands
het Nieuwgrieks
het Hoogduits
het Oud-West-Vlaams
het Plat-New Yorks

Een woord dat op een subjectieve manier een taal noemt, schrijven we met een kleine letter.

steenkolenengels
schoolfrans
→ samengestelde aardrijkskundige naam: 6.3

(2) verbogen vormen, samenstellingen en afleidingen met namen van talen en culturen

Duitse romans
Middelnederlandse poëzie
Nederlandstalige kranten
Franssprekende toeristen
on-Nederlands
oer-Engels

Werkwoorden gevormd met een taalnaam en zelfstandige naamwoorden die van zulke werkwoorden zijn afgeleid, schrijven we met een kleine letter:

vernederlandsen
verfransing

De spelling van de taalnaam Oudfries schrijven we volgens de regels aaneen, met één hoofdletter. Omdat die regel niet geldt als we de cultuur of geschiedenis bedoelen, schrijven we bijvoorbeeld over een oud-Friese sport.

(c) volkeren[bewerken]

regel 16.J[bewerken]
(1) De naam voor een bevolkingsgroep of een lid daarvan schrijven we met een hoofdletter als hij is afgeleid van een aardrijkskundige naam of als het om een specifiek volk gaat.

(2) Een overkoepelende term voor etnische groepen schrijven we met een kleine letter.

(3) Als de benaming gebaseerd is op een (geloofs)overtuiging schrijven we geen hoofdletter.

(1) afgeleid van aardrijkskundige naam of specifiek volk

de West-Vlamingen
een Groningse
een Kortrijkzaan
een Palestijn
een Afro-Surinaamse
een Hun
de Kelten
een Eskimo

(2) overkoepelende term voor etnische groepen

een indiaanse
een zigeuner
een bedoeïen
een mulattin

(3) gebaseerd op een (geloofs)overtuiging

een protestant
een islamiet

Hetzelfde geldt voor andere afleidingen, bijvoorbeeld bijvoeglijke naamwoorden.

Koerdisch
Nederlands
indiaans
islamitisch

Opmerkingen:

(1) Ook als de benaming van een groep gebaseerd is op de naam van een godsdienst, kunnen we een hoofdletter gebruiken. Die drukt uit dat we een etnische of politieke groep (al dan niet gelovige mensen) bedoelen. Zo schrijven we de dialoog tussen christenen en joden, maar de gesprekken tussen Joden en Palestijnen.
(2) Spotnamen voor leden van een bevolkingsgroep hebben geen hoofdletter.
spanjool
mof
kaaskop
spaghettivreter

In samenstellingen behouden we de hoofdletters of kleine letters.

een Vlamingenhater
protestantentaal

16.4 benamingen van historische en terugkerende periodes[bewerken]

(a) periodes[bewerken]

regel 16.K[bewerken]
Het woord waarmee we een historische periode benoemen of waarmee we de tijd indelen, krijgt een kleine letter.

(1) historisch

de middeleeuwen
het mesolithicum
Deze regel geldt voor courante teksten. In gespecialiseerde publicaties kan ervan worden afgeweken.

(2) indeling van de tijd

maandag
januari
lente
de advent
de ramadan

(b) feestdagen en historische gebeurtenissen[bewerken]

regel 16.L[bewerken]
Het woord waarmee we een feestdag of een historische gebeurtenis benoemen, krijgt een hoofdletter.

(1) feestdagen

Pasen
Loofhuttenfeest
Suikerfeest
Bevrijdingsdag
Moederdag
Chanoeka

(2) historische gebeurtenissen

de Tweede Wereldoorlog
de Anjerrevolutie
de Endlösung
de Golfoorlog

Opmerking: Namen van feestdagen schrijven we met een hoofdletter, maar samenstellingen* met deze namen niet.

Pasenpaasei, paasfeest, paaszondag
Kerstmiskerstdag, kerstboom, kerstwensen
Nieuwjaarnieuwjaarsdag, nieuwjaarsavond, nieuwjaarsreceptie

16.5 benamingen van stromingen en overtuigingen[bewerken]

regel 16.M[bewerken]
(1) Het woord waarmee we een culturele, maatschappelijke, religieuze of artistieke stroming benoemen, krijgt een kleine letter.

(2) Ook een samenstelling of afleiding met die naam schrijven we met een kleine letter.

(3) Soortnamen* voor beoefenaars van godsdiensten of andere overtuigingen en voor religieuze praktijken krijgen een kleine letter.

(1) stromingen

het protestantisme
de islam
het socialisme
de renaissance
jugendstil
het dadaïsme

(2) samengestelde of afgeleide woorden

een protestant
protestants
een islamiet
een socialist
een renaissancekasteel
een dadaïst

We behouden de hoofdletters voor de delen van samengestelde namen die duidelijk naar een plaatsnaam verwijzen. Dus: Grieks-orthodox, Nederlands-hervormd, maar rooms-katholiek, oosters-orthodox.

(3) beoefenaars van godsdiensten; godsdienstige praktijken

de paus
een imam
een rabbijn
een jezuïet
een prediking
het vrijdaggebed
een bidstond
een eucharistieviering
de biecht

16.6 namen van instellingen, merken, titels[bewerken]

regel 16.N[bewerken]
(1) De eigennaam waarmee een instelling zichzelf benoemt, krijgt een hoofdletter. Ook samenstellingen* met die eigennaam als eerste deel schrijven we met hoofdletter. (2) Als we verschillende instellingen kunnen noemen met hetzelfde woord, dan is dat een soortnaam. Die schrijven we met een kleine letter.

(1) eigennamen voor unieke instellingen

het Hof van Cassatie
de Hoge Raad
de Knesset
de Wereldhandelsorganisatie
het Vlaams Parlement

Het gaat hier om de officiële benamingen van deze instellingen. We gebruiken geen hoofdletter voor het woord parlement dat we als soortnaam gebruiken als we bijvoorbeeld schrijven het Italiaanse en het Duitse parlement. Samenstellingen behouden de hoofdletter.

een Europees Parlementslid
een Tweede Kamerfractie

Maar we schrijven bijvoorbeeld een Italiaans parlementslid, omdat we hier geen officiële benaming gebruiken.

(2) soortnamen

een politiebureau
het stadhuis (van Amsterdam)
het hof van assisen (van Antwerpen)
het gerechtshof (in Den Haag)
regel 16.O[bewerken]
Een merknaam schrijven we met een hoofdletter, tenzij het een soortnaam is geworden.
Dafalgan
Coca-Cola
Esso

We behouden de hoofdletter in samenstellingen.

een Philipslamp
een Boeing 737
een Essotankstation

Soortnamen:

een aspirientje
een colaatje
een airbus
regel 16.P[bewerken]
(1) De titel van een boek, film, theaterproductie, artistieke onderscheiding of een evenement schrijven we met een hoofdletter.

(2) Voor een krant, een tijdschrift, een handelszaak of een organisatie gebruiken we de schrijfwijze die de auteur of oprichter heeft gekozen.

(3) Samenstellingen met een titel behouden de hoofdletter.

(1) titels

de Ilias
Het verdriet van België
De tuin der lusten
Sneeuwwitje en de zeven dwergen
de Nobelprijs

(2) namen

De Standaard
de Volkskrant
Onze Taal
Café De Posthoorn
dEUS

(3) samenstellingen

een Iliasbewerking
een Nobelprijswinnares
de Daviscupfinale

De naam van een heilig boek schrijven we met een hoofdletter als we de tekst bedoelen, maar met een kleine letter als het om een exemplaar van het boek gaat.

de Bijbel
de Koran
een Bijbellezing
een Koranvertaling
een mooi uitgegeven bijbel
een versierde koran

16.7 hoofdletter uit respect[bewerken]

(a) aanhef, aanspreking en adres[bewerken]

regel 16.Q[bewerken]
(1) In een brief gebruiken we kleine letters als we iemand aanspreken, behalve aan het begin van een zin of een tekstregel. Ook de voornaamwoorden u en uw hebben een kleine letter. (2) Om bijzonder respect uit te drukken kan een hoofdletter worden gebruikt.

(1) gewone aanspreking

Geachte lezer,
Zeer geachte mevrouw Schmidt,
Mijnheer de voorzitter,
De heer S. Streuvels, Lijsternest, Ingooigem
Wilt u zo vriendelijk zijn hieronder uw handtekening te plaatsen?

(2) met bijzonder respect

Heilige Vader (aanspreking van de paus)
Majesteit (aanspreking van een vorst)

(b) titels en functiebenamingen[bewerken]

regel 16.R[bewerken]
Een titel of functiebenaming, al dan niet gevolgd door een naam, schrijven we met een kleine letter.
De minister-president en de overige ministers worden bij Koninklijk Besluit benoemd en ontslagen.
De minister van Binnenlandse Zaken heeft de brandweerlui gefeliciteerd.
Wij wachten nog op minister Pelemans.
prof. dr. J. Gobelijn
ds. Gremdaat
prinses Juliana
paus Gregorius X

(c) religieuze begrippen[bewerken]

regel 16.S[bewerken]
Een naam voor een heilig persoon of een heilig begrip schrijven we met een hoofdletter.

Deze regel heeft betrekking op namen voor God of een godheid, op voornaamwoorden die naar de godheid verwijzen, en op namen voor andere heilige begrippen waarvoor men respect of ontzag wil uitdrukken. Samenstellingen* met deze woorden behouden de hoofdletter, maar afleidingen* schrijven we met een kleine letter. Als een dergelijk woord niet (meer) naar een heilig persoon of begrip verwijst, verliest het de hoofdletter.

God
Jahweh
Allah
de Heilige Maagd (maar: de heilige Thomas)
Uw Koninkrijk
een Venusbeeld
goddelijk
messiaans
een christusdoorn
een sint-bernardshond
→ benamingen van stromingen en overtuigingen: 16.5
→ heilige boeken: 16.6

16.8 zelfstandige naamwoorden uit het Duits[bewerken]

regel 16.T[bewerken]
Zelfstandige naamwoorden die aan het Duits zijn ontleend, schrijven we in het Nederlands met een kleine letter.
übermensch
schnaps
umlaut
edelweiss
apfelstrudel
aha-erlebnis

Alleen als dergelijke zelfstandige naamwoorden de waarde van een eigennaam hebben, krijgen ze een hoofdletter.

Endlösung
Sturm und Drang
Wehrmacht

16.9 hoofdletter aan het begin van een zin[bewerken]

regel 16.U[bewerken]
Het eerste woord van een zin krijgt een hoofdletter.
Gaat Joachim mee op reis?
M'n gsm is gestolen.
Professor Gobelijn was tevreden.

Als de zin met een apostrof begint, krijgt het daaropvolgende volledige woord de hoofdletter.

'k Heb er niets meer van gehoord.
's Morgens eet ik yoghurt.

Als de zin met een cijfer of een symbool begint, wordt het eerstvolgende woord met kleine letter geschreven.

67 personen werden geëvacueerd.
= is het is-teken.

17. Afkortingen, symbolen, initiaalwoorden, letterwoorden, verkortingen[bewerken]

Er bestaan verschillende vormen om een woord of een woordgroep korter te schrijven. We onderscheiden daarbij: afkortingen*, symbolen*, letterwoorden*, initiaalwoorden* en verkortingen*.

afkortingen p. 17.A
symbolen km/h 17.B
initiaalwoorden en letterwoorden pc, pin 17.C
verkortingen horeca 17.D

17.1 afkortingen[bewerken]

Een afkorting (in de specifieke betekenis van het woord) is de weergave van een woord of een woordgroep door een of meer (begin)letters, zonder dat de afkorting in de plaats komt van wat wordt afgekort: als we de afkorting voorlezen, spreken we niet de afkorting uit, wel het woord of de woorden waar ze voor staat.

regel 17.A[bewerken]
Een afkorting schrijven we met een of meer punten. We gebruiken een hoofdletter als die ook in het afgekorte woord voorkomt.
p.pagina
bv., bijv.bijvoorbeeld
blz.bladzijde
m.a.w.met andere woorden
mr.meester
H.K.H.Hare Koninklijke Hoogheid

17.2 symbolen[bewerken]

Een symbool is een notatie van een wetenschappelijk begrip, een eenheid of een valuta. De schrijfwijze is genormeerd, vaak internationaal. Ook als we een symbool lezen, spreken we het woord uit waar het voor staat.

regel 17.B[bewerken]
Een symbool schrijven we zonder punt. We gebruiken de hoofdletters of kleine letters die nationaal of internationaal zijn afgesproken.
km/hkilometer per uur
sseconde
ggram
EUReuro
Vvolt
kHzkilohertz
mHzmillihertz
MHzmegahertz
MBmegabyte
Cacalcium

Van sommige eenheden waarvoor in technische en wetenschappelijke teksten een symbool wordt gebruikt, zoals gram, uur en seconde, gebruiken we in gewone teksten een afkorting.

30 sec. wachttijd
500 gr. rundergehakt

17.3 initiaalwoorden en letterwoorden[bewerken]

Een initiaalwoord of een letterwoord wordt gevormd door de eerste letters van een naam of een andere woordgroep en gedraagt zich in de zin als een woord. Als we het voorlezen, spreken we de korte vorm uit, niet de gehele naam of woordgroep waar het voor staat. Sommige van deze woorden lezen we als een stel letternamen (bijvoorbeeld pc: /peesee/ personal computer). Dan spreken we van een initiaalwoord. Als we het geheel als een woord lezen (bijvoorbeeld havo: /haavoo/ hoger algemeen voortgezet onderwijs), spreken we van een letterwoord.

regel 17.C[bewerken]
Een initiaalwoord of letterwoord schrijven we zonder punten. We nemen de hoofdletters van de afgekorte woorden over. Als een organisatie zelf een schrijfwijze hanteert die afwijkt van deze regel, dan volgen we het donorprincipe en respecteren we die schrijfwijze.

initiaalwoorden

pc (personal computer)
btw (belasting over de toegevoegde waarde)
wc (watercloset)
NMBS (Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen)
NS (Nederlandse Spoorwegen)

letterwoorden

pin (persoonlijk identificatienummer)
Riagg (Regionale Instelling voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg)
BuZa ((Ministerie van) Buitenlandse Zaken)
SERV (Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen)
→ samenstelling met initiaalwoord of letterwoord: 6.3
→ afleiding van initiaalwoord met apostrof: 6.4
→ apostrof voor verkleinwoorden: 15.4

(a) opmerkingen in verband met het gebruik van punten[bewerken]

(1) In of achter initiaalwoorden die oorspronkelijk werden uitgesproken als de woorden waar ze voor staan (en dus afkortingen waren), maar waarbij een letter-voor-letteruitspraak gewoon is geworden, schrijven we nog wel de punten.

a.u.b. – /aa uu bee/ (alstublieft)
c.q. – /see kuu/ (casu quo]] – in welk geval)
a.m. – /aa em/ (ante meridiemvoor de middag)

(2) In initiaalwoorden die ten onrechte als een bestaand woord kunnen worden gelezen, schrijven we punten, tenzij binnen de gegeven context geen twijfel bestaat over de betekenis.

a.s.o. (algemeen secundair onderwijs) – aso (asociaal)
b.o.t. (beroeps onbepaalde tijd) – bot (stomp, dom)
m.o.k. (moeilijk opvoedbare kinderen) – mok (drinkbeker)

In contexten waarin de betekenis van het initiaalwoord bekend is, mogen de punten verdwijnen. Men schrijft dan aso, bot, mok.

(b) opmerkingen in verband met het gebruik van hoofdletters[bewerken]

(1) Een initiaalwoord of letterwoord dat we ontlenen aan een andere taal, behoudt zijn spelling zolang we het als vreemdtalig aanvoelen.

RAM (random access memory)
ADSL (asymmetric digital subscriber line)
GmbH (Gesellschaft mit beschränkter Haftung)

(2) Naarmate een letterwoord of initiaalwoord ingeburgerd raakt, verdwijnen de hoofdletters. Een letterwoord wordt daarna zonder koppelteken of apostrof opgenomen in een samenstelling of afleiding. Een letterwoord met een of meer hoofdletters behoudt het koppelteken en de apostrof. Dat geldt ook voor initiaalwoorden.

aids (acquired immune deficiency syndrome) – aidsvirusontaidsen
pin (persoonlijk identificatienummer) – pincodepinnen
vip (very important person) – vipruimtevipjes
pet (polyethyleentereftalaat) – petfles
lat (living apart together) – latrelatie
havo (hoger algemeen voortgezet onderwijs) – havoleerlinghavoër
AOW (Algemene Ouderdomswet) – AOW'er
pc (personal computer) – pc-gebruiker
tv (televisie) – tv-kijkertv'tje
SIS (Sociaal Informatiesysteem) – SIS-kaart

(3) De afgekorte namen van wetten, besluiten of overheidsplannen schrijven we met hoofdletters, ook als de uitgeschreven vorm geen hoofdletters bevat.

KB (Koninklijk Besluit)
WVO (Wet op het voortgezet onderwijs)
VUT (vervroegde uittreding)
MAP (Mestactieplan)

Als een andere schrijfwijze ingeburgerd is, bijvoorbeeld onder ambtenaren, dan geldt het donorprincipe.

AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur)
Wajong (Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten)

(4) De afgekorte namen van ziekten schrijven we met hoofdletters. Alleen woorden die tot het dagelijkse taalgebruik zijn doorgedrongen, schrijven we met kleine letters.

BSE (boviene spongiforme encefalopathie)
ME (myalgische encefalomyelitis)
MKZ (mond-en-klauwzeer)

Tot het gewone taalgebruik behoren onder meer:

aids (acquired immune deficiency syndrome)
soa (seksueel overdraagbare aandoening)

(5) Als het donorprincipe niet speelt, dan hangt het gebruik van hoofdletters bij letterwoorden die een eigennaam aanduiden af van de lengte. – een letterwoord van drie letters of minder wordt volledig met hoofdletters geschreven

WEU (West-Europese Unie)
ELF (Essences et Lubrifiants Français)

– een letterwoord van vier letters wordt volledig met hoofdletters geschreven als het gaat om een (openbare) instelling, een vereniging, een politieke partij

NAVO (Noord-Atlantische Verdragsorganisatie)
NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie)

– in alle andere gevallen gebruiken we alleen een hoofdletter aan het begin van het letterwoord

Unicef (United Nations International Children's Emergency Fund)

17.4 verkortingen[bewerken]

Een verkorting is opgebouwd uit een of meer (delen van) lettergrepen. Zo is horeca samengesteld uit de eerste letters van hotel, restaurant en café.

regel 17.D[bewerken]
Verkortingen gedragen zich als gewone woorden. Als het om een eigennaam gaat, schrijven we een hoofdletter of respecteren we het donorprincipe.
info (informatie)
airco (airconditioning)
camcorder (camera-recorder)
hetero (heteroseksueel)
hifi (high fidelity)
StuBru (Studio Brussel)
nettiquette (netetiquette)
webzine (webmagazine)

Samenstellingen* en afleidingen* maken we zoals met gewone grondwoorden*, tenzij we het grondwoord met een of meer hoofdletters schrijven.

infostand
aircospecialist
hifitoren
infootje
aircootje

Een samenstelling met een verkorting die we met een hoofdletter schrijven, krijgt een koppelteken. Een afleiding krijgt een apostrof.

StuBru-medewerker
Benelux-land, Vinex'er

18. Woorden afbreken[bewerken]

Wie gebruikmaakt van een Nederlandstalig tekstverwerkingsprogramma, hoeft zich weinig zorgen te maken over de afbreekregels. De computer breekt desgewenst woorden af en maakt weinig fouten. De Woordenlijst geeft van de opgenomen woorden aan waar ze volgens de regels kunnen worden afgebroken.

hoofdregel 18.A[bewerken]
Een woord wordt afgebroken op de grens tussen twee lettergrepen.
wa·fel
las·ter
sok·kel
au·la
eu·tha·na·sie
ou·der
Ne·der·land
boom·stam
be·vei·li·gen
te·vre·den·heid

Dat betekent dat we kunnen afbreken:

(a) tussen de delen van een samenstelling (hoofd·regel)
(b) tussen een voorvoegsel en een grondwoord in een afleiding (ge·regeld)
(c) tussen een grondwoord en een achtervoegsel, als dat laatste met een medeklinker begint, of als het grondwoord eindigt met een klinkerteken* (werk·ster, onderzee·er)
(d) op andere plaatsen als we zo veel mogelijk medeklinkertekens naar het tweede deel brengen (pu·bliek)

Tegelijk letten we erop dat:

(a) het tweede deel van het woord niet begint met een lettercombinatie die nooit aan het begin van een Nederlands woord voorkomt (dus herf·stig, maar niet her·fstig)
(b) geen los klinkerteken blijft staan aan het eind of het begin van een tekstregel (dus niet e·zels of regi·o), ook niet in samenstellingen (dus niet pake·zels)
(c) geen verkeerde uitspraak opgeroepen wordt (dus niet prog·ramma, maar wel pro·gramma)

Soms zijn er kleine verschillen tussen de afgebroken en de niet-afgebroken vorm van een woord. Extra klinkertekens in woorden zoals parapluutje vervallen: paraplu·tje. Het trema dat we gebruiken bij klinkerbotsing vervalt als we een woord op die plaats afbreken: beëindigen wordt be·eindigen. Dat geldt ook voor de apostrof: sherry'tje wordt sherry·tje

Dit zijn slechts enkele vingerwijzingen. De Woordenlijst geeft alle afbreekplaatsen van de opgenomen woorden weer.

Lijst van vaktermen[bewerken]

accent(teken)[bewerken]

Teken boven een klinker op een woord van meestal Franse herkomst, bijvoorbeeld op de e in café (= accent aigu), op de a in déjà vu (= accent grave), op de i in maîtresse (= accent circonflexe of dakje). Het trema en het klemtoonteken worden niet beschouwd als een accent.

achtervoegsel[bewerken]

In een afleiding: element dat niet als los woord kan voorkomen, maar achter een grondwoord wordt toegevoegd. Voorbeelden: (waarde)loos]], (hoek)ig. Als het element voor het grondwoord komt, is het een voorvoegsel.

synoniem: suffix
uitgang, verbuiging

afbreekteken[bewerken]

Liggend streepje (-) op het eind van een volgeschreven tekstregel, waarmee we aangeven dat het woord op de volgende regel wordt vervolgd. In de Leidraad en de Woordenlijst worden de mogelijke afbreekplaatsen aangeduid met het teken ·.

afbreking[bewerken]

Het slechts gedeeltelijk schrijven van een te lang woord op het eind van een volgeschreven tekstregel, waarna de rest aan het begin van de volgende regel komt.

afkappingsteken[bewerken]

apostrof

afkorting[bewerken]

  1. . Verzamelnaam voor woorden die niet volledig worden geschreven, maar worden aangeduid met minder letters, doorgaans de beginletter(s). Ook een woordgroep kan worden afgekort. Voorbeelden: ds. (dominee), tv (televisie), NAVO (Noord-Atlantische Verdragsorganisatie). Afkortingen in ruime zin worden vaak ingedeeld in echte afkortingen, letterwoorden*, initiaalwoorden*, symbolen* en verkortingen*.
  2. . (Echte afkorting) aanduiding van een woord of een woordgroep door een beperkt aantal letters, die we uitspreken als het geheel. Voorbeelden: ds. (we spreken uit: dominee), m.a.w. (we spreken uit: met andere woorden).

afleiding[bewerken]

Geleed woord* dat bestaat uit een grondwoord en een of meer voor*- of achtervoegsels*. Voorbeeld: onschuldig, dat bestaat uit het voorvoegsel on-, het grondwoord schuld en het achtervoegsel -ig.

apostrof[bewerken]

Teken (') dat de weglating van een of meer letters aanduidt, of dat we gebruiken om een open lettergreep open te houden als er bijvoorbeeld een uitgang of achtervoegsel volgt. Voorbeelden: m'n vriendin; opa's fiets; een baby'tje.

synoniemen: afkappingsteken, weglatingsteken

beklemtoonde lettergreep[bewerken]

Deel van het woord waar een klemtoon op ligt. Bijvoorbeeld: in het woord voorstellen zijn voor en stel beklemtoond, waarbij voor de hoofdklemtoon draagt en stel een nevenklemtoon; len is onbeklemtoond.

bezits-s[bewerken]

Achtervoegsel* dat we aan een zelfstandig naamwoord hechten om een bezits- of afhankelijkheidsrelatie aan te duiden. Voorbeeld: de s in mijn broers kamer of in Anna's handschrift.

synoniem: genitief-s

bezitsvorm[bewerken]

Vorm van een zelfstandig naamwoord met een bezits-s*. Voorbeeld: moeders in moeders pc.

synoniem: genitief

bijwoord[bewerken]

Woord dat een bijvoeglijk naamwoord, een ander bijwoord, een werkwoord of een gehele zin bepaalt. Voorbeeld: heel in een heel mooi boek; erg in erg goed gegeten; lang in ik heb lang geslapen; misschien in misschien lukt het.

dakje[bewerken]

accentteken

deelteken[bewerken]

trema

diminutief[bewerken]

verkleinwoord

donorprincipe[bewerken]

Het respecteren van de schrijfwijze die in de taal van herkomst gebruikt wordt of die de oprichter, de ontwerper of de eigenaar van een instelling of merk heeft gekozen. Zo kan iemand een eigennaam vastleggen die afwijkt van de officiële spellingregels, bijvoorbeeld het hoofdlettergebruik in StuBru (Studio Brussel) of PvdA (Partij van de Arbeid).

eigennaam[bewerken]

Officiële naam waarmee men verwijst naar een unieke persoon, plaats, zaak, instelling, een merk of een historische gebeurtenis. Voorbeelden: Gina, T. Janssens, Van de Velde, Soest, Polynesië, Eiffeltoren, Raad van State, Mercedes-Benz, Tweede Wereldoorlog.

etymologie[bewerken]

Herkomst en ontwikkeling van de vorm en de betekenis van een woord. Door het beginsel van de etymologie schrijven we de klank /ei/ soms met een lange ij, soms met een korte ei.

gedekte klinker[bewerken]

korte klinker

geleed woord[bewerken]

Woord dat bestaat uit verschillende onderdelen, namelijk een of meer grondwoorden*, en voor*- of achtervoegsels*. Voorbeelden: keukendeur (twee grondwoorden: keuken en deur); keukentje (grondwoord keuken met achtervoegsel tje).

samenstelling, afleiding, ongeleed woord

gelegenheidsontlening[bewerken]

Vreemd woord of vreemde uitdrukking die incidenteel in een Nederlandse tekst wordt gebruikt, bijvoorbeeld om iets van de sfeer van de vreemde taal over te brengen op de lezer, of omdat het in de vreemde taal om een gevleugeld woord gaat. Vaak wordt een gelegenheidsontlening cursief gedrukt. Voorbeeld: 'Het was werkelijk another brick in the wall.'

gelijkvormigheid[bewerken]

Spellingbeginsel waardoor we een gelijk woorddeel zo veel mogelijk op gelijke wijze schrijven. Voorbeeld: voed altijd met d in:ik voed, jij voedt, ik voedde, het voeden, het voedsel, de voeding.

synoniem: vormovereenkomst

genitief[bewerken]

bezitsvorm

genitief-s[bewerken]

bezits-s

genus[bewerken]

woordgeslacht

gesloten lettergreep[bewerken]

Lettergreep die eindigt op een medeklinker. Voorbeeld: mak, maak, buurt, han·den, mor·gen.

grens tussen woorddelen[bewerken]

Plaats waar twee woorddelen* elkaar raken in een samenstelling of afleiding. Voorbeeld: de plaats tussen de n en de d in keukendeur, tussen de n en de h in schoonheid. Op de grens tussen woorddelen horen we in een samenstelling soms een tussenklank. Voorbeeld: tussen station en gebouw horen we een s in stationsgebouw.

grondwoord[bewerken]

Woord waarvan uitgegaan wordt bij de vorming van een samenstelling (met een ander grondwoord, bijvoorbeeld: keukendeur) of van een afleiding (met een voorvoegsel en/of een achtervoegsel, bijvoorbeeld: ondeugdelijk).

inheems woord[bewerken]

Woord dat in alle opzichten tot onze taal behoort en bestaat uit klanken die tot het Nederlandse spraaksysteem behoren. Inheemse woorden zijn van Nederlandse oorsprong (mens, meisje), of zijn in die mate vernederlandst dat hun vreemde herkomst niet meer te herkennen is (kasteel, venster).

infinitief[bewerken]

onbepaalde wijs van een werkwoord

initiaalwoord[bewerken]

Woord dat gevormd wordt met de beginletters van afzonderlijke woorden en dat we uitspreken als een reeks letternamen. Voorbeeld: pc: /peesee/ personal computer.

letterwoord, afkorting

klemtoon[bewerken]

Nadruk waarmee een woord of een woorddeel wordt uitgesproken. Bij meerlettergrepige woorden krijgt één lettergreep de hoofdklemtoon. Bijvoorbeeld: in het woord ondoorgrondelijk zijn deze lettergrepen onbeklemtoond: on-door-gron-de-lijk. Hier ligt de hoofdklemtoon: on-door-gron-de-lijk. Hier ligt een nevenklemtoon: on-door-gron-de-lijk.

klemtoonteken[bewerken]

Teken boven een klinker of tweeklank, waarmee we een bijzondere klemtoon aanduiden. Het teken heeft dezelfde vorm als het Franse accent aigu. We plaatsen bijvoorbeeld een klemtoonteken als we niet zomaar de oplossing willen noemen, maar oplossing, of als we een tegenstelling willen accentueren: het was een fíéts, geen brómfiets.

synoniem: nadrukteken

klinker[bewerken]

  1. . De lettertekens a, e, i, o, u en in de meeste gevallen y of combinaties daarvan, bijvoorbeeld aa, oe (maar niet de tweeklanken zoals au en ui) ;
  2. . De klanken die door deze letters worden voorgesteld.
medeklinker, tweeklank

klinkerbotsing[bewerken]

Verwarring die kan ontstaan wanneer we twee letters die meestal één klinker of tweeklank voorstellen (bijvoorbeeld aa of ui), in een woord toch afzonderlijk moeten lezen (dus als a-a of u-i) omdat ze tot verschillende lettergrepen behoren. We kunnen klinkerbotsing oplossen met een koppelteken of een trema. Voorbeeld: auto-onderdelen, ruïne.

klinkerwisseling[bewerken]

Verandering van klinker, bijvoorbeeld als we een sterk werkwoord* van de tegenwoordige naar de verleden tijd brengen, of als we een onregelmatig meervoud vormen. Voorbeelden: ik leesik las; schipschepen.

koppelteken[bewerken]

Liggend streepje* (-) dat wordt gebruikt als verbindingsteken tussen de delen van sommige samenstellingen* en samenkoppelingen*.

korte klinker[bewerken]

De klinkers van bal, bel, bil, bol, bul.

synoniem: gedekte klinker

lange klinker[bewerken]

De klinkers van baan, been, bier, boon, duw, boer, beul.

synoniem: vrije klinker

leenwoord[bewerken]

uitheems woord

lettergreep[bewerken]

Elke klankgroep die we onderscheiden als we een woord scanderen en die in geschreven vorm bestaat uit een klinker met eventueel daaromheen medeklinkers. Voorbeeld: on-door-gron-de-lij-ke. Een lettergreep kan open* of gesloten* zijn.

letterwoord[bewerken]

Woord dat gevormd wordt met de beginletters van afzonderlijke woorden, die we samen als een woord uitspreken. Voorbeeld: havo: /haavoo/ hoger algemeen voortgezet onderwijs.

initiaalwoord, afkorting

liggend streepje[bewerken]

koppelteken, afbreekteken, weglatingsstreepje

linkerdeel[bewerken]

In een samenstelling: het eerste van twee woorddelen*. Voorbeeld: in keukendeur is keuken het linkerdeel. Ook in een drie- of meerdelige samenstelling spreken we van een linkerdeel. We bedoelen dan: het woorddeel of de woorddelen links van de grens die we in beschouwing nemen. Voorbeeld: als we het over de tussenklank /s/ hebben in studentenbevolkingsaangroei, noemen we studentenbevolking het linkerdeel en aangroei het rechterdeel, maar als we het over de tussenklank /ə/ hebben in hetzelfde woord, noemen we studenten het linkerdeel en bevolking het rechterdeel.

synoniem: linkerlid

linkerlid[bewerken]

linkerdeel

medeklinker[bewerken]

  1. . De lettertekens b, c, d, f, g, h, j, k, l, m, n, p, q, r, s, t, v, w, x, z en enkele combinaties daarvan, bijvoorbeeld ch, ng, sj en th. In een woord als yoghurt is de y ook een medeklinker.
  2. . De klanken die door deze letters worden voorgesteld.
klinker

nabepaling[bewerken]

In een samenstelling of een woordgroep: element dat komt na het woord dat wordt bepaald. Voorbeeld: verbaal is een nabepaling in de samenstelling proces-verbaal; met een puntdak is een nabepaling in de woordgroep huizen met een puntdak.

nadrukteken[bewerken]

klemtoonteken

onbeklemtoonde lettergreep[bewerken]

Elk van de delen van een woord waar geen klemtoon op ligt. Bijvoorbeeld: in het woord onoverkomelijk zijn deze lettergrepen* onbeklemtoond: on-o-ver-ko-me-lijk. Hier ligt de hoofdklemtoon: on-o-ver-ko-me-lijk. Hier ligt een nevenklemtoon: on-o-ver-ko-me-lijk.

onbepaalde wijs van een werkwoord[bewerken]

De vorm van een werkwoord die in een woordenboek is opgenomen. Deze vorm is onbepaald wat persoon, getal en tijd betreft. Doorgaans eindigt de onbepaalde wijs op -en, soms op -n. Voorbeelden: lopen, werken, eten, gaan, zien, doen, zijn.

synoniem: infinitief
vervoeging, persoonsvorm

ongeleed woord[bewerken]

Woord waarin we geen samenstellende woorddelen* (grondwoorden*, voor*- of achtervoegsels*) kunnen onderscheiden. Voorbeeld: keuken. In de samenstelling keukendeur en de afleiding keukentje zijn wel woorddelen te onderscheiden. Sommige woorden zijn van oorsprong samenstellingen of afleidingen, maar omdat we de delen nauwelijks nog onderscheiden, worden ze behandeld als ongeleed. Voorbeeld: coëfficiënt volgt de regels voor klinkerbotsing bij ongelede woorden, want het wordt niet herkend als co+efficiënt; co-existeren wordt wel herkend als co+existeren en volgt daarom de regels voor klinkerbotsing bij samenstellingen.

onregelmatig werkwoord[bewerken]

Werkwoord dat bij de vervoeging wisselingen van klinkers* en/of medeklinkers* vertoont. Voorbeelden: lopenliepgelopen; brengenbrachtgebracht. Als de vervoeging buiten de klinkerwisseling regelmatig verloopt, wordt een onregelmatig werkwoord ook sterk werkwoord genoemd. Daarnaast zijn er werkwoorden als zijn en hebben die niet volgens regels vervoegd worden.

sterk werkwoord

open lettergreep[bewerken]

Lettergreep* die eindigt op een lange klinker* of een tweeklank. Bijvoorbeeld: ma(ken), bo(ter), lui(den).

persoonsvorm[bewerken]

De vervoegde vorm van een werkwoord in een zin. Deze vorm wordt gekenmerkt door een persoon (eerste, tweede, derde), een getal (enkelvoud of meervoud) en een tijd (bijvoorbeeld tegenwoordige of verleden tijd). Voorbeeld: zit of zat in Jeroen zit/zat aan de computer.

prefix[bewerken]

voorvoegsel

rechterdeel[bewerken]

In een samenstelling: het tweede van twee woorddelen*. Voorbeeld: in keukendeur is deur het rechterdeel. Ook in een drie- of meerdelige samenstelling spreken we van een rechterdeel. We bedoelen dan: het woorddeel of de woorddelen rechts van de grens die we in beschouwing nemen. Voorbeeld: als we het over de tussenklank /s/ hebben in studentenbevolkingsaangroei, noemen we aangroei het rechterdeel en studentenbevolking het linkerdeel. Als we het over de tussenklank /ə/ hebben in hetzelfde woord, noemen we bevolking het rechterdeel en studenten het linkerdeel.

synoniem: rechterlid

rechterlid[bewerken]

rechterdeel

reduplicatie[bewerken]

Herhaling van een lettergreep of een woorddeel in een woord als tuftuf of pilipili. Als er een klinkerwisseling is, spreken we van bijna-reduplicatie. Voorbeeld: rimram.

samenkoppeling[bewerken]

Twee of meer woorden die vaak samen voorkomen en daardoor een vaste uitdrukking zijn gaan vormen, die zich in haar geheel gedraagt als een samengesteld woord. Voorbeeld: een kruidje-roer-mij-niet. De grens tussen samenkoppeling en woordgroep is niet scherp te trekken. Een samenkoppeling kan een samenstelling vormen met een ander woord. Voorbeeld: zwart-wit; een zwart-wittoestel.

samenstelling[bewerken]

Geleed woord* dat bestaat uit twee of meer grondwoorden*, eventueel verbonden door een tussenklank. De samenstelling heeft doorgaans een betekenis die verband houdt met de grondwoorden. Zo is een badkamerdeur een deur die toegang geeft tot een kamer waar een bad staat. Een samenstelling heeft één hoofdklemtoon en wordt doorgaans in één woord geschreven of met een koppelteken. De delen van een samenstelling noemen we het linkerdeel en het rechterdeel.

samentrekking[bewerken]

Het weglaten van een deel in een woordgroep waarin een gelijkwaardig element voorkomt. Op de plaats van het weggelaten element dat een deel is van een samenstelling, schrijven we een weglatingsstreepje. Voorbeeld: land- en tuinbouw voor landbouw en tuinbouw.

sisklank[bewerken]

De klanken /s/, /z/, /sj/, /ts/, /tsj/, /zj/ en /dzj/ zoals we ze horen aan het begin van samen, zalf, shampoo, tsaar, check, journaal en jeans.

sjwa[bewerken]

toonloze /ə/

soortnaam[bewerken]

Woord waarmee wordt verwezen naar een persoon, dier, plaats, instelling, merk, zaak, tijdstip, door de soort te noemen waartoe een bedoeld individu of exemplaar behoort. De meeste soortnamen kunnen we laten voorafgaan door een onbepaald lidwoord (een). Een menselijk individu heet bijvoorbeeld Mieke (dat is haar eigennaam), maar er kan naar deze persoon verwezen worden met verschillende soortnamen, want zij is bijvoorbeeld een mens, een meisje, een studente, een zangeres.

stam van een werkwoord[bewerken]

Basisvorm van een werkwoord, dat wil zeggen de onbepaalde wijs* zoals we die uitspreken min de uitgang /ə/, /ən/ of /n/. De stam van lopen is loop, de stam van staan is sta.

stemhebbende medeklinker[bewerken]

De medeklinkers* die niet voorkomen in 't kofschip, namelijk /b/, /d/, /g/, /v/, /z/, /zj/, /dzj/, /g/, /m/, /n/, /ng/, /l/, /r/, /w/, /j/. Als we deze medeklinkers uitspreken, laten we onze stembanden trillen.

stemloze medeklinker[bewerken]

De medeklinkers* die voorkomen in 't kofschip, namelijk /t/, /k/, /f/, /s/, /ch/, /p/, plus de /sj/. Als we deze medeklinkers uitspreken, laten we onze stembanden niet trillen.

sterk werkwoord[bewerken]

Werkwoord dat bij de vervoeging in de verleden tijd en/of de vorming van het voltooid deelwoord een klinkerwisseling (soms ook medeklinkerwisseling) vertoont. Voorbeeld: etenatgegeten; kopenkochtgekocht.

onregelmatig werkwoord

stomme /ə/[bewerken]

toonloze /ə/

suffix[bewerken]

achtervoegsel

symbool[bewerken]

Nationaal of internationaal genormeerd teken om een technisch of wetenschappelijk begrip aan te duiden. Voorbeeld: C (koolstof). De spellingregels voor symbolen gelden ook voor valutatekens, zoals £ (pond sterling) en (euro).

toonloze /ə/[bewerken]

De onbeklemtoonde klinker in bijvoorbeeld de lettergrepen de, be(ginnen), (vol)gen, (he)vig, (eer)lijk.

synoniem: sjwa, stomme e, toonloze e

trema[bewerken]

Twee puntjes op een klinker die apart van een voorafgaande klinker moet worden uitgesproken, zoals in poëzie. De umlaut, bijvoorbeeld in hüttenkäse, wordt niet beschouwd als een trema.

synoniem: deelteken

tussenklank[bewerken]

Klank die we horen tussen de woorddelen* in sommige samenstellingen* en afleidingen*. Voorbeelden: de /s/ tussen station en gebouw in stationsgebouw, de toonloze /ə/*, soms uitgesproken als /ən/, tussen eeuw en oud in eeuwenoud, de toonloze /ə/ tussen vrucht en loos in vruchteloos.

tussenletter[bewerken]

Een letter (e, n of s) of een lettercombinatie (en) die we spellen in een woord waar we een tussenklank horen. Voorbeeld: -en- in eikenboom.

tussen-n[bewerken]

De n die we in een aantal gevallen aan de e schrijven tussen de woorddelen in een samenstelling of afleiding als we daar een toonloze /ə/ of /ən/ horen. Voorbeeld: de n in hondenhok (hond+en+hok), ziekenhuis (zieke+n+huis) of heldendom (held+en+dom)]].

tussen-s[bewerken]

De s die we in een aantal gevallen schrijven tussen de woorddelen in een samenstelling. Voorbeeld: de s in dorpskern.

tweeklank[bewerken]

De klinkers van krijt, koud, kruid. De /ei/ kunnen we schrijven als een lange ij of een korte ei. De /au/ kunnen we schrijven als au of als ou.

uitgang[bewerken]

Element dat we toevoegen aan een woord dat we verbuigen of vervoegen. Voorbeeld: -e aan het eind van andere, -te aan het eind van lachte.

verbuiging, vervoeging

uitheems woord[bewerken]

Woord dat we uit een vreemde taal hebben overgenomen. Soms is een uitheems woord te herkennen aan uitheemse klanken, bijvoorbeeld de /zj/ in journaal of de /i/ in timbre. Een uitheems woord past zich doorgaans in de loop van de tijd aan de Nederlandse taalregels aan. Het wordt dan bastaardwoord genoemd. Vaak wordt de spelling dan vernederlandst. Zo is de c die nog te zien is in vacant, in het woord vakantie vervangen door een k. Sommige woorden uit vreemde talen worden nog als zuiver uitheems beschouwd. Ze behouden dan hun spelling. Voorbeelden: paella, délégué, perpetuum mobile. Ook de meeste woorden uit het Engels behouden hun spelling: computer, baby.

synoniem: leenwoord, vreemd woord
inheems woord

uitspraakteken[bewerken]

Accent aigu of accent grave op een e, waarmee we in uitzonderlijke gevallen aangeven dat we de klank van mee uitspreken () of de klank van met ().

umlaut[bewerken]

Twee puntjes in een woord van Duitse of Scandinavische oorsprong om aan te duiden dat ä als /ee/ of /è/ gelezen moet worden, ü als /uu/ (en niet als /oe/), ö als /eu/. Voorbeelden: übermensch, knäckebröd.

verbuiging[bewerken]

Vormverandering die nodig is om een woord bij andere woorden te doen passen. Voorbeeld: ons wordt onze, nieuwwordt nieuwe, schoen wordt schoenen in: onze nieuwe schoenen. Verbuiging doet zich voor bij zelfstandige naamwoorden (enkelvoud of meervoud), voornaamwoorden (ons/onze) en bijvoeglijke naamwoorden of bijwoorden* (met of zonder e). Meestal krijgt een verbogen woord een specifiek toevoegsel, dat we uitgang noemen.

verkleinwoord[bewerken]

Afleiding van een zelfstandig naamwoord met bijvoorbeeld het achtervoegsel -je of -tje. Voorbeeld: kindje, eitje.

synoniem: diminutief

verkorting[bewerken]

Verkorte vorm van een woord of woordgroep die ontstaat door weglating van een of meer (delen van) lettergrepen*. Voorbeeld: prof (professor/professional), horeca (hotel, restaurant, café).

verledentijdsstam[bewerken]

Vorm van een onregelmatig werkwoord die we horen in de meervoudsvormen van de verleden tijd, min de uitgang -en. Voorbeeld: lopenwe liepen – verledentijdsstam: liep.

versteende samenstelling[bewerken]

Geleed woord* dat niet meer herkend wordt als een samenstelling, of waarin we de betekenis van een of meer woorddelen* niet meer herkennen. Voorbeeld: bolleboos.

vervoeging[bewerken]

Vormverandering die nodig is om een werkwoord in een zin te doen passen, voornamelijk door aan de stam* een uitgang toe te voegen. Voorbeeld: werken wordt werkten in de zin: mijn ouders werkten in Breda. Bij de vervoeging wordt een tijd (tegenwoordig of verleden, voltooid of onvoltooid), een persoon (eerste, tweede, derde) en een getal (enkelvoud of meervoud) toegekend aan het werkwoord.

onregelmatig werkwoord, persoonsvorm, verbuiging

voorbepaling[bewerken]

In een samenstelling of in een woordgroep: element dat voor het woord komt dat wordt bepaald. Voorbeeld: oud is een voorbepaling in de samenstelling oud-voorzitter, hoge is een voorbepaling in de woordgroep hoge huizen.

voornaamwoordelijk bijwoord[bewerken]

Samenstelling van een bijwoord (bijvoorbeeld er, hier, daar, waar) en een of meer voorzetselbijwoorden* (bijvoorbeeld aan, bij, in, voor). Voorbeelden: eraan, hierbij, waarvoor, eronderdoor.

voorvoegsel[bewerken]

In een afleiding: element dat niet als los woord kan voorkomen, maar voor een grondwoord wordt geplaatst. Voorbeelden: on(schuld), be(gaan). Als het element achter het grondwoord komt, is het een achtervoegsel.

synoniem: prefix
niet te verwarren met: voorzetsel

voorzetsel[bewerken]

Woord zoals in, op, aan, tegen, bij. Het geeft een bepaalde relatie aan (vaak in ruimte of tijd) tegenover datgene waarnaar het volgende zelfstandig naamwoord verwijst. Voorbeeld: in de kast, tegenover op de kast.

niet te verwarren met: voorvoegsel

voorzetselbijwoord[bewerken]

Voorzetsel dat de functie heeft van een bijwoord. Voorbeeld: op in Tom is nog op.

vormovereenkomst[bewerken]

gelijkvormigheid

vreemd woord[bewerken]

uitheems woord

vrije klinker[bewerken]

lange klinker

weglatingsstreepje[bewerken]

Liggend streepje in een woordgroep op de plaats waar door samentrekking een deel van een samenstelling wordt weggelaten. Voorbeeld: in land- en tuinbouw.

weglatingsteken[bewerken]

apostrof

woorddeel[bewerken]

Een van de grondwoorden in een samenstelling, of een grondwoord of een voor*- of achtervoegsel in een afleiding. Voorbeelden: in onderdompelingen de delen onder+dompel+ing+en.

woordgeslacht[bewerken]

Onderscheid tussen de-woorden en het-woorden, en bij de-woorden soms het onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke woorden.

synoniem: genus

woordgroep[bewerken]

Opeenvolging van woorden die bij elkaar horen. Voorbeeld: heel mooie bomen in een rij. De scheidingslijn tussen samenkoppeling en woordgroep is niet scherp te trekken.