samen
Uiterlijk
- sa·men
samen
- met iemand
- ▸ Troostend leg ik een arm om haar heen en samen wachten we op de rest van het gezelschap.[1]
- ▸ Het KNGMG hoopt dat er nog gesprekken volgen met de vele instituten en bedrijven in binnen- en buitenland die gebruikmaken van de kennis en faciliteiten van de VU. "We begrijpen dat de kosten hoog zijn voor de VU, en dat er financiële problemen zijn, maar dit is rücksichtslos. Dit moet je niet zelfstandig als instituut doen. Verschillende organisaties willen het gesprek aangaan. Verken nu eerst goed samen wat de mogelijkheden zijn voordat je iets afbreekt dat je niet snel weer opbouwt."[2]
- samen ben je sterker / samen sta je sterker
als je iets samen met anderen doet kun je meer aan
- • Samen ben je sterker dan alleen, ook al was het met een onbekend 18-jarig meisje dat nog minder ervaring in de bergen had dan ik. [3]
|
|
1.
- Het woord samen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "samen" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Ronald Giphart e.a.“Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
- ↑
Weblink bron Sven Schaap“Werkveld luidt noodklok op actiedag tegen verdwijnen aardwetenschappen VU” (6 mei 2025), NOS - ↑ Tim Voors: Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada, 2018
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be