kennis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ken·nis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kennis -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

[A] kennis v

  1. wat je weet of hebt geleerd
    Hij heeft veel kennis van biologie.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • buiten kennis
bewusteloos
  • bij kennis
bij bewustzijn
  • kennis van zaken hebben
van iets veel weten
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord kennis kennissen
verkleinwoord kennisje kennisjes

Zelfstandig naamwoord

[B] kennis m/v

  1. iemand met wie men bekend is
    Hij is een kennis van mij.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl