mof

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mof
enkelvoud meervoud
naamwoord mof moffen
verkleinwoord mofje mofjes

Zelfstandig naamwoord

mof m

  1. (scheldwoord) scheldnaam voor een Duitser [1]
  2. met bont gevoerd kokertje om de handen warm te houden [2]
  3. losse, wollen mouw
  4. (techniek) koker voor verbinding van twee buizen, (sok)
  5. (techniek) verwijd uiteinde van een buis waarin een andere past, (sok)
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl (Duitser)
  2. etymologiebank.nl (kokervormig bontje)

Meer informatie