mof

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mof
enkelvoud meervoud
naamwoord mof moffen
verkleinwoord mofje mofjes

Zelfstandig naamwoord

mof m

  1. (scheldwoord) scheldnaam voor een Duitser [1]
  2. met bont gevoerd kokertje om de handen warm te houden [2]
  3. losse, wollen mouw
  4. (techniek) koker voor verbinding van twee buizen, (sok)
  5. (techniek) verwijd uiteinde van een buis waarin een andere past, (sok)
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Verwijzingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie