hevig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • he·vig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen hevig heviger hevigst
verbogen hevige hevigere hevigste
partitief hevigs hevigers -

Bijvoeglijk naamwoord

hevig

  1. sterk in mate
    • De regen werd gevolgd door een nog hevigere stortbui. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
hevig heviger het hevigst


Bijwoord

hevig

  1. in sterke mate
    • Hij was hevig geschrokken van het ongeluk waar hij maar ternauwernood aan ontkomen was. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen