psychologisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • psy·cho·lo·gisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen psychologisch psychologischer
verbogen psychologische psychologischere
partitief psychologisch psychologischers -

Bijvoeglijk naamwoord

psychologisch

  1. (medisch) betrekking hebbend op de psychologie
    • Ik ga een psychologische test doen. Om erachter te komen wat ik echt wil.' [1] 
  2. (medisch) van inzicht in andermans psyche blijkgevend
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Sandes, David De wondermethode 2006 ISBN 9044509543 pagina 230