asociaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aso·ci·aal
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen asociaal asocialer asociaalst
verbogen asociale asocialere asociaalste
partitief asociaals asocialers -

Bijvoeglijk naamwoord

asociaal

  1. zonder sociaal besef, onaangepast
    • Bij asociaal gedrag denken we vaak aan mensen aan de onderkant van de samenleving maar er zijn genoeg rijke mensen die, bijvoorbeeld in het verkeer, heel asociaal gedrag vertonen. 
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord asociaal asocialen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

asociaal v/m

  1. mensen die niet aangepast zijn maar wel hinderlijk
    • De zwerver is een typische asociaal. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie