a priori

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • a pri·o·ri
enkelvoud meervoud
naamwoord a priori a priori's
verkleinwoord a priorietje a priorietjes

Zelfstandig naamwoord

a priori o

  1. wat van tevoren vaststaat

Bijwoord

a priori

  1. (filosofie) zonder voorafgaande zintuiglijke waarneming gebaseerd op rede, bij voorbaat, van tevoren
    Tevens wordt a priori aangenomen dat de banden met Nederland sterker zijn dan de banden met het land van herkomst.
Antoniemen
Vertalingen

Meer informatie