bij

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

bijen op een zonnebloem
Uitspraak
Woordafbreking
  • bij
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: bie
Oudnederlands: bīa
Germaans: *bīōn
Indo-Europees: *bʱi-
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: bee (Angelsaksisch: bēo), Duits: Beie, Biene, (Oudhoogduits: bîa), Fries: bij
enkelvoud meervoud
naamwoord bij bijen
verkleinwoord bijtje bijtjes

Zelfstandig naamwoord

bij v/m

  1. (insecten) Apis mellifica, een benaming voor diverse insecten, in het bijzonder de honingbij
  2. een bezige bij: iemand die heel ijverig is
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • De bezige bij.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Bijwoord

  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     bij  
 persoonlijk     erbij  
aanwijz.   nabij     hierbij  
  veraf     daarbij  
  vragend/betrekk.     waarbij  

bij

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
  2. prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
    • erbij: hij heeft er weinig bij op te merken. 
  3. op het actuele punt, op gelijke hoogte
    • Jan was weer bij met de rest van de klas. 
  4. met bewustzijn (met als antoniem bewusteloos)
    • Na een lange tijd kwam de dronken man weer een beetje bij. 


Voorzetsel

bij

Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: bi
Oudnederlands: bī
Germaans: *bi
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: by (Angelsaksisch: bī), Duits: bei, (Oudhoogduits: bi), Fries: by (Oudfries: bi, be)
Oost: Gotisch: bi
  1. in de buurt van (meestal in een ondergeschikte positie)
    • De boom staat bij het huis. 
  2. op de plaats behorende tot
    • De vereniging vergaderde bij de heer De Vries. 
  3. tijdens, gedurende
    • bij leven was hij smid. 
  4. op het moment van
    • bij het horen van deze woorden. 
  5. in de omstandigheid van
    • bij nacht en ontij. 
  6. in geval van
    • bij onvoldoende aanmeldingen wordt de bijeenkomst afgezegd. 
  7. door, als gevolg van
    • bij toeval. 
  8. in toestand van
    • bij zinnen. 
    • bij volle verstand. 
  9. ergens aan toevoegen
    • Doe er maar wat extra zou bij. 
    • Hij kwam ook bij de club. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen