Naar inhoud springen

joden

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Joden
  • jo·den

dejodenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord jood
     Wat misschien een beetje vreemd overkwam, omdat er door iedereen zo naar uit was gekeken, zowel door de antisemieten als door de joden zelf.[1]
     In februari 1517 schrijft hij vanuit Antwerpen een brief aan de hebraïst Wolfgang Faber Capito in Straatsburg, waarin zijn houding ten opzichte van de joden goed duidelijk wordt.[2]
  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044625691
  2. Jan Bloemendal
    “Erasmus” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025312541
vervoeging van
joder

joden

  1. derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van joder