op

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: op
Oudnederlands: up
Germaans: *upp-
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: up (Angelsaksisch: upp), Oudhoogduits: ūf, Fries: op (Oudfries: up, uppa)
Noord: Zweeds: upp, Deens op, Noors: opp, (Oudnoors: upp)
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     op  
 persoonlijk     erop  
aanwijz.   nabij     hierop  
  veraf     daarop  
  vragend/betrekk.     waarop  

Bijwoord

op

de bijwoordelijke vorm van het voorzetsel op, met dezelfde betekenisssen:
  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord.
    De temperatuur liep op.
  2. prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
    Die naam staat er al jaren op.
  3. omhoog
Afgeleide begrippen
stellend
onverbogen op
verbogen (alleen
predicaat)

Bijvoeglijk naamwoord

op

  1. volledig verbruikt:
    Het eten is op.
  2. uitgeput, zonder energie
    Na die dag wandelen in de bergen was hij echt op.
  3. uit bed
    Was je al op of bel ik je uit bed?

Voorzetsel

op

  1. aan de bovenkant aanrakend, rustend op: brood op tafel, een schip op zee, letters op een bordje
  2. in de buurt van: dicht op elkaar
  3. gelijktijdig met: op dat moment
  4. op enig moment gedurende: op een dag
  5. dragend als schoeisel: op blote voeten, op voetbalschoenen
  6. met gebruik van: Deze auto rijdt op diesel
  7. per (als bepaling van verhouding): 15 op de 100, de auto rijdt 1 op 10. mijl op zeven
    Negen op de tien Belgen sorteert zijn afval en twee op drie koopt energiezuinige producten.
  8. met een specifieke waarde: de thermometer staat op 10 graden
  9. op de manier: op de rem rijden, zich op zijn gemak voelen
Opmerkingen
  • op een moement, maar: in een periode
Anagrammen
Uitdrukkingen en gezegden
  • op korte termijn
  • op termijn
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Vertalingen


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • op
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord upp.

Bijwoord

op

  1. op
  2. boven
  3. omhoog
  4. naar
Afgeleide begrippen