maaltijd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • maal·tijd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord maaltijd maaltijden
verkleinwoord maaltijdje maaltijdjes

Zelfstandig naamwoord

maaltijd m

  1. (voeding) een hoeveelheid toebereid voedsel die voldoende is geruime tijd de lichamelijke behoefte te bevredigen
    • De maaltijd was weer heerlijk, Anneke! 
    • Zij zitten aan de maaltijd. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen