strikt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • strikt
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘nauwkeurig, streng’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1636 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen strikt strikter striktst
verbogen strikte striktere striktste
partitief strikts strikters -

Bijvoeglijk naamwoord

strikt

  1. op strenge wijze nauwgezet
    • Er zal op strikte naleving ervan toegezien worden. 
  2. strikt genomen: eigenlijk
     De Nationale 7 is verbonden met de opkomst van de auto in de jaren twintig en dertig. Destijds hadden auto's kleine brandstoftanks en gingen ze vaak kapot. Daarom barst het langs de route van de pompstations en garages, veelal opgetrokken in een betonnen art-decostijl, destijds het toppunt van moderniteit. Vele zijn vervallen, sommige zijn gerestaureerd, zoals een klassiek pompstation in Valence. Het mooiste voorbeeld van deze stijl ligt strikt genomen niet aan de Nationale 7: de Citroëngarage in Lyon.[2]

Werkwoord

vervoeging van
strikken

strikt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strikken
    • Jij strikt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strikken
    • Hij strikt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van strikken
    • Strikt! 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

Verwijzingen