strikt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • strikt
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘nauwkeurig, streng’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1636 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen strikt strikter striktst
verbogen strikte striktere striktste
partitief strikts strikters -

Bijvoeglijk naamwoord

strikt

  1. op strenge wijze nauwgezet
    • Er zal op strikte naleving ervan toegezien worden. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Werkwoord

vervoeging van
strikken

strikt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strikken
    • Jij strikt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strikken
    • Hij strikt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van strikken
    • Strikt! 

Verwijzingen