dedain

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·dain
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘minachting’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord dedain -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

dedain o

  1. neerbuigend gebrek aan respect
    • Het dedain stond op zijn gezicht te lezen. 
Synoniemen
Schrijfwijzen
  • Vóór 2006 was de spelling dédain.
Afgeleide begrippen


Gangbaarheid

70 % van de Nederlanders;
54 % van de Vlamingen.

Verwijzingen