kat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Universeel

Woordherkomst en -opbouw

Symbool

kat

  1. (natuurkunde), (eenheid) het symbool voor katal, een eenheid voor katalytische activiteit
Verwante begrippen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kat
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘katachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1210 [1]
  • In de betekenis van ‘standje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1976 [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord kat katten
verkleinwoord katje katjes

Zelfstandig naamwoord

kat v/m

  1. (zoogdieren) Felis sylvestris catus op Wikispecies, tot de katachtigen behorende soort die tam is geworden
  2. (zoogdieren) gebruikt als naam voor een geslacht van vleesetende dieren, zoals de tijgers en leeuwen
  3. (informeel) een grote pluizige windprotectiehoes voor microfoons
  4. een vals meisje
  5. bitse terechtwijzing
Gelijkklinkende woorden
Synoniemen
Verwante begrippen
Anagrammen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
  • Een kat in het nauw maakt rare sprongen
    Een persoon in een moeilijke situatie kan ongewoon gedrag vertonen
  • Een kat komt altijd op z'n pootjes terecht
    Ingewikkelde en vervelende dingen kunnen vanzelf weer voor elkaar komen
  • Om de wille van de smeer, likt de kat de kandeleer
    Erg vriendelijk zijn tegen iemand die je niet mag om iets van diegene gedaan te krijgen
  • als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel
    Als er geen toezicht is, doet men waar men zin in heeft
  • als katjes muizen, dan mauwen ze niet, of: als katjes muizen, dan miauwen ze niet
    Als men aan het eten is, wordt er niet veel gesproken (m.n. gezegd over kinderen)
  • De kat zal met zijn maag niet weglopen
    Gezegd van iemand die net veel heeft gegeten
  • Een kat in het nauw maakt rare sprongen
    Een zwakke tegenstander kan nog gevaarlijk worden als hij geen uitweg meer ziet
  • In het donker zijn alle katjes grauw
    In het donker ziet men geen verschil tussen mooi en lelijk
Uitdrukkingen en gezegden
in voortdurende ruzie zijn
  • de kat de bel aanbinden
het gevaarlijkste werk doen
iemand in verleiding brengen
  • de kat sturen
wegblijven
  • de kat uit de boom kijken
een afwachtende houding aannemen
  • een kat in de zak kopen
een miskoop doen
  • er omheen draaien als een kat om de hete brij
om de zaak heen praten om conflicten te vermijden
  • zich weren als een kat in de krullen
zich geducht weren
  • er is geen kat
er is niemand
  • [5]: iemand een kat geven
iemand een snauw geven
  • de kat bij de melk zetten
Iemand erg in de verleiding brengen
  • katje lam zijn
stomdronken zijn
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
katten

kat

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van katten
  2. gebiedende wijs van katten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord kat katte

Zelfstandig naamwoord

kat

  1. (zoogdieren) kat
Synoniemen


Deens

Zelfstandig naamwoord

kat g

  1. (zoogdieren) kat
    «Min kat er bange for mus.»
    Mijn kat is bang voor muizen.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kat     katten     katte     kattene  
genitief   kats     kattens     kattes     kattenes  
Synoniemen


Engels

enkelvoud meervoud
kat -

Zelfstandig naamwoord

kat

  1. qat (plant)
Schrijfwijzen


Fries

Zelfstandig naamwoord

kat g

  1. (zoogdieren) kat
Synoniemen


Koerdisch

Zelfstandig naamwoord

kat

  1. scheut, spruit


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /kɑt/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

kat v

  1. (zoogdieren) kat
  2. (slang) een aantrekkelijke vrouw
Verbuiging
Synoniemen


West-Dani

persoon enkelvoud meervoud
eerste an nit
tweede kat kit
derde at it

Persoonlijk voornaamwoord

kat

  1. jij