shampoos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sham·poos

Zelfstandig naamwoord

shampoos mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord shampoo

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.


Engels

Zelfstandig naamwoord

shampoos mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord shampoo

Werkwoord

shampoos

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van (to) shampoo