gaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gaat

Werkwoord

vervoeging van
gaan

gaat

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gaan
    • Jij gaat. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gaan
    • Hij gaat. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van gaan
    • Gaat! 
     Als je alleen op pad gaat zijn er ook risico’s en verleidingen. Zo zou ik van een berg af kunnen vallen, opgegeten kunnen worden door een beer of een wel heel erg leuke vrouw tegen kunnen komen.[1]
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia