gaat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gaat

Werkwoord

vervoeging van
gaan

gaat

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gaan
    • Jij gaat. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gaan
    • Hij gaat. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van gaan
    • Gaat! 
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden