al

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: AlaL, aℓ

Universeel

Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van “l” (liter) met het voorvoegsel “a” (atto-)

Symbool

al

  1. (wiskunde), (eenheid) het symbool voor attoliter, gelijk aan 0,000.000.000.000.000.001 liter
Schrijfwijzen
Verwante begrippen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al
Woordherkomst en -opbouw
  • Als onbepaald voornaamwoord voor het eerst aangetroffen in 776 [1]
  • afkomstig van:
Middelnederlands: al
Oudnederlands: al, ol
Germaans: *allaz
Indo-Europees: *al-
  • Verwant in Germaans:
West: Fries/Afrikaans: al, Engels: all, Schots: aw, Duits: all, Oudhoogduits, allīhho, Jiddisch: אַלץ (alts)
Noord: Zweeds: all, Deens: al, Noors; all, alt, IJslands/Faeröers: allur
Oost: Gotisch: alls

Bijwoord

al

  1. reeds
    • Hij heeft het al geprobeerd. 
  2. versterkend
    • Dat is al te dol! 
  3. ~ + deelwoord: terwijl, tijdens
    • Al wandelend kwam hij zijn oude vriend tegen. 
Vertalingen

Voegwoord

al

  1. ook wanneer, ondanks dat
    • Al is hij nog zo moe, hij blijft gewoon doorgaan. 
Vertalingen

Onbepaald voornaamwoord

al

  1. geheel
    • Hij probeerde het met al zijn macht. 
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen


Achterhoeks

Bijwoord

al

  1. al; reeds


Afrikaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • al
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Nederlandse al

Bijwoord

al

  1. al; reeds
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

al

  1. heelal
Synoniemen

Voornaamwoord

al

  1. heel, geheel
  2. alle, elk



Angelsaksisch

Zelfstandig naamwoord

āl o

  1. vuur


Engels

enkelvoud meervoud
al als

Zelfstandig naamwoord

al

  1. (tweeletterwoord), (plantkunde) Morinda citrifolia op Wikispecies noni of Indische moerbei
Verwante begrippen
Tweeletterwoorden in het Engels

aaabadaeagahaialamanarasatawaxaybabebibobydadedidoedefehelemeneresetexfafigigohahehihmhoidifinisitjokakilalilomamemimmmomumynanenonuodoeofohoiomonoporosowoxoypapepiqireshsisotatitouhumunupusutwewoxixuyayeyoza


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

al

  1. (spreektaal) er, daar
    «Il est al Momo?»
    Is Momo er? [1]

Verwijzingen


Fries

Voornaamwoord

al

  1. alle
Afgeleide begrippen


Bijwoord

al

  1. al; reeds


Limburgs

Uitspraak

Bijwoord

al

  1. (Hooglimburgs) al
  2. (Hooglimburgs) alles
  3. (Hooglimburgs) helemaal

Zelfstandig naamwoord

al o

  1. (Hooglimburgs) heelal, universum
Verbuiging



Luxemburgs

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Oudhoogduitse ald

Bijvoeglijk naamwoord

al

  1. oud
Antoniemen


Middelengels

Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Angelsaksische eall

Bijwoord

al

  1. geheel, volledig

Voornaamwoord

al

  1. alle, elke


Middelnederlands

Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Oudnederlandse al

Voornaamwoord

al

  1. alle

Bijwoord

al

  1. compleet, volledig

Voegwoord

al

  1. ondanks



Nedersaksisch

Bijwoord

al

  1. al; reeds
Schrijfwijzen


Oost-Fries

Bijwoord

al

  1. al; reeds


Oudhoogduits

Uitspraak
Woordafbreking
  • al
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Proto-Germaanse *allaz

Bijvoeglijk naamwoord

al

  1. alle
  2. elk
  3. geheel


Oudnederlands

Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Proto-Germaanse *allaz

Bijvoeglijk naamwoord

al

  1. alle
Schrijfwijzen

Verwijzingen


Bijwoord

al

  1. geheel, volledig

Verwijzingen


Oudsaksisch

Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Proto-Germaanse *allaz

Bijvoeglijk naamwoord

al

  1. alle


Pools

Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Duitse Aal

Zelfstandig naamwoord

al m

  1. (dialect: Silezisch) aal
Synoniemen


Saterfries

Bijwoord

al

  1. al; reeds


Spaans

Woordherkomst en -opbouw

Samenvoeging van a en el.

Uitspraak

Voorzetsel

al

  1. aan de
    «Doy el libro al vecino.»
    Ik geef het boek aan de buurman.


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

al

  1. els


Turks

Bijvoeglijk naamwoord

al

  1. rood
  2. blozend