zwarte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwar·te

Bijvoeglijk naamwoord

zwarte

  1. verbogen vorm van de stellende trap van zwart
enkelvoud meervoud
naamwoord zwarte zwarten
verkleinwoord zwartje zwartjes

Zelfstandig naamwoord

zwarte v/m

  1. (pejoratief) een neger
    • Helaas worden zwarten soms nog steeds niet geaccepteerd in de Westerse wereld. 
     `Zwarte Piet' of 'Pietje Pik', zo noemde het volk in de middeleeuwen de duivel.[1]

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Marijke van Raephorst op Wikipedia “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 14