zwarte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwar·te
Woordherkomst en -opbouw
  • bn:  zwart bn  met de uitgang -e
  • zn: afgeleid van  zwart bn  met het achtervoegsel -e, als etnische kwalificatie aangetroffen vanaf de 18e eeuw

Bijvoeglijk naamwoord

zwarte

  1. verbogen vorm van de stellende trap van zwart
     Terwijl ik een tweede blikje opentrok zag ik opeens in de verte een zwarte rookpluim.[1]
enkelvoud meervoud
naamwoord zwarte zwarten
verkleinwoord zwartje zwartjes

Zelfstandig naamwoord

zwarte m, v

  1. (metonymie) persoon van volledige of gedeeltelijke Sub-Saharaans Afrikaanse afkomst
     dat de Sheernes een Fransse Commissievaarder met 4 Stukken had bemagtigd, een ander met 8 doen stranden en verbrand, en een Schip van Guinéé met 200 Zwarten komende, hernomen[2]
    • Helaas worden zwarten soms nog steeds niet geaccepteerd in de Westerse wereld. 
  2. (metonymie) (België) bijnaam voor een persoon die in de Tweede Wereldoorlog met de Nazis collaboreert, als lid van de Zwarte Brigade Dietsche Militie
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink Weblink bron Engeland (11-02-1704) in: Oprechte Haerlemsche courant, Haerlem, p. 1.
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be