dood

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dood
enkelvoud meervoud
naamwoord dood -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

dood v/m

  1. (biologie), (medisch), (palindroom), (religie) de toestand na het leven [1]
    Vele mensen vrezen de dood.
  2. (letterkunde) skeletvormige figuur met zeis die bovengenoemde toestand personifieert en op zoek is naar het volgende slachtoffer
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen