bloed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
bloed

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bloed
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bloed bloeden
verkleinwoord bloedje bloedjes

Zelfstandig naamwoord

bloed o

  1. lichaamsvocht dat rondstroomt in de slagaderen en aderen ter verspreiding van zuurstof en andere voor de levensprocessen onontbeerlijke stoffen
    • Het bloed vervoert zuurstof van de longen naar de lichaamscellen. 
  2. (enkel als verkleinwoord: bloedjes) in bloedjes van kinderen: kinderen van mijn eigen vlees en bloed
  3. (enkel als datief: bloede) in in koelen bloede, van den bloede en van koninklijken bloede
  4. de sukkel
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bloeden

bloed

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bloeden
    • Ik bloed. 
  2. gebiedende wijs van bloeden
    • Bloed! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bloeden
    • Bloed je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl