bloed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bloed
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bloed -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bloed o

  1. lichaamsvocht dat rondstroomt in de slagaderen en aderen ter verspreiding van zuurstof en andere voor de levensprocessen onontbeerlijke stoffen
    Het bloed vervoert zuurstof van de longen naar de lichaamscellen.
  2. (enkel als verkleinwoord: bloedjes) in bloedjes van kinderen: kinderen van mijn eigen vlees en bloed
  3. (enkel als datief: bloede) in in koelen bloede, van den bloede en van koninklijken bloede
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwante begrippen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
bloeden

bloed

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bloeden
    Ik bloed.
  2. gebiedende wijs van bloeden
    Bloed!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bloeden
    Bloed je?