landbouw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • land·bouw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord landbouw -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

landbouw m

  1. (landbouw) het cultiveren van land voor het voortbrengen van voedsel en andere nuttige producten
    • Er zijn drie beroepssectoren, namelijk de landbouw, de industrie en de diensten.[2] 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • biologische landbouw
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen