apetrots

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ape·trots
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen apetrots
verbogen apetrotse
partitief apetrots

Bijvoeglijk naamwoord

apetrots

  1. (intensief) heel erg trots
    • De vader en moeder waren apetrots op hun zeer intelligente kind. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.