twaalf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Telwoord (nl)
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
30 31 32 33 34 35 36 37 38 39
40 41 42 43 44 45 46 47 48 49
50 51 52 53 54 55 56 57 58 59
60 61 62 63 64 65 66 67 68 69
70 71 72 73 74 75 76 77 78 79
80 81 82 83 84 85 86 87 88 89
90 91 92 93 94 95 96 97 98 99
100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000
106 109 1012 1015 1018 1021 1024 1027 1030 1033
1036 1039 1042 1045 1048 1051 1054 1057 1060 1063
10100 10303


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • twaalf
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘telwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 701 [1]

Hoofdtelwoord

twaalf

  1. 2x6 of 3x4, in Arabische cijfers 12, in Romeinse cijfers XII.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
enkelvoud meervoud
naamwoord twaalf twaalven
verkleinwoord twaalfje twaalfjes

Zelfstandig naamwoord

twaalf v / m

  1. het getal 12.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Achterhoeks

Hoofdtelwoord

twaalf

  1. twaalf; 2x6 of 3x4, in Arabische cijfers 12, in Romeinse cijfers XII.


Afrikaans

Telwoord (afr)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400
5 15 50 500
6 16 60 600
7 17 70 700
8 18 80 800
9 19 90 900

Hoofdtelwoord

twaalf

  1. twaalf


Nedersaksisch

Hoofdtelwoord

twaalf

  1. twaalf; 2x6 of 3x4, in Arabische cijfers 12, in Romeinse cijfers XII.
Schrijfwijzen