btw
Uiterlijk
- btw
- (initiaalwoord) voor belasting over de toegevoegde waarde
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | btw | - |
| verkleinwoord | - | - |
de btw v
- (initiaalwoord) omzetbelasting die een ondernemer betaald over de verkoopprijs, waarbij hij de belasting die deel uitmaakte van zijn inkoopprijzen weer mag aftrekken
- ▸ Ze rekenden precies uit wanneer ze winst gaan maken: "Het is echt massa is kassa. Daarom komen er binnenkort meer machines bij. Het is nog geen vetpot, maar per machine moet je denken aan 600 tot 900 euro per maand. Pas na twee jaar gaan we echt winst maken." Dat komt vooral vanwege de kosten: "We hebben best wel grote machines staan en de kosten daarvan variëren tussen de 3000 en de 5000 euro. Daarnaast moet je ook btw over je producten afdragen maar de locatie is het duurste."[1]
1. de afkorting voor belasting over de toegevoegde waarde
btw
- afkorting by the way
- Het woord btw staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "btw" herkend door:
| 92 % | van de Nederlanders; |
| 94 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron Pomme Rademaker“Bijverdienen met een verkoopautomaat bij kapper of sportschool is in trek” (5 april 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 3
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Initiaalwoord in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 92 %
- Prevalentie Vlaanderen 94 %