theorie
Uiterlijk
- the·o·rie
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘leer, stelling’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1566 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | theorie | theorieën |
| verkleinwoord | theorietje | theorietjes |
de theorie v
- een wetenschappelijk model of uitspraak over waarnemingen in de empirie
- ▸ De hygiënisten hadden weliswaar geen gelijk met hun theorie dat kwalijke dampen de oorzaak waren van cholera en andere infectieziekten, maar je kunt het als een gelukkige misvatting beschouwen, die erg goed uitpakte: dankzij de door hen genomen maatregelen verdween cholera uit Europa.[2]
- ▸ Een heel ander procedé dan bij runderen waar hij tot zijn spijt alleen de theorie van had geleerd omdat er in de noordelijke provincies weinig lamsvlees wordt gegeten en de schapenslacht niet als een noodzakelijke vaardigheid werd beschouwd.[3]
- theoreticus, theoretisch, theorie-examen, theoriecursus, theoriegedeelte, theorieles, theorieopleiding, theorievorming
1. een wetenschappelijk model of uitspraak over waarnemingen in de empirie
|
|
- Het woord theorie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "theorie" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "theorie" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Roel Coutinho“Epidemieën en pandemieën” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025310592 - ↑ Manik Sarkar“Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
theorie
- (wetenschap) theorie; een wetenschappelijk model of uitspraak over waarnemingen in de empirie
theorie
- (wetenschap) theorie; een wetenschappelijk model of uitspraak over waarnemingen in de empirie
- theo·rie
- Afgeleid van het Duitse Theorie
theorie v
- (verouderd)(wetenschap) theorie; een wetenschappelijk model of uitspraak over waarnemingen in de empirie
- (verouderd)(spreektaal) theorie, hypothese; veronderstelling die nog niet bewezen is
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| nominatief | theorie | theorie |
| genitief | theorie | theorií |
| datief | theorii | theoriím |
| accusatief | theorii | theorie |
| vocatief | theorie | theorie |
| locatief | theorii | theoriích |
| instrumentalis | theorií | theoriemi |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
theorie
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %
- Woorden in het Nedersaksisch
- Zelfstandig naamwoord in het Nedersaksisch
- Wetenschap in het Nedersaksisch
- Woorden in het Sallands
- Zelfstandig naamwoord in het Sallands
- Wetenschap in het Sallands
- Woorden in het Tsjechisch
- Woorden in het Tsjechisch met IPA-weergave
- Woorden in het Tsjechisch met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch
- Verouderd in het Tsjechisch
- Wetenschap in het Tsjechisch
- Spreektaal in het Tsjechisch
- Vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch
- Woorden in het West-Vlaams
- Zelfstandig naamwoord in het West-Vlaams