prof

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • prof
Woordherkomst en -opbouw
1 enkelvoud meervoud
naamwoord prof proffen
verkleinwoord profje profjes
2 enkelvoud meervoud
naamwoord prof profs
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

prof m

  1. verkorte van van professor
  2. verkorte vorm van professional
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

prof m / v

  1. (spreektaal) leraar, lerares
    «La prof d’anglais, elle est trop bonne, mais elle file des sales notes!»
    De lerares Engels is ontzettend aardig, maar ze geeft beroerde cijfers! [1]

Verwijzingen