onschuldig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·schul·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onschuldig onschuldiger onschuldigst
verbogen onschuldige onschuldigere onschuldigste
partitief onschuldigs onschuldigers -

Bijvoeglijk naamwoord

onschuldig

  1. niet schuldig
    Zelfs onschuldige kinderen worden in die oorlog niet ontzien.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen