miste

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mis·te

Werkwoord

vervoeging van
missen

miste

  1. enkelvoud verleden tijd van missen
    • Ik miste. 
    • Jij miste. 
    • Hij, zij, het miste. 
Gelijkklinkende woorden

Bijvoeglijk naamwoord

miste

  1. verbogen vorm van de overtreffende trap van mis


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • mis·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Oudnoorse voltooid deelwoord mist, dat van het Oudnoorse werkwoord misse komt.
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
miste
mister
mistet
mista
mistet
mista
Klasse 1 zwak

Werkwoord

miste

  1. inboeten, verliezen
  2. missen (mislopen)
Synoniemen
Typische woordcombinaties
  • [2]: miste bussen
de bus missen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: miste livet
het leven inboeten, doodgaan, omkomen, overlijden
  • [1]: Vi har ingen tid å miste. (Vi må skynde oss.)
We hebben geen tijd te verliezen. (We moeten opschieten.)


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • mis·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Oudnoorse voltooid deelwoord mist, dat van het Oudnoorse werkwoord misse komt.
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
miste
mistar
mista
mista
Klasse 1 zwak optioneel
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
miste
mister
miste
mist
Klasse 2 zwak optioneel

Werkwoord

miste

  1. inboeten, verliezen
  2. missen (mislopen)
Schrijfwijzen
Synoniemen
Typische woordcombinaties
  • [2]: miste bussen
de bus missen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: miste livet
het leven inboeten, doodgaan, omkomen, overlijden
«Minst 16 menneske mista livet då eit passasjertog køyrde inn i eit godstog i India tidleg måndag.»
Ten minste 16 mensen zijn omgekomen toen maandagochtend in India een passagierstrein in een goederentrein gebotst is.
  • [1]: Vi har inga tid å miste. (Vi må skunde oss.)
We hebben geen tijd te verliezen. (We moeten opschieten.)