redelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·de·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen redelijk redelijker redelijkst
verbogen redelijke redelijkere redelijkste
partitief redelijks redelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

redelijk

  1. wat op nuchtere wijze te beredeneren is
    • Als je boos wordt, kun je geen redelijk oordeel vellen. 
  2. de eigenschap bezittend nuchter te redeneren
    • Hij is altijd een redelijk man geweest. 
  3. tamelijk
    • Hij kan zich redelijk goed verstaanbaar maken. 
  4. van een prijs dat deze niet te hoog is
     In 1989 nam Henriroux de zaak over. 'We zijn trots op onze geschiedenis, maar proberen altijd vooruit te denken', zegt hij. Henriroux opende een hotel en een tweede restaurant waar je goed kunt eten tegen redelijke prijzen.[2]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Bijwoord

redelijk

  1. in aanzienlijke mate
    • Het is al redelijk warm geworden. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. redelijk op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink Weblink bron Peter Giesen “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant