redelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·de·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen redelijk redelijker redelijkst
verbogen redelijke redelijkere redelijkste
partitief redelijks redelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

redelijk

  1. wat op nuchtere wijze te beredeneren is
    • Als je boos wordt, kun je geen redelijk oordeel vellen. 
  2. de eigenschap bezittend nuchter te redeneren
    • Hij is altijd een redelijk man geweest. 
  3. tamelijk
    • Hij kan zich redelijk goed verstaanbaar maken. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Bijwoord

redelijk

  1. in aanzienlijke mate
    • Het is al redelijk warm geworden. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen