bleef

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bleef

Werkwoord

vervoeging van
blijven

bleef

  1. enkelvoud verleden tijd van blijven
    • Ik bleef. 
    • Jij bleef. 
    • Hij, zij, het bleef. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.