Naar inhoud springen

korte

Uit WikiWoordenboek
  • kor·te
  • kort met de uitgang -e

korte

  1. verbogen vorm van de stellende trap van kort
     Na een korte aarzeling voegde ik eraan toe: 'Heel graag zelfs.[1]
     ' Weer een korte stilte.[1]
     Tijdens deze korte ontmoeting hadden de dames veel indruk op me gemaakt.[2]
     Made in China: De prijs lijkt niet de enige reden te zijn dat Chinese auto's steeds populairder worden in Europa. Het imago van made in China lijkt in een relatief korte tijd volledig te zijn veranderd. "Waar producten uit China vroeger inferieur waren, is dat nu niet langer hoe mensen naar Chinese producten kijken", zegt Luman.[3]
vervoeging van
korten

korte

  1. aanvoegende wijs van korten
  1. 1 2
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 24 april 2025 Weblink bron
    Aïda Brands
    “Chinese elektrische auto's booming in Europa ondanks heffingen” (24 april 2025), NOS


  • kor·te
Naar frequentie 3653

korte, g / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van kort

korte, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van kort
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
korte
korter
kortede
kortet
volledig

korte

  1. inkorten, korten
    • kor·te
    Naar frequentie 4779

    korte, m / v / o

    1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van kort

    korte, mv

    1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van kort
    vervoeging
    onbepaalde wijs korte
    tegenwoordige tijd korter
    verleden tijd korta
    kortet
    voltooid
    deelwoord
    korta
    kortet
    onvoltooid
    deelwoord
    kortende
    lijdende vorm kortes
    gebiedende wijs kort
    vervoegingsklasse Klasse 1 zwak
    opmerking

    korte

    1. overgankelijk inkorten, korten
    • kor·te

    korte, m /v / o

    1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van kort

    korte, mv

    1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van kort
    vervoeging
    onbepaalde wijs korte
    korta
    tegenwoordige tijd kortar
    verleden tijd korta
    voltooid
    deelwoord
    korta
    onvoltooid
    deelwoord
    kortande
    lijdende vorm kortast
    gebiedende wijs kort
    korta
    korte
    vervoegingsklasse Klasse 1 zwak
    opmerking

    korte

    1. overgankelijk inkorten, korten
    2. overgankelijk, (wiskunde) vereenvoudigen (in het rekenen met breuken)