zei

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zei

Werkwoord

vervoeging van
zeggen

zei

  1. enkelvoud verleden tijd van zeggen
    • Ik zei. 
    • Jij zei. 
    • Hij, zij, het zei. 
Vaste voorzetsels
  • zei af
  • zei op
Woordherkomst en -opbouw

Ontstaan doordat eerst de Westnederlandse klankovergang *-agi- > -egi-, -ei- optrad, waarna in de vorm zeide de intervocalische -d- wegviel en daarmee de hele uitgang -de.[1]

Gelijkklinkende woorden
Synoniemen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. ZEGGEN (SPREKEN), etymologiebank.nl