gitaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search
Een gitaar.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gi·taar
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘snaarinstrument’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1683 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord gitaar gitaren
verkleinwoord gitaartje gitaartjes

Zelfstandig naamwoord

gitaar v/m

  1. (muziekinstrument) een muziekinstrument, gewoonlijk met zes snaren, bespeeld met de vingers of een plectrum
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen