mooi

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mooi
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: moy, mooy
Oudnederlands: mōi
Germaans: *mawjaz (schoon, gewast)
Indo-Europees: *mou-io- (gewast)
  • Verwant in Germaans:
Fries: moai [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen mooi mooier mooist
verbogen mooie mooiere mooiste
partitief moois mooiers -

Bijvoeglijk naamwoord

mooi

  1. (Noord-Nederland) prettig in voorkomen, aangenaam om naar te kijken, schoon.
    • Ze heeft een erg mooi gezichtje. 
  2. (Noord-Nederland) prettig, aangenaam.
    • Het is mooi weer vandaag. 
  3. (Noord-Nederland) (ironisch) onaangenaam, te ver gaand.
    • Nou wordt 'ie mooi! 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • er zit een mooie tijd aan te komen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen