gestolen
Uiterlijk
- ge·sto·len
- vervoeging van stelen: de stam met omvoegsel ge- -en en een klinkerwisseling ee-oo (IPAː /e/ - /oː/)
| vervoeging van: | stelen… |
| geen verbogen vorm | |
gestolen
- voltooid deelwoord van stelen
- iets of iemand die je hart heeft gestolen
iets waar je verliefd op bent geworden
- ∗ Ik kon me nauwelijks voorstellen dat het landschap nog mooier kon worden, maar hoe noordelijker ik kwam hoe indrukwekkender de uitzichten werden. De Northern Cascades tussen Seattle en Vancouver waren uitzonderlijk mooi, Washington had mijn hart gestolen.[3]
- ∗ Thea's minnaar, verborgen voor hen allen, de man die Thea's hart heeft gestolen.[1]
- van iets dat men, het zonder dat men er recht op heeft, tot zijn eigendom heeft gemaakt
- ▸ Sarah wilde altijd het middelpunt zijn, ze was er ook erg goed in, maar Olive genoot van deze gestolen momenten in Isaacs gezelschap.[2]
- Het woord gestolen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- 1 2 Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024586332 - 1 2 Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voltooid deelwoord met ge- -en
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal