Naar inhoud springen

gestolen

Uit WikiWoordenboek
  • ge·sto·len
vervoeging van: stelen…
geen verbogen vorm

gestolen

  1. voltooid deelwoord van stelen
     Ik heb haar gestolen uit de werkplaats van de miniatuurmaakster en heb haar al die jaren bij me gehouden.[1]
     Isaac had uit het kantoor van zijn vader de sleutels gestolen en was er stiekem met een paar vrienden van school naar binnen gegaan.[2]
  • iets of iemand die je hart heeft gestolen
iets waar je verliefd op bent geworden
 Ik kon me nauwelijks voorstellen dat het landschap nog mooier kon worden, maar hoe noordelijker ik kwam hoe indrukwekkender de uitzichten werden. De Northern Cascades tussen Seattle en Vancouver waren uitzonderlijk mooi, Washington had mijn hart gestolen.[3]
 Thea's minnaar, verborgen voor hen allen, de man die Thea's hart heeft gestolen.[1]
  1. van iets dat men, het zonder dat men er recht op heeft, tot zijn eigendom heeft gemaakt
     Sarah wilde altijd het middelpunt zijn, ze was er ook erg goed in, maar Olive genoot van deze gestolen momenten in Isaacs gezelschap.[2]
  1. 1 2
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  2. 1 2
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia