stad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stad
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘grote plaats’ voor het eerst aangetroffen in 857 [1]
  • Van het Middelnederlandse stat.
enkelvoud meervoud
naamwoord stad steden
verkleinwoord stadje stadjes

Zelfstandig naamwoord

stad v/m

  1. plaats waar zeer veel mensen wonen en een groot aantal voorzieningen zijn
  2. (historisch) plaats met stadsrecht.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Boven de stad.

  • Het kan beter van de stad dan van het dorp
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Limburgs

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

stad v

  1. stad
Verbuiging



West-Vlaams

Zelfstandig naamwoord

stad

  1. stad


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

stad g

  1. stad
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   stad     staden     städer     städerna  
genitief   stads     stadens     städers     städernas