pikkedonker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pik·ke·don·ker
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen pikkedonker
verbogen pikkedonkere
partitief pikkedonkers

Bijvoeglijk naamwoord

pikkedonker

  1. zeer donker.
    • Met de stroomuitval hadden we een pikkedonkere nacht. 
    • 's Ochtends ziet bijna alles er ook beter uit. Behalve de mens. De mens ziet er juist 's avonds op zijn best uit. Pas in het pikkedonker toont hij zijn ware gezicht. [1] 
     Het was nog pikkedonker toen ik wakker schrok van een hard geluid.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Harstad, Johan Max, Mischa & Het Tet-offensief 2017 ISBN 9789057598494 pagina 14
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be