bid
Uiterlijk
- bid
| vervoeging van |
|---|
| bidden |
bid
- Het woord bid staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- [A] erfwoord via Middelengels bidden van Angelsaksisch biddan. Proto-West-Germaans *biddjan, Protogermaans *bidjaną. Verwant met o.a. Deens bede, Duits bitten, Nedersaksisch bidden, Nederlands bidden ww .
- [B] erfwoord via Middelengels beden van Angelsaksisch bēodan. Protogermaans *beudaną, Indo-Europees *bʰewdʰ-. Verwant met o.a. Deens byde, Duits bieten, doublet met Engels bede, Nedersaksisch beden, Nederlands bieden ww .
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to bid |
| he/she/it | bids |
| verleden tijd | bade bad bid |
| voltooid deelwoord |
bidden |
| onvoltooid deelwoord |
bidding |
| gebiedende wijs | bid |
[A] bid
[B] bid
- onovergankelijk, (financieel) een bod zn [1] doen
- onovergankelijk een poging wagen
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| bid | bids |
kid
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 3
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 3
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Erfwoord in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels
- Onovergankelijk werkwoord in het Engels
- Financieel in het Engels
- Zelfstandig naamwoord in het Engels