wegblijven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg·blij·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wegblijven
bleef weg
weggebleven
klasse 1 volledig

Werkwoord

wegblijven

  1. ergatief niet daar zijn waar je verwacht wordt
    • Hij zou met het vliegtuig gaan en lang wegblijven. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.