Naar inhoud springen

poëzie

Uit WikiWoordenboek
  • poë·zie, po·ezie
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘dichtkunst’ voor het eerst aangetroffen in 1548 [1]
  • Afgeleid van het Franse "poésie" (dichtkunst)
enkelvoud meervoud
naamwoord poëzie -
verkleinwoord - -

depoëziev

  1. (cultuur), (letterkunde), (dichtkunst) het in een min of meer strakke structuur van ritme, maat en klank verwoorden van een gedachte of een verhaal
    • De indeling in verzen valt bij schriftelijke weergave van poëzie meestal meteen op. 
     En Gerry heeft helemaal geen stem om poëzie mee voor te dragen.[2]
     Dan wordt het een verhaal over de vergankelijkheid van het hedendaagse economisch denken en het kapitalisme, over hoe alles wat omhoog gaat ooit ook weer omlaag zal gaan, over de poëzie van economische conjuncturen en haar golflengten.[3]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]