overtuiging

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·tui·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord overtuiging overtuigingen
verkleinwoord overtuiginkje overtuiginkjes

Zelfstandig naamwoord

overtuiging v

  1. een sterke mening of geloof
    Ik ben van overtuiging dat ik gelijk heb.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie