liefdeloos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lief·de·loos
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen liefdeloos liefdelozer liefdeloost
verbogen liefdeloze liefdelozere liefdelooste
partitief liefdeloos liefdelozers -

Bijvoeglijk naamwoord

liefdeloos

  1. niet getuigend van enige vorm van liefde
    • Liefdeloos behandeld worden. 
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.