bidden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bid·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bidden
bad
gebeden
klasse 5 volledig

Werkwoord

bidden

  1. (inergatief) in gebed zijn, een godheid iets vragen
  2. (inergatief) dringend iets vragen, smeken
  3. (onovergankelijk) (van vogels) klapwiekend stilhangen in de lucht
Afgeleide begrippen
Vertalingen