één

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: een
Telwoord (nl)
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
30 31 32 33 34 35 36 37 38 39
40 41 42 43 44 45 46 47 48 49
50 51 52 53 54 55 56 57 58 59
60 61 62 63 64 65 66 67 68 69
70 71 72 73 74 75 76 77 78 79
80 81 82 83 84 85 86 87 88 89
90 91 92 93 94 95 96 97 98 99
100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000
106 109 1012 1015 1018 1021 1024 1027 1030 1033
1036 1039 1042 1045 1048 1051 1054 1057 1060 1063
10100 10303
Uitspraak
Woordafbreking
  • één

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.

Hoofdtelwoord

één

  1. de inhoud van de kleinste niet-lege verzameling, het kleinste getal van de verzameling ; komt na nul en vóór twee, in Arabische cijfers 1, in Romeinse cijfers I
Verbuiging
  • Verbogen vorm: ene.
Schrijfwijzen
  • Wordt als Eén geschreven aan het begin van een zin.
  • Arabisch cijfer: 1
  • Chinees cijferteken: ,
  • Grieks cijferteken: A'
  • Romeins cijfer: I.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord één enen
verkleinwoord eentje eentjes

Zelfstandig naamwoord

één v

  1. het getal 1
Vertalingen
stellend
onverbogen één
verbogen ene

Bijvoeglijk naamwoord

één

  1. in vergelijking tussen twee zaken
    • Het één is goed, het ander ook niet slecht. 
    • De ene beschrijving is beter dan de andere. 
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie