Naar inhoud springen

morgens

Uit WikiWoordenboek
  • mor·gens

demorgensmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord morgen
     'Ik eet 's morgens liever yoghurt met fruit,' zeg ik.[1]
     Hoe zijn adem rook als hij 's morgens wakker werd.[2]
     Hier lagen mijn herinneringen aan een veilig nestje: hoe we 's morgens nog even bij papa in bed kropen als mama al was opgestaan.[3]
63 %van de Nederlanders;
56 %van de Vlamingen.[4]
  1. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  2. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  3. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

morgens

  1. 's morgens; in de ochtenduren van de dag