zoek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zoek
stellend
onverbogen zoek
verbogen (alleen
predicaat)

Bijvoeglijk naamwoord

zoek

  1. alleen predicatief: niet terug te vinden
    • Mijn sleutels zijn zoek. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • zoek zijn
Vertalingen

Bijwoord

zoek

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
    • Zoekmaken: Hij maakte mijn sleutels zoek. 
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
zoeken

zoek

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zoeken
    • Ik zoek. 
  2. gebiedende wijs van zoeken
    • Zoek! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zoeken
    • Zoek je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.