cadeau

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Cadeautjes.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·deau
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord cadeau cadeaus
verkleinwoord cadeautje cadeautjes

Zelfstandig naamwoord

cadeau o

  1. iets dat men aan iemand geeft zonder tegenprestatie, meestal ter gelegenheid van een feestelijke gebeurtenis
    • De cadeaus lagen onder de kerstboom. 
Schrijfwijzen
  • De meer fonetische schrijfwijze "kado" is nooit officieel geweest.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • cadeau doen
    [1] als geschenk geven
    [2] (figuurlijk) laten verkrijgen met veel minder inspanning dan verwacht
Overerving en ontlening
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  cadeau     le cadeau     cadeaux     les cadeaux  

Zelfstandig naamwoord

cadeau m

  1. cadeau, geschenk
    «Les petits cadeaux entretiennent l'amitié.»
    De kleine cadeaus onderhouden de vriendschap.