cadeau

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Cadeautjes.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·deau
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘geschenk’ voor het eerst aangetroffen in 1824 [1]
  • van Frans cadeau [2][3]
enkelvoud meervoud
naamwoord cadeau cadeaus
verkleinwoord cadeautje cadeautjes

Zelfstandig naamwoord

cadeau o

  1. iets dat men aan iemand geeft zonder tegenprestatie, meestal ter gelegenheid van een feestelijke gebeurtenis
    • De cadeaus lagen onder de kerstboom. 
Schrijfwijzen
  • De meer fonetische schrijfwijze "kado" is nooit officieel geweest.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • cadeau doen
    [1] als geschenk geven
    [2] (figuurlijk) laten verkrijgen met veel minder inspanning dan verwacht
Overerving en ontlening
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  cadeau     le cadeau     cadeaux     les cadeaux  

Zelfstandig naamwoord

cadeau m

  1. cadeau, geschenk
    «Les petits cadeaux entretiennent l'amitié.»
    De kleine cadeaus onderhouden de vriendschap.