verjaardag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een verjaardagstaart.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·jaar·dag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verjaardag verjaardagen
verkleinwoord verjaardagje verjaardagjes

Zelfstandig naamwoord

verjaardag m

  1. (feest) de dag waarop iemand viert dat hij of zij geboren werd
    • Zijn verjaardag werd groots gevierd. 
     Het vieren van de verjaardag van mijn moeder dit weekend hebben we uitgesteld.[1]
  2. (feest) dag waarop een gebeurtenis een bepaald aantal jaren geleden plaatsvond, bijvoorbeeld een bedrijfsjubileum
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Typische woordcombinaties
  • [2]: 10e verjaardag
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: Gefeliciteerd met je verjaardag!
  • [1]: iemand iets voor zijn verjaardag cadeau doen
Wat kan je een verloofde voor zijn verjaardag cadeau doen?
  • [1]: zijn of haar achttienden verjaardag vieren
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Charlotte Huisman “Wie neemt er nog de trein op een stil Utrecht Centraal?” (13 maart 2020), de Volkskrant
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be