bracht
Uiterlijk
- bracht
| vervoeging van |
|---|
| brengen |
bracht
- enkelvoud verleden tijd van brengen
- Ik bracht.
- Jij bracht.
- Hij, zij, het bracht.
- Ik bracht.
- ▸ cuby and the blizzards window of my eyescuby and the blizzards window of my eyes: Natuurlijk zijn ze in Assen onverminderd trots op 'hun' Harry. Gastconservator Albert Haar noemt hem graag een icoon voor Drenthe, een voorbeeld voor de provinciale jeugd. Maar Muskee was natuurlijk meer dan dat. Met zijn muziek en zijn dwarsheid was hij een exponent van de anarchie van de jaren zestig. Die levenshouding bracht hem fans in heel Nederland.[1]
- ▸ Zeehonden voeren: "Ik ben van 1971, net als de zeehondencrèche. Ik weet niet beter dan dat dit hier hoort", zei Agnes Klont uit Pieterburen. "We hebben hier zoveel meegemaakt. Bekende Nederlanders over de vloer, toeristen uit het buitenland. Vriendinnen van mij gingen 's nachts nog even zeehonden voeren tussen het stappen door. Het bracht leven in het dorp."[2]
- Het woord bracht staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bracht" herkend door:
| 96 % | van de Nederlanders; |
| 93 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron “Window of my eyes: Harry Muskee en de verloren tijd” (zaterdag 16 januari 2016, 13:44), NOS - ↑
Weblink bron “Pieterburen is echt (bijna) leeg na vrijlating Ollie en Brandy” (20 april 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be